Ga naar de hoofdinhoud

De of het ei?

het ei

Betekenis

egg

Voorbeeld

Ik heb een ei gebakken voor het ontbijt.

I fried an egg for breakfast.

In deze doos zitten twaalf eieren.

In this box, there are twelve eggs.

Meervoud
de eieren
Verkleinwoord
het eitje
Aanwijzend
dit ei / dat ei
Met bijvoeglijk naamwoord
een mooi ei / het mooie ei