De ou het pour kampioenschap ?
het kampioenschap
Sens
championship (competition to determine the champion)
Exemple
Het zwemteam won het regionale kampioenschap met overtuiging.
The swim team won the regional championship convincingly.
Hij geniet van zijn verdiende kampioenschap en is trots op zijn prestatie.
He is enjoying his well-deserved championship and is proud of his achievement.
- Pluriel
- de kampioenschappen
- Diminutif
- het kampioenschapje
- Démonstratif
- dit kampioenschap / dat kampioenschap
- Avec un adjectif
- een mooi kampioenschap / het mooie kampioenschap