De ou het pour echtgenoot ?
de echtgenoot
Sens
husband (male partner in a marriage)
Exemple
Ze is al veertig jaar gelukkig getrouwd met haar echtgenoot.
She has been happily married to her husband for forty years.
De rechten en plichten van een echtgenoot zijn wettelijk vastgelegd.
The rights and duties of a spouse are legally defined.
- Pluriel
- de echtgenoten
- Diminutif
- het echtgenootje
- Démonstratif
- deze echtgenoot / die echtgenoot
- Avec un adjectif
- een mooie echtgenoot / de mooie echtgenoot