De of het uithoudingsvermogen?
het uithoudingsvermogen
- Meervoud
- de uithoudingsvermogens
- Aanwijzend
- dit uithoudingsvermogen / dat uithoudingsvermogen
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooi uithoudingsvermogen / het mooie uithoudingsvermogen
het uithoudingsvermogen