De of het verblijfplaats?
de verblijfplaats
- Meervoud
- de verblijfplaatsen
- Verkleinwoord
- het verblijfplaatsje
- Aanwijzend
- deze verblijfplaats / die verblijfplaats
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooie verblijfplaats / de mooie verblijfplaats
de verblijfplaats