Ga naar de hoofdinhoud

De of het bezoek?

het bezoek

Betekenis

visit

Voorbeeld

We hebben bezoek.

We have visitors.

Ik ga vanavond bij jou op bezoek.

I am going to pay you a visit tonight.

Meervoud
de bezoeken
Verkleinwoord
het bezoekje
Aanwijzend
dit bezoek / dat bezoek
Met bijvoeglijk naamwoord
een mooi bezoek / het mooie bezoek