Ga naar de hoofdinhoud

De of het zoon?

de zoon

Betekenis

son

Voorbeeld

Mijn zoon gaat volgend jaar naar de universiteit.

My son is going to the university next year.

Haar zoontje speelde in de tuin met zijn vriendjes.

Her little son was playing in the garden with his friends.

Meervoud
de zoons
Verkleinwoord
het zoontje
Aanwijzend
deze zoon / die zoon
Met bijvoeglijk naamwoord
een mooie zoon / de mooie zoon