De of het gastenverblijf?
het gastenverblijf
- Meervoud
- de gastenverblijven
- Verkleinwoord
- het gastenverblijfje
- Aanwijzend
- dit gastenverblijf / dat gastenverblijf
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooi gastenverblijf / het mooie gastenverblijf
het gastenverblijf