De of het kamer?
de kamer
Betekenis
a room, physical chamber in a building
Voorbeeld
Hij zit al de hele dag in zijn kamer.
He's been in his bedroom all day.
op kamers gaan
to move out of one's parental home to live in a student room
- Meervoud
- de kamers
- Verkleinwoord
- het kamertje
- Aanwijzend
- deze kamer / die kamer
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooie kamer / de mooie kamer