De of het zaterdag?
de zaterdag
Betekenis
Saturday
Voorbeeld
De winkel is gesloten op zaterdag.
The shop is closed on Saturday.
Heb je plannen voor deze zaterdag?
Do you have plans for this Saturday?
- Meervoud
- de zaterdagen
- Verkleinwoord
- het zaterdagje
- Aanwijzend
- deze zaterdag / die zaterdag
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooie zaterdag / de mooie zaterdag