Logo Inburgering.org

Inburgering.org

  • Cours
  • Infos examen
  • Podcasts
  • Gratuit
Logo Inburgering.org

Inburgering.org

Tarifs

Infos examen

Podcasts

Politique de confidentialité

Conditions générales

FAQ

Contact

Partenaires

Compréhension orale

A1

A2

B1

B2

Compréhension écrite

A1

A2

B1

B2

Expression orale

A1

A2

B1

B2

Expression écrite

A1

A2

B1

B2

Inburgering

A1

A2

B1

B2

KNM

KNS

Besoin d'aide ?
Écrivez-nous à info@inburgering.org

Rejoignez notre communauté :

Groupe Facebook

Instagram

Bot d'entraînement

Groupe Telegram

Canaux Telegram:

A1

A2

B1

B2

© 2026 Inburgering.org. Tous droits réservés.

ElevenLabs
  1. Inburgering.org
  2. /
  3. Informations et guides sur les examens
  4. /
  5. Examen d’entraînement KNM A2 : 40 questions, durée et corrigé

Examen d’entraînement KNM A2 : 40 questions, durée et corrigé

Entraînez-vous avec une série complète de style KNM A2 : 40 questions à choix multiples sur la société néerlandaise, avec corrigé et conseils de temps.

Auteur
Par Inburgering.org team (Équipe éditoriale)
Relecteur
Relu par Kirill Svavolia (Relecture éditoriale)
Dernière mise à jour
6 mai 2026

L’examen KNM A2, Kennis van de Nederlandse Maatschappij, est un examen sur ordinateur sur la vie pratique aux Pays-Bas. Utilisez cette série comme un vrai examen : répondez à 40 questions à choix multiples en 45 minutes et visez au moins 28 bonnes réponses.

Points clés

  • DUO décrit KNM comme un examen sur ordinateur avec différents thèmes, comme wonen et werk en inkomen, et une durée de 45 minutes.
  • Cet examen d’entraînement contient 40 questions couvrant les huit thèmes KNM.
  • Utilisez 28 bonnes réponses comme objectif de réussite à l’entraînement.
  • Chaque question comporte une courte consigne d’image, une situation et trois options de réponse, dans un style proche du KNM actuel.
  • Après avoir terminé, révisez le corrigé par thème au lieu de vérifier seulement votre score total.

Format de l’entraînement KNM

Les vraies questions KNM sont en néerlandais. Les questions d’entraînement ci-dessous sont également en néerlandais, car la compétence nécessaire consiste à reconnaître la bonne règle, institution ou action normale néerlandaise dans une situation quotidienne.

PartieUtilisez ces conditions
Questions40 questions à choix multiples
Durée45 minutes
Objectif28 bonnes réponses
TâcheLisez la situation, imaginez l’image, choisissez A, B ou C

Comment utiliser cet examen d’entraînement

  • Réglez un minuteur sur 45 minutes avant de commencer.
  • Écrivez seulement les lettres A, B ou C sur papier ou dans une note.
  • Ne consultez pas le corrigé avant d’avoir répondu aux 40 questions.
  • Si votre score est inférieur à 28, marquez les thèmes où vous avez fait des erreurs et étudiez-les d’abord.
  • Faites ensuite les examens d’entraînement officiels KNM de DUO pour connaître aussi le vrai logiciel d’examen.

40 questions originales d’entraînement KNM A2

Gezondheid en Gezondheidszorg

  • Vraag 1
    Beeld: Een vrouw met verhuisdozen staat voor een huisartsenpraktijk.
    Amina is net verhuisd naar Eindhoven. Zij heeft nog geen huisarts. Wat kan Amina het beste doen?
    A: Wachten tot de gemeente een huisarts kiest.
    B: Zelf een huisartsenpraktijk bellen om zich in te schrijven.
    C: Naar de spoedeisende hulp gaan voor een inschrijving.

  • Vraag 2
    Beeld: Een man houdt zijn wang vast en zit in een wachtkamer.
    Tom heeft erge kiespijn. Met wie moet hij meestal een afspraak maken?
    A: Met de tandarts.
    B: Met het consultatiebureau.
    C: Met de Belastingdienst.

  • Vraag 3
    Beeld: Een oudere buurman ligt op straat naast zijn rollator.
    De buurman van Leila is gevallen. Hij praat niet en reageert niet. Welk nummer moet Leila bellen?
    A: 0900-8844.
    B: 112.
    C: Het nummer van de apotheek.

  • Vraag 4
    Beeld: Een zwangere vrouw praat met een zorgverlener.
    Mira is zwanger. Zij wil controles tijdens haar zwangerschap. Wie kan haar hierbij helpen?
    A: Een verloskundige.
    B: Een makelaar.
    C: Een rijinstructeur.

  • Vraag 5
    Beeld: Een man leest thuis een brief van zijn zorgverzekeraar.
    Yusuf is in het ziekenhuis geweest. De brief zegt dat een deel onder het eigen risico valt. Wat betekent dit meestal?
    A: Yusuf betaalt dit deel zelf.
    B: De gemeente betaalt dit deel.
    C: De werkgever betaalt dit deel.

Omgangsvormen, Waarden en Normen

  • Vraag 6
    Beeld: Een uitnodiging voor een verjaardag met tijd 20.00 uur.
    Niels is uitgenodigd voor een verjaardag om 20.00 uur. Wat is in Nederland meestal beleefd?
    A: Rond 20.00 uur komen of laten weten dat hij later is.
    B: Pas om 23.00 uur komen zonder iets te zeggen.
    C: Helemaal niet reageren op de uitnodiging.

  • Vraag 7
    Beeld: Een vrouw staat bij de voordeur van haar buurman.
    De buurman van Farah zet vaak harde muziek aan in de avond. Wat kan Farah het beste eerst doen?
    A: Meteen verhuizen.
    B: Rustig met de buurman praten.
    C: De huisarts bellen.

  • Vraag 8
    Beeld: Een kind zet een schoen bij de deur met een wortel erin.
    Welke Nederlandse traditie hoort bij dit beeld?
    A: Koningsdag.
    B: Sinterklaas.
    C: Prinsjesdag.

Instanties

  • Vraag 9
    Beeld: Een man staat met een verhuisdoos bij het gemeentehuis.
    Ravi verhuist naar een andere gemeente. Waar moet hij zijn nieuwe adres doorgeven?
    A: Bij de gemeente.
    B: Bij de huisarts.
    C: Bij de supermarkt.

  • Vraag 10
    Beeld: Ouders zitten met een baby op de bank en lezen een brief.
    Ouders kunnen kinderbijslag krijgen. Welke organisatie regelt kinderbijslag?
    A: DUO.
    B: De Sociale Verzekeringsbank (SVB).
    C: De Kamer van Koophandel.

  • Vraag 11
    Beeld: Een vrouw bekijkt toeslagen op een laptop.
    Sofia wil zorgtoeslag aanvragen. Naar welke website gaat zij meestal?
    A: belastingdienst.nl.
    B: politie.nl.
    C: bibliotheek.nl.

  • Vraag 12
    Beeld: Een man houdt een beschadigd paspoort vast.
    Mehmet heeft een nieuw paspoort nodig. Waar vraagt hij dit aan?
    A: Bij de gemeente.
    B: Bij het UWV.
    C: Bij zijn bank.

  • Vraag 13
    Beeld: Een vrouw zit achter een computer met het logo van UWV op het scherm.
    Iris is haar baan kwijt en wil een WW-uitkering aanvragen. Welke instantie hoort hierbij?
    A: Het UWV.
    B: De apotheek.
    C: De woningcorporatie.

  • Vraag 14
    Beeld: Een jonge ondernemer pakt dozen in voor een webshop.
    Luca begint een eigen webshop. Wat moet hij volgens de wet meestal doen?
    A: Zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel.
    B: Zich inschrijven bij een basisschool.
    C: Een afspraak maken bij het consultatiebureau.

  • Vraag 15
    Beeld: Een telefoon toont het inlogscherm van Mijn Inburgering.
    Waar kan Hana zien welke inburgeringsexamens zij nog moet doen?
    A: In Mijn Inburgering.
    B: In de webshop van de gemeente.
    C: In de reisplanner van de NS.

Werk en Inkomen

  • Vraag 16
    Beeld: Een loonstrook op een bureau naast een bankpas.
    Het brutosalaris van Omar is 2.600 euro per maand. Wat krijgt hij meestal op zijn bankrekening?
    A: Meer dan 2.600 euro.
    B: Precies 2.600 euro.
    C: Minder dan 2.600 euro.

  • Vraag 17
    Beeld: Een sollicitant stuurt documenten vanaf een laptop.
    Mila solliciteert naar een baan. Wat stuurt zij meestal mee?
    A: Een cv en een sollicitatiebrief.
    B: Een huurcontract en een boodschappenlijst.
    C: Een paspoort van haar buurman.

  • Vraag 18
    Beeld: Werknemers lezen samen een document met afspraken.
    In een cao staan afspraken over werk. Waarover gaan die afspraken vaak?
    A: Salaris, werktijden en vrije dagen.
    B: De kleur van de voordeur.
    C: Welke huisarts iemand heeft.

  • Vraag 19
    Beeld: Een vrouw werkt drie dagen per week in een kinderopvang.
    Rosa wil in deeltijd werken. Kan dat in Nederland?
    A: Ja, dat kan.
    B: Alleen als zij met pensioen is.
    C: Nee, iedereen moet fulltime werken.

  • Vraag 20
    Beeld: Een contract met een duidelijke einddatum ligt op tafel.
    Daan heeft een arbeidscontract tot 31 december. Wat voor contract is dit?
    A: Een tijdelijk contract.
    B: Een contract zonder einddatum.
    C: Een vrijwilligerscontract zonder afspraken.

  • Vraag 21
    Beeld: Een zieke werknemer belt met zijn manager vanuit bed.
    Sanne is ziek en kan niet werken. Wat moet zij meestal doen?
    A: Haar werkgever op tijd bellen.
    B: Niets zeggen en thuisblijven.
    C: De Belastingdienst bellen om verlof te vragen.

  • Vraag 22
    Beeld: Een werknemer bekijkt zijn loonstrook.
    Waarvoor is een loonstrook bedoeld?
    A: Om te zien hoeveel iemand heeft verdiend en wat er is ingehouden.
    B: Om een rijbewijs aan te vragen.
    C: Om een huurhuis te bezichtigen.

  • Vraag 23
    Beeld: Een zelfstandige vult online een btw-aangifte in.
    Noor heeft een eigen bedrijf en moet btw-aangifte doen. Bij welke organisatie doet zij dit?
    A: De Belastingdienst.
    B: De brandweer.
    C: Het consultatiebureau.

  • Vraag 24
    Beeld: Een jonge medewerker tekent een contract in een winkel.
    Een werkgever biedt minder dan het wettelijk minimumloon. Mag dat?
    A: Ja, als de werknemer akkoord gaat.
    B: Nee, de werkgever moet zich aan het minimumloon houden.
    C: Alleen in de eerste maand.

Wonen

  • Vraag 25
    Beeld: Een huurcontract met het woord servicekosten.
    Jade huurt een appartement. Zij betaalt ook servicekosten. Waarvoor zijn servicekosten vaak?
    A: Kosten voor bijvoorbeeld schoonmaak van gemeenschappelijke ruimtes.
    B: Kosten voor haar zorgverzekering.
    C: Kosten voor haar rijexamen.

  • Vraag 26
    Beeld: Een rookmelder hangt aan het plafond in een gang.
    Waarom hangt er een rookmelder in huis?
    A: Om brand of rook snel te merken.
    B: Om de huur automatisch te betalen.
    C: Om internet sneller te maken.

  • Vraag 27
    Beeld: Een huurder ziet water uit het plafond komen.
    Bij Karim lekt water uit het plafond van zijn huurwoning. Wat doet hij het beste eerst?
    A: De verhuurder of woningcorporatie melden dat er lekkage is.
    B: De kinderopvang bellen.
    C: Wachten tot de gemeente elke woning controleert.

  • Vraag 28
    Beeld: Een elektriciteitsmeter toont meterstand 004582 kWh en meternummer 781204.
    Liv moet haar stroomstand doorgeven. Welk getal geeft zij door?
    A: 781204.
    B: 004582.
    C: 2026.

Onderwijs en Opvoeding

  • Vraag 29
    Beeld: Een klein kind met een rugzak staat bij een basisschool.
    Vanaf welke leeftijd moet een kind in Nederland verplicht naar school?
    A: Vanaf 4 jaar.
    B: Vanaf 5 jaar.
    C: Vanaf 7 jaar.

  • Vraag 30
    Beeld: Ouders praten met een leerkracht aan een tafel.
    Wat gebeurt er meestal tijdens een oudergesprek op school?
    A: Ouders praten met de school over hoe het met hun kind gaat.
    B: Ouders vragen een paspoort aan.
    C: Ouders betalen inkomstenbelasting.

  • Vraag 31
    Beeld: Een leerling met een vmbo-diploma kijkt naar schoolfolders.
    Na het vmbo wil Sem een beroepsopleiding doen. Waar kan hij meestal naartoe?
    A: Naar het mbo.
    B: Direct naar de universiteit.
    C: Naar het consultatiebureau.

Geschiedenis en Geografie

  • Vraag 32
    Beeld: Mensen dragen oranje kleding op straat.
    Wanneer is Koningsdag in Nederland?
    A: 27 april.
    B: 4 mei.
    C: 25 december.

  • Vraag 33
    Beeld: Een kaart van Nederland met Maastricht gemarkeerd.
    In welke provincie ligt Maastricht?
    A: Groningen.
    B: Limburg.
    C: Noord-Holland.

  • Vraag 34
    Beeld: Een polder met dijken en weilanden onder zeeniveau.
    Waarom zijn dijken belangrijk in Nederland?
    A: Ze helpen het land beschermen tegen water.
    B: Ze zorgen dat winkels langer open zijn.
    C: Ze bepalen wie mag stemmen.

  • Vraag 35
    Beeld: Een oude kaart van Indonesië en Nederland.
    Welk land was vroeger een kolonie van Nederland?
    A: Indonesië.
    B: Noorwegen.
    C: Zwitserland.

Staatsinrichting en Rechtsstaat

  • Vraag 36
    Beeld: Mensen staan met borden op een plein.
    Wat betekent vrijheid van meningsuiting in Nederland?
    A: Je mag je mening geven, maar discrimineren of bedreigen mag niet.
    B: Je mag nooit kritiek geven.
    C: Je mag alleen thuis je mening geven.

  • Vraag 37
    Beeld: Een rechter zit in een rechtszaal.
    De politie denkt dat iemand iets heeft gestolen. Wie bepaalt uiteindelijk de straf?
    A: De rechter.
    B: De buurman.
    C: De werkgever.

  • Vraag 38
    Beeld: De Tweede Kamer vergadert in Den Haag.
    Wie maakt landelijke wetten in Nederland?
    A: Alleen de politie.
    B: De regering en het parlement.
    C: Alleen de koning.

  • Vraag 39
    Beeld: Een burgemeester spreekt bij een officiële bijeenkomst.
    Wat is een taak van de burgemeester?
    A: Zorgen voor openbare orde en veiligheid in de gemeente.
    B: Alle huurprijzen in Nederland bepalen.
    C: Examens van DUO nakijken.

  • Vraag 40
    Beeld: Een vrouw met een EU-paspoort staat bij een stemlokaal.
    Elena komt uit Spanje en woont in Nederland. Mag zij bij gemeenteraadsverkiezingen stemmen?
    A: Nee, nooit zonder Nederlands paspoort.
    B: Ja, EU-burgers die in Nederland wonen mogen stemmen voor de gemeenteraad.
    C: Alleen als zij een rijbewijs heeft.

Corrigé

Comptez un point pour chaque bonne réponse. Si vous avez manqué plusieurs questions dans le même thème, étudiez ce thème avant de faire une autre série chronométrée.

QuestionsRéponses
1-51 B, 2 A, 3 B, 4 A, 5 A
6-106 A, 7 B, 8 B, 9 A, 10 B
11-1511 A, 12 A, 13 A, 14 A, 15 A
16-2016 C, 17 A, 18 A, 19 A, 20 A
21-2521 A, 22 A, 23 A, 24 B, 25 A
26-3026 A, 27 A, 28 B, 29 B, 30 A
31-3531 A, 32 A, 33 B, 34 A, 35 A
36-4036 A, 37 A, 38 B, 39 A, 40 B

Que travailler ensuite

Un bon score en KNM vient souvent de la reconnaissance de schémas. Quand une question décrit un problème, demandez-vous : quelle institution néerlandaise est responsable, quelle règle s’applique et quelle est la première étape normale ?

  • Révisez les thèmes dans le résumé KNM gratuit.
  • Lisez les explication de l’examen KNM pour le format, l’inscription, les délais de résultat et les conseils de préparation.
  • Utilisez le examens d’entraînement officiels de DUO pour vous entraîner dans l’environnement officiel de l’examen.
  • Faites davantage de séries chronométrées dans le cours KNM.

Official Sources

Official source checked: May 2026.

  • DUO / inburgeren.nl : Kennisexamens - KNM est un examen sur ordinateur avec différents thèmes et une durée de 45 minutes.
  • DUO / inburgeren.nl : Oefenen - examens d’entraînement officiels A2 et KNM.
  • Besluit inburgering 2021, article 3.4 - domaines officiels de KNM.

Prêt à commencer la pratique ?

Accédez à des milliers de questions d'entraînement avec un feedback IA instantané

Commencer à pratiquer