De of het speelgoed?
het speelgoed
Betekenis
toys
Voorbeeld
Het speelgoed ligt verspreid over de hele kamer.
The toys are scattered all over the room.
Op zijn verjaardag kreeg hij veel nieuw speelgoed.
On his birthday, he received a lot of new toys.
- Verkleinwoord
- het speelgoedje
- Aanwijzend
- dit speelgoed / dat speelgoed
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooi speelgoed / het mooie speelgoed