A1 Lezen: 19 vragen in 35 minuten
A1 Lezen toetst of je korte Nederlandse teksten begrijpt. Het examen heeft 19 vragen en duurt 35 minuten. Je hebt ongeveer 14 goede antwoorden nodig om te slagen, met een cijfer van 6 of hoger. In 2026 kost Lezen € 50. Meld je aan en betaal via Naar Nederland (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Maak daarna een afspraak bij een Nederlandse ambassade of een Nederlands consulaat.
Zo werkt A1 Lezen
Heb je een MVV (machtiging tot voorlopig verblijf) nodig om bij je partner in Nederland te gaan wonen? Dan moet je vóór je MVV-aanvraag slagen voor het basisexamen, tenzij je een vrijstelling of ontheffing hebt.
Lezen is een onderdeel van het basisexamen inburgering buitenland. Het toetst je functionele leesvaardigheid: kun je praktische teksten begrijpen? Je leest Nederlands in het Latijnse alfabet. Daarna beantwoord je meerkeuzevragen over werk, onderwijs en het dagelijks leven. Bekijk het huidige examenprogramma (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
Je maakt Lezen op een computer. Je leest korte teksten op het scherm en klikt op het antwoord. Het echte examen en het officiële oefenexamen Lezen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) hebben allebei 19 vragen. Ze duren allebei 35 minuten.
Welk cijfer heb je nodig voor A1 Lezen?
DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) geeft je voor elk examenonderdeel een cijfer van 1 tot 10. Met een 6 of hoger slaag je voor dat onderdeel. Je moet voor alle drie de onderdelen slagen: Lezen, Spreken en Kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS). Ben je voor een onderdeel gezakt? Dan moet je je voor dat onderdeel opnieuw aanmelden en betalen. De regels voor de beoordeling en herkansingen staan op Naar Nederland: examen doen (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
Voor A1 Lezen heb je ongeveer 14 van de 19 antwoorden goed nodig om te slagen. Gebruik dat ook als doel voor de oefenset hieronder: ongeveer 14 goede antwoorden, of 74%.
Kosten, aanmelden en de uitslag
In 2026 kost alleen Lezen € 50. Alle drie de examenonderdelen samen kosten € 150.
Zo meld je je aan en maak je een afspraak:
- Meld je aan via de aanmeldpagina van Naar Nederland (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
- Betaal de examenkosten.
- Wacht op de bevestiging van je betaling. Maak daarna zelf een afspraak bij de Nederlandse ambassade of het Nederlandse consulaat.
DUO stuurt je de uitslag binnen 8 weken. Meer over aanmelden, de andere examenonderdelen en de uitslag lees je in de gids voor het basisexamen inburgering buitenland.
Wil je weten hoe je verblijf bij je familie aanvraagt? Lees de gids over gezinshereniging en de MVV.
Wat je voor Lezen kunt oefenen
Oefen met korte teksten over afspraken, openingstijden, cursussen, werk, gezondheid en verloren passen. Lees ook eenvoudige verhalen. Zijn het Latijnse alfabet of de Nederlandse klanken nieuw voor je? Oefen dan ook met het herkennen van woorden. De tabel maakt onderscheid tussen deze oefening voor beginners en de korte teksten die je op het examen leest.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Vaardigheid | Oefening | Wat oefen je? |
|---|---|---|
| Woorden herkennen: oefening voor beginners die niet verplicht is | Luister naar een woord en kies het geschreven woord. Of lees een woord en kies het gesproken woord. | Nederlandse letters, korte woorden, woorden met klanken die op elkaar lijken en woorden hardop lezen. |
| Korte teksten lezen: oefenen voor het examen | Lees korte teksten en beantwoord meerkeuzevragen. | Berichten, e-mails, roosters, instructies, websites en korte verhalen. |
Begin met het officiële oefenexamen Lezen van DUO (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Na afloop zie je welke antwoorden goed zijn. Oefen daarna verder met de set hieronder of ons gratis A1-oefenexamen Lezen met tijdslimiet. Voor letters en klanken kun je de zelfstudielessen van Naar Nederland (Externe website, opent in een nieuw tabblad) gebruiken.
Zo maak je de oefenset
Zoek naar namen, dagen, tijden, getallen, plaatsen en woorden die vaker terugkomen. Een fout antwoord kan een bekend woord uit de tekst gebruiken, maar iets anders betekenen.
Let op woorden die het antwoord kunnen veranderen: niet, geen, nooit, alleen, eerst, daarna en tot.
Laat de tijd doorlopen tot je alle 19 vragen hebt beantwoord. Volg de stappen hieronder. Herhaal stap 2 tot en met 9 bij elke vraag:
- Zet een timer op 35 minuten.
- Lees eerst de vraag en daarna de tekst.
- Zoek de woorden die je nodig hebt voor het antwoord.
- Vertaal alleen die woorden als dat nodig is.
- Controleer de hele zin.
- Let op woorden die het antwoord veranderen.
- Kies het antwoord dat het best bij de vraag past.
- Schrijf op papier op over welke antwoorden je twijfelt.
- Ga verder als je vastloopt.
- Vergelijk na afloop je antwoorden met de antwoordenlijst.
- Lees de woorden die elk antwoord bewijzen.
- Tel je goede antwoorden.
Oefenset met 9 teksten en 19 vragen
Met deze set van Inburgering.org oefen je korte Nederlandse teksten en meerkeuzevragen. De opzet is hetzelfde als bij het openbare oefenexamen, maar de teksten zijn nieuw. De namen, contactgegevens, prijzen en regels in de voorbeelden zijn verzonnen. Houd de teksten en antwoorden tijdens het oefenen in het Nederlands.
Bij elke tekst zie je de woorden tekst, vraag en context. De context vertelt je in welke situatie je de tekst leest.
In tekst 7 gaat het om een OV-chipkaart, een kaart voor het openbaar vervoer. De prijzen en regels horen bij het oefenvoorbeeld. Voor echte betaalmogelijkheden en kaartregels lees je de gids over openbaar vervoer in Nederland.
Tekst 1: Buurthuis De Brug
Context: Dit bord hangt in een buurthuis. Zoek bij welke verdieping een ruimte staat. De plaatsen staan van beneden naar boven.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Plaats | Wat is er? |
|---|---|
| Kelder | Fietsenstalling, toiletten |
| Begane grond | Receptie, koffiehoek |
| Verdieping 1 | Lokaal 1-6, taallessen |
| Verdieping 2 | Bibliotheek, computerlokaal |
- Vraag 1. Samira wil oefenen op de computer. Waar moet zij zijn? A. In de kelder. B. Op verdieping 1. C. Op verdieping 2.
- Vraag 2. Omar wil koffie drinken. Waar is de koffiehoek? A. Op de begane grond. B. Op verdieping 1. C. Op verdieping 2.
Tekst 2: Bericht van Nadia
Context: Farah krijgt een bericht van haar vriendin Nadia. Hoi Farah, ik wil je graag zien. Maandag moet ik werken. Dinsdag ben ik vrij. Woensdag ga ik naar de tandarts. In het weekend komt mijn broer. Zullen we dinsdag in het park afspreken? Ik neem broodjes mee. Groetjes, Nadia
- Vraag 3. Wanneer kan Nadia afspreken? A. Op maandag. B. Op dinsdag. C. Op woensdag.
- Vraag 4. Waar wil Nadia afspreken? A. In het park. B. Bij Farah thuis. C. Bij de tandarts.
Tekst 3: Werk op Marktplein
Context: Dit staat op de website van een uitzendbureau. De vier banen hebben verschillende werktijden.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Werk | Tijden |
|---|---|
| Medewerker bakkerij | Maandag tot en met vrijdag van 6.00 tot 9.00 uur - 15 uur per week |
| Winkelhulp | Zaterdag van 10.00 tot 16.00 uur - 6 uur per week |
| Medewerker magazijn | Maandag, woensdag en vrijdag van 14.00 tot 18.00 uur - 12 uur per week |
| Schoonmaker school | Maandag tot en met vrijdag van 18.00 tot 20.00 uur - 10 uur per week |
- Vraag 5. Lina wil vijf dagen per week in de avond werken. Welk werk past bij haar? A. Medewerker bakkerij. B. Winkelhulp. C. Schoonmaker school.
- Vraag 6. Karim wil in het magazijn werken. Hoe laat begint hij? A. Om 9.00 uur. B. Om 14.00 uur. C. Om 18.00 uur.
Tekst 4: E-mail van docent Lotte
Context: An krijgt een e-mail van haar computerdocent. Beste cursisten, volgende week woensdag is onze laatste les. Ik neem koffie en thee mee. Willen jullie iets kleins te eten meenemen? De school heeft kopjes en borden, dus die hoeven jullie niet mee te nemen. De nieuwe computercursus begint volgende maand op maandag. U kunt zich inschrijven tot vrijdag. Groeten, Lotte
- Vraag 7. Wat neemt Lotte mee naar de laatste les? A. Koffie en thee. B. Eten. C. Kopjes en borden.
- Vraag 8. Tot wanneer kan An zich inschrijven voor de nieuwe cursus? A. Tot maandag. B. Tot woensdag. C. Tot vrijdag.
Tekst 5: Ziek melden bij taalschool
Context: Milo leest hoe hij zich ziek meldt bij zijn taalschool. Kunt u niet naar de les komen? Bel dan voor 9.00 uur naar de school. Bent u later dan 9.00 uur ziek? Stuur dan een bericht aan uw docent. Bent u meer dan drie dagen ziek? Bel dan ook met de administratie. Komt u weer naar school? Neem dan uw huiswerk mee.
- Vraag 9. Waarover gaat deze tekst? A. Hoe u een les betaalt. B. Wat u doet als u ziek bent. C. Wanneer de vakantie begint.
- Vraag 10. Milo is vier dagen ziek. Wat moet hij doen? A. Alleen zijn huiswerk meenemen. B. Met de administratie bellen. C. Naar de vakantiepagina kijken.
Tekst 6: Tandarts Van Dijk
Context: Deze tekst staat op de website van een tandarts. Tandarts Van Dijk, Stationsstraat 12, 2801 AB Lestad. Wij zijn open van maandag tot en met donderdag van 8.00 tot 17.00 uur. Op vrijdag zijn wij open van 8.00 tot 13.00 uur. U kunt een afspraak maken tussen 9.00 en 11.00 uur. Heeft u veel pijn en kan het niet wachten? Bel dan het spoednummer. Afspraak: 071 - 22 33 44. Spoed: 071 - 22 33 99.
- Vraag 11. Het is dinsdag. Sara wil een afspraak maken. Hoe laat kan zij bellen? A. Tussen 8.00 en 17.00 uur. B. Tussen 9.00 en 11.00 uur. C. Tussen 13.00 en 17.00 uur.
- Vraag 12. Niels heeft veel pijn en kan niet wachten. Wat moet hij doen? A. Het spoednummer bellen. B. Tot vrijdag wachten. C. Naar de Stationsstraat schrijven.
Tekst 7: OV-chipkaart kwijt?
Context: Deze tekst gaat over een OV-chipkaart. OV-chipkaart kwijt? Bent u uw kaart kwijt? Blokkeer de kaart dan online. Daarna kunt u een nieuwe kaart aanvragen. Een nieuwe kaart kost 11 euro. Wilt u de kaart sneller krijgen? Dan betaalt u 6 euro extra. U krijgt de kaart dan binnen twee dagen. Uw kaart kost dan in totaal 17 euro. Is uw kaart gestolen? Bel dan eerst de klantenservice.
- Vraag 13. Mei wil binnen twee dagen een nieuwe kaart. Hoeveel betaalt zij in totaal? A. 6 euro. B. 11 euro. C. 17 euro.
- Vraag 14. De kaart van Hugo is gestolen. Wat moet hij eerst doen? A. De klantenservice bellen. B. Een nieuwe kaart kopen. C. Twee dagen wachten.
Tekst 8: Taalcentrum Start
In het cursusbericht staan A2 (basisniveau) en B1 (niveau voor zelfstandig taalgebruik).
Context: Deze tekst gaat over cursussen Nederlands. Wilt u Nederlands leren? Taalcentrum Start heeft drie cursussen. Cursus A1: u leert korte zinnen lezen en zeggen. Cursus A2: u leert beter lezen, praten en schrijven. Cursus B1: u leert langere teksten begrijpen en gesprekken voeren. De lessen zijn op maandag en donderdag. Wilt u meedoen? Stuur een e-mail naar info@taalstart.example.
- Vraag 15. Julia kan al korte zinnen lezen. Zij wil beter leren lezen en schrijven. Welke cursus past het best? A. Cursus A1. B. Cursus A2. C. Cursus B1.
- Vraag 16. Wat moet Julia doen als zij mee wil doen? A. Een e-mail sturen. B. Op zaterdag komen. C. De docent bellen.
Tekst 9: Verhaal over Elena
Context: Dit is een kort verhaal. Elena gaat verhuizen. Zaterdag komen haar vrienden helpen. Elena zet dozen in de gang. In een doos zitten boeken. In een andere doos zitten kopjes en borden. Dan zoekt Elena haar huissleutel. Zij kijkt in haar tas en op de tafel, maar de sleutel is weg. Haar broer pakt een kopje uit de doos. In het kopje ligt de sleutel. Iedereen lacht. Nu kan Elena de deur openen.
- Vraag 17. Wat gaat Elena doen? A. Verhuizen. B. Naar school gaan. C. Werken in een winkel.
- Vraag 18. Wie komen Elena helpen? A. Haar buren. B. Haar vrienden. C. Haar collega’s.
- Vraag 19. Waar ligt de sleutel? A. In een kopje. B. In haar tas. C. Op de tafel.
Antwoorden en je oefenscore
Tel 1 punt voor elk goed antwoord. Gebruik ongeveer 14 van de 19 goede antwoorden als doel voor deze oefenset.
Zoek je antwoord op bij het nummer van de vraag. De tabel loopt van vraag 1 tot en met 19. Bij elk antwoord staan de Nederlandse woorden die laten zien waarom het klopt.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Vraag | Antwoord | Bewijs |
|---|---|---|
| 1 | C | computerlokaal staat bij verdieping 2 |
| 2 | A | koffiehoek staat bij begane grond |
| 3 | B | Dinsdag ben ik vrij |
| 4 | A | in het park afspreken |
| 5 | C | Schoonmaker school is maandag tot en met vrijdag van 18.00 tot 20.00 uur |
| 6 | B | Medewerker magazijn begint om 14.00 uur |
| 7 | A | Ik neem koffie en thee mee |
| 8 | C | U kunt zich inschrijven tot vrijdag |
| 9 | B | regels voor als u niet naar de les kunt komen en ziek bent |
| 10 | B | meer dan drie dagen ziek? Bel dan ook met de administratie |
| 11 | B | afspraak maken tussen 9.00 en 11.00 uur |
| 12 | A | veel pijn en kan het niet wachten? Bel dan het spoednummer |
| 13 | C | 11 euro + 6 euro extra = 17 euro |
| 14 | A | Is uw kaart gestolen? Bel dan eerst de klantenservice |
| 15 | B | Cursus A2: u leert beter lezen, praten en schrijven |
| 16 | A | Stuur een e-mail naar info@taalstart.example |
| 17 | A | Elena gaat verhuizen |
| 18 | B | Zaterdag komen haar vrienden helpen |
| 19 | A | In het kopje ligt de sleutel |
Hoe oefen je verder?
Heb je minder dan ongeveer 14 antwoorden goed? Schrijf de Nederlandse woorden op die elk antwoord bewijzen. Oefen die woorden en maak de set opnieuw. Heb je in 35 minuten ongeveer 14 antwoorden goed? Maak dan een andere set met tijdslimiet. Zo controleer je of je ook nieuwe teksten begrijpt. Je oefenscore helpt je kiezen wat je verder moet leren. DUO bepaalt de uitslag van je echte examen.
Lees je langzaam omdat je Nederlandse letters en klanken nog niet goed herkent? Oefen dan woordherkenning naast het lezen van korte teksten.
Voor Spreken, KNS en het maken van een examenafspraak kun je ook de gids voor het basisexamen inburgering buitenland gebruiken.
- Gratis samenvatting en pdf voor A1 Lezen: herhaal de examenopzet, het oefenen van woordherkenning en de controlelijst voor de laatste week.
- Gratis oefenboek en pdf voor A1 Lezen: druk meer teksten, antwoorden en bewijsregels af.
- Gids voor het basisexamen inburgering buitenland: aanmelden, Spreken, KNS en de uitslag
- Auteur
- Door Inburgering.org team
- Reviewer
- Gereviewd door Kirill Svavolia
Officiële bronnen
- Naar Nederland: leren voor het examen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - De drie examenonderdelen, de A1-eis voor Lezen en de officiële lessen om zelf te oefenen.
- Naar Nederland: officiële oefenexamens (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Het echte examen Lezen en het officiële oefenexamen hebben allebei 19 vragen en duren 35 minuten.
- Naar Nederland: examen doen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Examen doen op de computer, automatische beoordeling van Lezen, cijfers van 1 tot 10, slagen vanaf een 6, uitslag binnen 8 weken en herkansingen.
- Examenprogramma basisexamen inburgering (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Het huidige examenprogramma toetst functioneel lezen met korte teksten en meerkeuzevragen.
- Examenreglement basisexamen inburgering (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Kosten per onderdeel, een afspraak maken na betaling, cijfers van 1 tot 10, slagen vanaf een 6 en herkansingen.
- Naar Nederland: aanmelden en kosten (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Lezen kost € 50 en het volledige examen kost € 150; deze pagina legt uit hoe je je aanmeldt, betaalt en een afspraak maakt.
- DUO: officieel oefenexamen Lezen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Het openbare oefenexamen met negen teksten en de instructie om steeds eerst de vraag te lezen.
- Raad van Europa (Europese organisatie voor mensenrechten): beschrijvingen van taalniveaus (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Beschrijvingen van basisvaardigheden op A2 en zelfstandig taalgebruik op B1, als uitleg bij deze niveaus.
- IND (Immigratie- en Naturalisatiedienst): basisexamen inburgering in het buitenland (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Wanneer je vóór een MVV-aanvraag voor verblijf bij je partner moet slagen voor het basisexamen, en de vrijstellingen en ontheffingen.