De of het stommerik?
de stommerik
Betekenis
a dumbo, stupid person
- Meervoud
- de stommeriken
- Verkleinwoord
- het stommerikje
- Aanwijzend
- deze stommerik / die stommerik
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooie stommerik / de mooie stommerik
de stommerik
a dumbo, stupid person