Ga naar de hoofdinhoud

De of het dag?

de dag

Betekenis

day (period of 24 hours)

Voorbeeld

Een dag duurt 24 uur.

A day lasts 24 hours.

We gaan over twee dagen op vakantie.

We are going on vacation in two days.

Meervoud
de dagen
Verkleinwoord
het dagje
Aanwijzend
deze dag / die dag
Met bijvoeglijk naamwoord
een mooie dag / de mooie dag