¿De o het con huiszoekingsbevel?
het huiszoekingsbevel
- Plural
- de huiszoekingsbevelen
- Diminutivo
- het huiszoekingsbevelletje
- Demostrativo
- dit huiszoekingsbevel / dat huiszoekingsbevel
- Con adjetivo
- een mooi huiszoekingsbevel / het mooie huiszoekingsbevel