De of het deur?
de deur
Betekenis
door
Voorbeeld
Hij klopte op de deur.
He knocked on the door.
De deur van het huis was blauw.
The door of the house was blue.
- Meervoud
- de deuren
- Verkleinwoord
- het deurtje
- Aanwijzend
- deze deur / die deur
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooie deur / de mooie deur