Ga naar de hoofdinhoud

De of het fiets?

de fiets

Betekenis

bicycle

Voorbeeld

Gisteren heb ik een nieuwe fiets gekocht.

Yesterday I bought a new bicycle.

Meervoud
de fietsen
Verkleinwoord
het fietsje
Aanwijzend
deze fiets / die fiets
Met bijvoeglijk naamwoord
een mooie fiets / de mooie fiets