Ga naar de hoofdinhoud

De of het sport?

de sport

Betekenis

a sport; (uncountable) sports

Voorbeeld

Mijn buurman is dol op sport.

My neighbour is keen on sports.

Darts is de gezondste sport op aarde.

Darts is the most healthy sport on Earth.

Meervoud
de sporten
Verkleinwoord
het sportje
Aanwijzend
deze sport / die sport
Met bijvoeglijk naamwoord
een mooie sport / de mooie sport