De of het muur?
de muur
Betekenis
wall
Voorbeeld
Ze hing een schilderij aan de muur.
She hung a painting on the wall.
De kinderen tekenden op het muurtje in de tuin.
The children drew on the small wall in the garden.
- Meervoud
- de muren
- Verkleinwoord
- het muurtje
- Aanwijzend
- deze muur / die muur
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooie muur / de mooie muur