Saltar al contenido principal

¿De o het con spraak?

de spraak

Significado

speech (act, manner or faculty of speaking)

Ejemplo

Hij heeft zijn spraak verloren.

He lost his ability to speak.

Zijn spraak was duidelijk en goed verstaanbaar.

His way of speaking was clear and easily understandable.

Plural
de spraken
Diminutivo
het spraakje
Demostrativo
deze spraak / die spraak
Con adjetivo
een mooie spraak / de mooie spraak