De of het identiteitsbewijs?
het identiteitsbewijs
- Meervoud
- de identiteitsbewijzen
- Verkleinwoord
- het identiteitsbewijsje
- Aanwijzend
- dit identiteitsbewijs / dat identiteitsbewijs
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooi identiteitsbewijs / het mooie identiteitsbewijs