40 Dutch questions with an answer key
Start with DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs, the Dutch education service) official KNM practice exams (External site, opens in a new tab). Then use these 40 original Dutch questions and their answer key for extra practice. Set a 45-minute timer to match the official KNM exam (External site, opens in a new tab). For the KNM exam, you need about 28 of 40 questions correct to pass.
The official exam and this practice set
Kennis van de Nederlandse Maatschappij tests what you know about life in the Netherlands. The official KNM curriculum (External site, opens in a new tab) sets eight themes and uses Dutch at A2 level. The KNM exam guide explains the exam format and booking.
This practice set samples all eight themes. Each question has a written image description, a situation and three options. The official exam uses images. These 40 questions cover only part of the curriculum. Use official practice too.
For more practice, use our timed free KNM mock exam. The free KNM study summary gives extra topic explanations. Both are Inburgering.org materials.
Practice settings
Use these settings for this practice set. The 45-minute limit matches DUO’s exam duration. For the KNM exam, you need about 28 of 40 questions correct to pass. The 40-question practice set on this page uses the same benchmark. You can make about 12 mistakes.
You can scroll wide tables sideways.
| Setting | This practice set |
|---|---|
| Questions | 40 multiple-choice questions |
| Time | 45 minutes |
| Pass benchmark | About 28 correct answers |
| Task | Read the situation and image description. Choose A, B or C. |
Practice instructions
Follow these steps in order:
- Open DUO’s official KNM practice exams (External site, opens in a new tab) to try the official exam environment.
- Set a timer for 45 minutes before you start this set.
- Record your answers as A, B or C on paper or in a note.
- Finish all 40 questions before checking the answer key.
- Count your correct answers.
- Mark the themes where you made mistakes.
40 original KNM A2 practice questions
The questions are in Dutch. English glosses explain unfamiliar Dutch terms at first use. Read each written image description to imagine the scene.
Gezondheid en gezondheidszorg (health and healthcare)
Vraag (question) 1
Beeld (image description): Een vrouw met verhuisdozen staat voor een huisartsenpraktijk (general practitioner’s practice).
Amina is net verhuisd naar Eindhoven. Zij heeft nog geen huisarts (general practitioner, GP). Wat kan Amina het beste doen?
A: Wachten tot de gemeente (municipality) een huisarts kiest.
B: Zelf een huisartsenpraktijk bellen om zich in te schrijven.
C: Naar de spoedeisende hulp (emergency department) gaan voor een inschrijving.
Vraag 2
Beeld: Een man houdt zijn wang vast en zit in een wachtkamer.
Tom heeft erge kiespijn. Met wie moet hij meestal een afspraak maken?
A: Met de tandarts (dentist).
B: Met het consultatiebureau (child health clinic).
C: Met de Belastingdienst (tax authority).
Vraag 3
Beeld: Een oudere buurman ligt op straat naast zijn rollator.
De buurman van Leila is gevallen. Hij praat niet en reageert niet. Welk nummer moet Leila bellen?
A: 0900-8844.
B: 112.
C: Het nummer van de apotheek (pharmacy).
Vraag 4
Beeld: Een zwangere vrouw praat met een zorgverlener.
Mira is zwanger. Zij wil controles tijdens haar zwangerschap. Wie kan haar hierbij helpen?
A: Een verloskundige (midwife).
B: Een makelaar (estate agent).
C: Een rijinstructeur (driving instructor).
Vraag 5
Beeld: Een man leest thuis een brief van zijn zorgverzekeraar (health insurer).
Yusuf is in het ziekenhuis geweest. De brief zegt dat een deel onder het eigen risico (health insurance deductible) valt. Wat betekent dit meestal?
A: Yusuf betaalt dit deel zelf.
B: De gemeente betaalt dit deel.
C: De werkgever (employer) betaalt dit deel.
Omgangsvormen, waarden en normen (social customs, values and norms)
Vraag 6
Beeld: Een uitnodiging voor een verjaardag met tijd 20.00 uur.
Niels is uitgenodigd voor een verjaardag om 20.00 uur. Wat is in Nederland meestal beleefd?
A: Rond 20.00 uur komen of laten weten dat hij later is.
B: Pas om 23.00 uur komen zonder iets te zeggen.
C: Helemaal niet reageren op de uitnodiging.
Vraag 7
Beeld: Een vrouw staat bij de voordeur van haar buurman.
De buurman van Farah zet vaak harde muziek aan in de avond. Wat kan Farah het beste eerst doen?
A: Meteen verhuizen.
B: Rustig met de buurman praten.
C: De huisarts bellen.
Vraag 8
Beeld: Een kind zet een schoen bij de deur met een wortel erin.
Welke Nederlandse traditie hoort bij dit beeld?
A: Koningsdag (King’s Day).
B: Sinterklaas (Saint Nicholas celebration).
C: Prinsjesdag (Budget Day).
Instanties (institutions)
Vraag 9
Beeld: Een man staat met een verhuisdoos bij het gemeentehuis.
Ravi verhuist naar een andere gemeente. Waar moet hij zijn nieuwe adres doorgeven?
A: Bij de gemeente.
B: Bij de huisarts.
C: Bij de supermarkt.
Vraag 10
Beeld: Ouders zitten met een baby op de bank en lezen een brief.
Ouders kunnen kinderbijslag (child benefit) krijgen. Welke organisatie regelt kinderbijslag?
A: DUO.
B: De Sociale Verzekeringsbank (SVB, social insurance bank).
C: De Kamer van Koophandel (chamber of commerce).
Vraag 11
Beeld: Een vrouw bekijkt toeslagen (benefits) op een laptop.
Sofia wil zorgtoeslag (healthcare benefit) aanvragen. Via welke website kan zij dit doen?
A: Via Mijn toeslagen (online benefits account) op belastingdienst.nl.
B: politie.nl.
C: bibliotheek.nl.
Vraag 12
Beeld: Een man houdt een beschadigd paspoort vast.
Mehmet woont in Nederland en heeft de Nederlandse nationaliteit. Hij heeft een nieuw Nederlands paspoort nodig. Waar vraagt hij dit aan?
A: Bij de gemeente waar hij staat ingeschreven.
B: Bij het UWV (employee insurance agency).
C: Bij zijn bank.
Vraag 13
Beeld: Een vrouw zit achter een computer met het logo van UWV op het scherm.
Iris is haar baan kwijt en wil een WW-uitkering (unemployment benefit) aanvragen. Welke instantie hoort hierbij?
A: Het UWV.
B: De apotheek.
C: De woningcorporatie (housing association).
Vraag 14
Beeld: Een jonge ondernemer pakt dozen in voor een webshop.
Luca begint een eigen webshop. Wat moet hij volgens de wet meestal doen?
A: Zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel.
B: Zich inschrijven bij een basisschool (primary school).
C: Een afspraak maken bij het consultatiebureau.
Vraag 15
Beeld: Een telefoon toont het inlogscherm van Mijn Inburgering (online civic integration account).
Waar kan Hana zien welke inburgeringsexamens (civic integration exams) zij nog moet doen?
A: In Mijn Inburgering.
B: In de webshop van de gemeente.
C: In de reisplanner van de NS (Dutch railways).
Werk en inkomen (work and income)
Vraag 16
Beeld: Een loonstrook (payslip) op een bureau naast een bankpas.
Het brutosalaris (gross salary) van Omar is 2.600 euro per maand. Wat krijgt hij meestal op zijn bankrekening?
A: Meer dan 2.600 euro.
B: Precies 2.600 euro.
C: Minder dan 2.600 euro.
Vraag 17
Beeld: Een sollicitant stuurt documenten vanaf een laptop.
Mila solliciteert naar een baan. Welke documenten kan zij meesturen?
A: Een cv (summary of education and work experience) en een sollicitatiebrief (application letter).
B: Een huurcontract (rental contract) en een boodschappenlijst.
C: Een paspoort van haar buurman.
Vraag 18
Beeld: Werknemers lezen samen een document met afspraken.
In een cao (collective labour agreement) staan afspraken over werk. Waarover gaan die afspraken vaak?
A: Salaris, werktijden en vrije dagen.
B: De kleur van de voordeur.
C: Welke huisarts iemand heeft.
Vraag 19
Beeld: Een vrouw werkt drie dagen per week in een kinderopvang (childcare).
Rosa wil in deeltijd (part-time) werken. Kan dat in Nederland?
A: Ja, dat kan.
B: Alleen als zij met pensioen is.
C: Nee, iedereen moet fulltime werken.
Vraag 20
Beeld: Een contract met een duidelijke einddatum ligt op tafel.
Daan heeft een arbeidscontract (employment contract) tot 31 december. Wat voor contract is dit?
A: Een tijdelijk contract (temporary contract).
B: Een contract zonder einddatum.
C: Een vrijwilligerscontract zonder afspraken.
Vraag 21
Beeld: Een zieke werknemer belt met zijn manager vanuit bed.
Sanne is ziek en kan niet werken. Wat moet zij doen?
A: Zich op tijd ziek melden volgens de regels van haar werkgever.
B: Niets zeggen en thuisblijven.
C: De Belastingdienst bellen om verlof te vragen.
Vraag 22
Beeld: Een werknemer bekijkt zijn loonstrook.
Waarvoor is een loonstrook bedoeld?
A: Om te zien hoeveel iemand heeft verdiend en wat er is ingehouden.
B: Om een rijbewijs aan te vragen.
C: Om een huurhuis te bezichtigen.
Vraag 23
Beeld: Een zelfstandige vult online een btw-aangifte (value-added tax return) in.
Noor heeft een eigen bedrijf en moet btw-aangifte doen. Bij welke organisatie doet zij dit?
A: De Belastingdienst.
B: De brandweer (fire brigade).
C: Het consultatiebureau.
Vraag 24
Beeld: Een jonge medewerker tekent een contract in een winkel.
Een werkgever biedt een werknemer van 25 jaar minder dan het wettelijk minimumloon (statutory minimum wage). Mag dat?
A: Ja, als de werknemer akkoord gaat.
B: Nee, de werkgever moet zich aan het minimumloon houden.
C: Alleen in de eerste maand.
Wonen (housing)
Vraag 25
Beeld: Een huurcontract met het woord servicekosten (service charges).
Jade huurt een appartement. Zij betaalt ook servicekosten. Waarvoor zijn servicekosten vaak?
A: Kosten voor bijvoorbeeld schoonmaak van gemeenschappelijke ruimtes.
B: Kosten voor haar zorgverzekering.
C: Kosten voor haar rijexamen.
Vraag 26
Beeld: Een rookmelder (smoke alarm) hangt aan het plafond in een gang.
Waarom hangt er een rookmelder in huis?
A: Om brand of rook snel te merken.
B: Om de huur automatisch te betalen.
C: Om internet sneller te maken.
Vraag 27
Beeld: Een huurder ziet water uit het plafond komen.
Bij Karim lekt water uit het plafond van zijn huurwoning. Wat doet hij het beste eerst?
A: Aan de verhuurder (landlord) of woningcorporatie melden dat er lekkage is.
B: De kinderopvang bellen.
C: Wachten tot de gemeente elke woning controleert.
Vraag 28
Beeld: Een elektriciteitsmeter toont meterstand (meter reading) 004582 kWh (kilowatt-hours) en meternummer (meter number) 781204.
Liv moet haar stroomstand doorgeven. Welk getal geeft zij door?
A: 781204.
B: 004582.
C: 2026.
Onderwijs en opvoeding (education and parenting)
Vraag 29
Beeld: Een klein kind met een rugzak staat bij een basisschool.
Wanneer begint de leerplicht (compulsory schooling) voor een kind in Nederland?
A: Vanaf 4 jaar.
B: Op de eerste dag van de maand nadat het kind 5 jaar is geworden.
C: Vanaf 7 jaar.
Vraag 30
Beeld: Ouders praten met een leerkracht aan een tafel.
Wat gebeurt er meestal tijdens een oudergesprek (parent–teacher meeting) op school?
A: Ouders praten met de school over hoe het met hun kind gaat.
B: Ouders vragen een paspoort aan.
C: Ouders betalen inkomstenbelasting.
Vraag 31
Beeld: Een leerling met een vmbo-diploma (pre-vocational secondary education diploma) kijkt naar schoolfolders.
Na het vmbo wil Sem een beroepsopleiding doen. Waar kan hij meestal naartoe?
A: Naar het mbo (secondary vocational education).
B: Direct naar de universiteit.
C: Naar het consultatiebureau.
Geschiedenis en geografie (history and geography)
Vraag 32
Beeld: Mensen dragen oranje kleding op straat.
Wanneer is Koningsdag in Nederland?
A: 27 april. Als dat een zondag is, 26 april.
B: 4 mei.
C: 25 december.
Vraag 33
Beeld: Een kaart van Nederland met Maastricht gemarkeerd.
In welke provincie ligt Maastricht?
A: Groningen.
B: Limburg.
C: Noord-Holland.
Vraag 34
Beeld: Een polder (land enclosed by dikes) met dijken (dikes) en weilanden onder zeeniveau.
Waarom zijn dijken belangrijk in Nederland?
A: Ze helpen het land beschermen tegen water.
B: Ze zorgen dat winkels langer open zijn.
C: Ze bepalen wie mag stemmen.
Vraag 35
Beeld: Een oude kaart van Indonesië en Nederland.
Welk land was vroeger een kolonie van Nederland?
A: Indonesië.
B: Noorwegen.
C: Zwitserland.
Staatsinrichting en rechtsstaat (government and the rule of law)
Vraag 36
Beeld: Mensen staan met borden op een plein.
Wat betekent vrijheid van meningsuiting (freedom of expression) in Nederland?
A: Je mag je mening geven, maar discrimineren of iemand met de dood bedreigen mag niet.
B: Je mag nooit kritiek geven.
C: Je mag alleen thuis je mening geven.
Vraag 37
Beeld: Een rechter (judge) zit in een rechtszaal.
De politie denkt dat iemand iets heeft gestolen. De zaak komt voor de rechter. Wie bepaalt dan of deze persoon een straf krijgt?
A: De rechter.
B: De buurman.
C: De werkgever.
Vraag 38
Beeld: De Tweede Kamer (House of Representatives) vergadert in Den Haag.
Wie maakt landelijke wetten in Nederland?
A: Alleen de politie.
B: De regering (government) en het parlement (parliament).
C: Alleen de koning.
Vraag 39
Beeld: Een burgemeester (mayor) spreekt bij een officiële bijeenkomst.
Wat is een taak van de burgemeester?
A: Zorgen voor openbare orde en veiligheid in de gemeente.
B: Alle huurprijzen in Nederland bepalen.
C: Examens van DUO nakijken.
Vraag 40
Beeld: Een vrouw met een EU-paspoort (European Union passport) staat bij een stemlokaal.
Elena is 30 jaar en heeft de Spaanse nationaliteit. Op de dag van kandidaatstelling (candidate nomination) staat zij ingeschreven in haar Nederlandse gemeente. Zij is in Nederland en Spanje niet uitgesloten van het kiesrecht (right to vote). Mag zij bij gemeenteraadsverkiezingen (municipal council elections) stemmen?
A: Nee, nooit zonder Nederlands paspoort.
B: Ja, zij voldoet aan de voorwaarden voor EU-burgers.
C: Alleen als zij een rijbewijs heeft.
Answer key
Give yourself one point for each correct answer. Compare your mistakes by theme, using the question ranges below.
You can scroll wide tables sideways.
| Theme | Questions | Answers |
|---|---|---|
| Health and healthcare | 1–5 | 1 B, 2 A, 3 B, 4 A, 5 A |
| Social customs, values and norms | 6–8 | 6 A, 7 B, 8 B |
| Institutions | 9–15 | 9 A, 10 B, 11 A, 12 A, 13 A, 14 A, 15 A |
| Work and income | 16–24 | 16 C, 17 A, 18 A, 19 A, 20 A, 21 A, 22 A, 23 A, 24 B |
| Housing | 25–28 | 25 A, 26 A, 27 A, 28 B |
| Education and parenting | 29–31 | 29 B, 30 A, 31 A |
| History and geography | 32–35 | 32 A, 33 B, 34 A, 35 A |
| Government and the rule of law | 36–40 | 36 A, 37 A, 38 B, 39 A, 40 B |
For example, three wrong answers in questions 1–5 mean you should review health and healthcare. The guide to using a huisarts explains choosing a practice and getting medical help.
The official-source links below support the rules used in the questions.
Practice based on your score
If your score is below the benchmark of about 28 out of 40, study the themes where you made mistakes before repeating a timed set. If your score meets this benchmark, review each mistake and try the official DUO practice exams. For each situation, check the responsible institution, the rule and the first action.
Official Sources
- DUO: Kennisexamens (knowledge exams) (External site, opens in a new tab) - KNM is a computer exam with different themes and a 45-minute duration.
- DUO: Oefenen (practice) (External site, opens in a new tab) - Official A2 and KNM practice exams, including two KNM sets.
- Besluit inburgering 2021 (Civic Integration Decree 2021), Article 3.4 (External site, opens in a new tab) - official KNM subject areas.
- Current KNM curriculum (External site, opens in a new tab) - Eight themes, A2 language, image support and topic knowledge; effective from 1 July 2025.
- Published Besluit inburgering 2021 (External site, opens in a new tab) - Article 3.4 lists the eight KNM themes; accessible publication of the decree.
- Rijksoverheid (Dutch government): pregnancy tests (External site, opens in a new tab) - Question 4: midwives provide pregnancy care and information about prenatal tests.
- Rijksoverheid: eigen risico (External site, opens in a new tab) - Question 5: you pay healthcare costs subject to the deductible yourself.
- Politie: noise nuisance (External site, opens in a new tab) - Question 7: first try to resolve noise nuisance with the person causing it.
- Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland (Dutch intangible heritage centre): Sinterklaas traditions (External site, opens in a new tab) - Question 8: putting out a shoe is part of the Sinterklaas celebration.
- Dienst Toeslagen (benefits service): applying for zorgtoeslag (External site, opens in a new tab) - Question 11: apply through Mijn toeslagen on belastingdienst.nl.
- Rijksoverheid: passport applications (External site, opens in a new tab) - Question 12: Dutch nationality and applying to the municipality where you are registered.
- DUO: required exams (External site, opens in a new tab) - Question 15: check which exams you need in Mijn Inburgering.
- Ondernemersplein (government business information): payslips (External site, opens in a new tab) - Questions 16 and 22: gross pay, net pay and deductions on a payslip.
- Rijksoverheid: temporary and permanent contracts (External site, opens in a new tab) - Question 20: a temporary contract lasts for a fixed period.
- Arboportaal (government workplace health and safety information): sickness reporting (External site, opens in a new tab) - Question 21: report sick on time under your employer’s procedure.
- Belastingdienst: VAT returns (External site, opens in a new tab) - Question 23: submit VAT returns to the tax authority.
- Rijksoverheid: statutory minimum hourly wage (External site, opens in a new tab) - Question 24: employers must pay at least the applicable minimum hourly wage; the adult rate applies from 21.
- Rijksoverheid: service costs (External site, opens in a new tab) - Question 25: cleaning shared spaces can be a service cost.
- Rijksoverheid: smoke alarms (External site, opens in a new tab) - Question 26: smoke alarms provide an early warning of smoke or fire.
- Rijksoverheid: landlord maintenance (External site, opens in a new tab) - Question 27: report a leak to the landlord first.
- Rijksoverheid: starting primary school (External site, opens in a new tab) - Question 29: compulsory schooling starts in the month after the fifth birthday.
- Rijksoverheid: vmbo and mbo (External site, opens in a new tab) - Question 31: vmbo prepares pupils for mbo; entry requirements apply.
- Koninklijk Huis (Royal House): Koningsdag (External site, opens in a new tab) - Question 32: 27 April, or 26 April when 27 April falls on a Sunday.
- Provincie Limburg (Province of Limburg): provincial geography (External site, opens in a new tab) - Question 33: Maastricht is a municipality in Limburg.
- Rijksoverheid: colonial history of Indonesia (External site, opens in a new tab) - Question 35: Indonesia’s history as the Dutch colony Nederlands-Indië (Dutch East Indies).
- Rijksoverheid: freedom of expression (External site, opens in a new tab) - Question 36: freedom of expression is limited by law, including prohibitions on inciting discrimination.
- Politie: criminal threats (External site, opens in a new tab) - Question 36: threats of serious violence can be criminal offences.
- Openbaar Ministerie (public prosecution service): punishments without a court hearing (External site, opens in a new tab) - Question 37: some punishments can be imposed without a judge, so the question specifies a court case.
- Rijksoverheid: mayors (External site, opens in a new tab) - Question 39: mayors are responsible for public order and safety.
- Kiesraad (Electoral Council): non-Dutch voters (External site, opens in a new tab) - Question 40: EU citizens need to meet age, municipal registration and voting-right conditions.