Ga naar de hoofdinhoud

De of het handel?

de handel

Betekenis

trade (activity of trading)

Voorbeeld

De handel tussen de twee landen bloeit.

The trade between the two countries is flourishing.

Stelletje criminelen! Oppakken die handel!

Bunch of criminals! Arrest the lot!

Verkleinwoord
het handeltje
Aanwijzend
deze handel / die handel
Met bijvoeglijk naamwoord
een mooie handel / de mooie handel