Ga naar de hoofdinhoud

De of het maandag?

de maandag

Betekenis

Monday

Voorbeeld

Op maandag begin ik altijd vroeg met werken.

I always start working early on Monday.

De maandagen zijn het drukst in de sportschool.

The Mondays are the busiest at the gym.

Meervoud
de maandagen
Verkleinwoord
het maandagje
Aanwijzend
deze maandag / die maandag
Met bijvoeglijk naamwoord
een mooie maandag / de mooie maandag