De of het uur?
het uur
Betekenis
an hour, a period of time
Voorbeeld
Het is twaalf uur.
It is twelve o'clock.
Ze komt over een uur.
She's coming in an hour.
- Meervoud
- de uren
- Verkleinwoord
- het uurtje
- Aanwijzend
- dit uur / dat uur
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooi uur / het mooie uur