De of het zondag?
de zondag
Betekenis
Sunday
Voorbeeld
Op zondag gaan we altijd naar de kerk.
On Sunday we always go to church.
Zondagen zijn perfect voor familiebijeenkomsten.
Sundays are perfect for family gatherings.
- Meervoud
- de zondagen
- Verkleinwoord
- het zondagje
- Aanwijzend
- deze zondag / die zondag
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooie zondag / de mooie zondag