Lees eerst de vraag en zoek daarna het bewijs
Lees bij A2 Lezen eerst de situatie en de vraag. Zoek daarna de zin of tabelcel die antwoord geeft op de vraag. Vergelijk elke antwoordoptie met die informatie. Gaat de vraag over het doel van de tekst? Lees dan de hele tekst. Je maakt het examen op een computer en krijgt 65 minuten. Om te slagen moet je ongeveer 18 van de 25 vragen goed beantwoorden.
Hoeveel tijd krijg je en wanneer slaag je?
Je hebt 65 minuten om teksten te lezen en vragen te beantwoorden op een computer. DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) (Externe website, opent in een nieuw tabblad) bevestigt de tijd en de examenvorm. Op die pagina staat geen vast aantal vragen. Er staat ook niet hoeveel antwoorden je goed moet hebben om te slagen.
Om te slagen moet je ongeveer 18 van de 25 vragen goed beantwoorden. DUO geeft je de officiële uitslag.
Begin met de officiële A2-oefenexamens van DUO (Externe website, opent in een nieuw tabblad). In de A2 Lezen-examengids lees je hoe het examen werkt. Je vindt er ook 25 zelfgemaakte meerkeuzevragen. Houd voor die oefenset hetzelfde doel aan: ongeveer 18 goede antwoorden.
In vier stappen naar het antwoord
Gebruik deze vier stappen bij e-mails, brieven, roosters, folders, mededelingen en regels op het werk. Houd steeds dezelfde volgorde aan. Zoek de woorden die je nodig hebt om de vraag te beantwoorden.
Ben je gewend om een tekst eerst helemaal te vertalen? Zoek bij een detailvraag eerst de informatie die je nodig hebt.
- Lees de zin met de situatie. Wie krijgt de tekst? Wat voor tekst is het?
- Lees de vraag. Bepaal wat je zoekt: een tijd, persoon, plaats, reden, bedrag of handeling.
- Zoek die informatie in de tekst. Let op namen, datums, prijzen, tijden, kopjes en woorden die zeggen wat iemand doet. Zoek bij een tabel de rij en kolom die bij de vraag passen.
- Vergelijk elke antwoordoptie met de zin of tabelcel die je hebt gevonden. Streep een optie weg als die extra informatie toevoegt of voor meer situaties geldt dan de tekst aangeeft. Streep ook een optie weg die de betekenis van alleen, voor of na verandert.
Vraagt de vraag naar een reden of het doel van een tekst? Dan heb je soms meerdere zinnen nodig. Lees het hele stukje dat daarover gaat voordat je een antwoord kiest.
Wat zoek je bij welke vraag?
Kijk in de eerste kolom wat de vraag wil weten. De tweede kolom laat zien waar je naar zoekt. Gaat de vraag over een tijd? Let dan op datums, tijden en woorden zoals voor en na.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| De vraag gaat over | Zoek naar |
|---|---|
| Wanneer? | Datums, tijden, voor, na, vanaf, tot |
| Wie? | Namen, beroepen en rollen, zoals docent, baas, portier of assistente |
| Wat moet iemand doen? | moet, neem mee, meld u aan, bel, betaal, stuur, haal op |
| Waarom? | omdat, daarom, de reden, want |
| Hoeveel of welke optie? | De juiste tabelrij, prijs, gewicht, verdieping, abonnement of periode |
Kleine woorden kunnen het antwoord veranderen
Controleer deze Nederlandse woorden voordat je een antwoord kiest. Ze kunnen veranderen over welke tijd, persoon of handeling de vraag gaat.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Nederlandse woorden | Wat controleer je? |
|---|---|
| uiterlijk, voor, na | Moet iets vóór, op of na het genoemde tijdstip gebeuren? |
| vanaf | Zoek de tijd of datum waarop iets begint. |
| tot, tot en met | Tot geeft een eindpunt aan. Bij tot en met telt de laatste dag mee. |
| alleen, behalve | Alleen beperkt de mensen, dagen of plaatsen waarvoor iets geldt. Behalve geeft aan welke situatie niet meetelt. |
| niet, geen, hoeft niet | Niet en geen maken de zin ontkennend. Hoeft niet betekent dat je iets mag doen, maar dat het niet verplicht is. |
| als, wanneer | Deze woorden kunnen een tijd of een voorwaarde aangeven. Staat er een voorwaarde? Controleer dan of die geldt voor de situatie in de vraag. |
Voorbeeld: wat moet Milan meenemen?
In dit zelfgemaakte oefenvoorbeeld zoek je één voorwerp in een bericht van een docent. Lees de tekst en kies een antwoord. Lees pas daarna de uitleg.
Context: Milan volgt een taalcursus. Hij krijgt een bericht van zijn docent.
Tekst:
Beste cursisten, vrijdag 12 juni is lokaal 4 gesloten. De les Nederlands gaat wel door. We zitten in kamer 2 van de bibliotheek. Neem uw werkboek mee. U hoeft geen laptop mee te nemen. Kunt u niet komen? Mail docent Sara vóór donderdag 18.00 uur.
Vraag: Wat moet Milan meenemen naar de les?
A. een laptop
B. zijn werkboek
C. een e-mail voor Sara
De vraag gaat over wat Milan moet meenemen. Zoek dus naar meenemen of neem mee. De zin “Neem uw werkboek mee” bewijst dat antwoord B goed is. Antwoord A is fout: Milan hoeft geen laptop mee te nemen. Milan moet Sara mailen als hij niet kan komen. In de tekst staat niet dat hij een e-mail moet meenemen.
Vijf fouten bij het kiezen van een antwoord
Let op deze vijf fouten wanneer je een antwoordoptie met de tekst vergelijkt:
- De optie herhaalt een woord uit de tekst, maar verandert de regel, uiterste datum of persoon.
- De optie klopt, maar geeft antwoord op een andere vraag.
- Volgens de tekst is iets niet verplicht, maar volgens de optie moet het wel.
- De optie gebruikt de verkeerde rij of kolom van een tabel, zoals de begane grond in plaats van de tweede verdieping.
- De optie past bij wat je uit het dagelijks leven kent, maar in de tekst staat een andere regel.
Verdeel je tijd tussen antwoorden en controleren
Probeer dit tijdplan tijdens het oefenen. Voor de 25 vragen in de A2 Lezen-examengids heb je bij 65 minuten gemiddeld 2 minuten en 36 seconden per vraag. Een eenvoudige oefenvraag kan 30 seconden kosten. Voor een vraag waarbij je meer moet lezen, kun je 4 minuten nemen.
- Gebruik ongeveer 50 tot 55 minuten om alle vragen één keer te beantwoorden.
- Neem alleen extra tijd als je bijna de zin hebt gevonden die antwoord geeft op de vraag.
- Gebruik de laatste 5 tot 10 minuten om uiterste datums, ontkennende woorden en tabelrijen te controleren.
- Schrijf na het oefenen bij elk fout antwoord de zin of tabelcel op die het juiste antwoord bewijst.
Heb je na een paar minuten nog geen bewijs gevonden? Schrijf het vraagnummer op. Kies het antwoord dat je het beste lijkt en ga verder. Bekijk die vragen opnieuw voordat je de oefensessie afrondt.
Officiële oefenexamens en extra oefeningen
Kies Lezen op de officiële oefenpagina van DUO. DUO raadt aan om een vaste computer te gebruiken.
Wil je extra oefenen met Inburgering.org? Lees vóór een oefensessie met tijdslimiet de samenvatting van de aanpak voor A2 Lezen. In het A2 Lezen-oefenwerkboek vind je meer zelfgemaakte vragen.
Bereid je volgende oefensessie voor
Duurt het zoeken naar antwoorden te lang? Oefen de vier stappen dan eerst zonder tijdslimiet. Ben je binnen 65 minuten klaar? Controleer of je elk antwoord met de tekst kunt bewijzen. Bekijk vóór een volgende oefensessie met tijdslimiet welke woorden of tabelkoppen tot fouten leidden. Een antwoordoptie die een woord uit de tekst herhaalt, moet ook antwoord geven op de vraag.
- Auteur
- Door Inburgering.org team
- Reviewer
- Gereviewd door Kirill Svavolia
Officiële bronnen
- Taalexamens: de vorm van A2 Lezen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - DUO bevestigt dat je A2 Lezen op een computer doet en 65 minuten krijgt. Deze pagina noemt geen vast aantal vragen of juiste antwoorden dat nodig is om te slagen.
- Oefenen: officiële A2-oefenexamens (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - DUO biedt oefenexamens voor A2 Lezen aan en raadt aan om een vaste computer te gebruiken.
- Taaladvies.net: als en wanneer (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - De woorden als en wanneer kunnen allebei een tijd of een voorwaarde aangeven. De betekenis hangt af van de zin.
- Uitslag examen: je officiële uitslag (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - DUO legt uit hoe je de officiële uitslag van je A2-examen krijgt.