De ou het pour neurochirurg ?
de neurochirurg
Sens
neurosurgeon
- Pluriel
- de neurochirurgen
- Diminutif
- het neurochirurgje
- Démonstratif
- deze neurochirurg / die neurochirurg
- Avec un adjectif
- een mooie neurochirurg / de mooie neurochirurg
de neurochirurg
neurosurgeon