De of het kleinzoon?
de kleinzoon
Betekenis
grandson (son of someone's child)
Voorbeeld
Haar kleinzoon is zwemleraar.
Her grandson is a swimming instructor.
- Meervoud
- de kleinzonen
- Verkleinwoord
- het kleinzoontje
- Aanwijzend
- deze kleinzoon / die kleinzoon
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooie kleinzoon / de mooie kleinzoon