Ga naar de hoofdinhoud

De of het voordeur?

de voordeur

Betekenis

front door

Voorbeeld

Ze liepen naar de voordeur en belden aan.

They walked up to the front door and rang the bell.

De voordeur was versierd met kerstkransen.

The front door was adorned with Christmas wreaths.

Meervoud
de voordeuren
Verkleinwoord
het voordeurtje
Aanwijzend
deze voordeur / die voordeur
Met bijvoeglijk naamwoord
een mooie voordeur / de mooie voordeur