De of het onderhandelaar?
de onderhandelaar
- Meervoud
- de onderhandelaren
- Verkleinwoord
- het onderhandelaartje
- Aanwijzend
- deze onderhandelaar / die onderhandelaar
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooie onderhandelaar / de mooie onderhandelaar
de onderhandelaar