De of het donderdag?
de donderdag
Betekenis
Thursday
Voorbeeld
Ik heb een doktersafspraak op donderdag.
I have a doctor's appointment on Thursday.
De donderdagen zijn meestal rustig op kantoor.
The Thursdays are usually quiet at the office.
- Meervoud
- de donderdagen
- Verkleinwoord
- het donderdagje
- Aanwijzend
- deze donderdag / die donderdag
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooie donderdag / de mooie donderdag