De of het ijstijd?
de ijstijd
Betekenis
an ice age, a glaciation
Voorbeeld
De heuvels in het overigens vlakke landschap zijn tijdens de voorlaatste ijstijd gevormd.
The hills in the otherwise level landscape were formed during the second-to-last ice age.
- Meervoud
- de ijstijden
- Aanwijzend
- deze ijstijd / die ijstijd
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooie ijstijd / de mooie ijstijd