De of het keer?
de keer
Betekenis
time (occasion, instance)
Voorbeeld
Dit is de eerste keer dat ik naar Parijs reis.
This is the first time I am traveling to Paris.
Ze heeft me al meerdere keren uitgenodigd voor haar verjaardagsfeest.
She has invited me to her birthday party multiple times.
- Meervoud
- de keren
- Verkleinwoord
- het keertje
- Aanwijzend
- deze keer / die keer
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooie keer / de mooie keer