De of het ontvangstbewijs?
het ontvangstbewijs
- Meervoud
- de ontvangstbewijzen
- Verkleinwoord
- het ontvangstbewijsje
- Aanwijzend
- dit ontvangstbewijs / dat ontvangstbewijs
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooi ontvangstbewijs / het mooie ontvangstbewijs
het ontvangstbewijs