Spreken A1: 22 korte antwoorden in 30 minuten
Bij Spreken A1 (basisniveau) van het Basisexamen geef je 22 antwoorden in 30 minuten. Dat staat op de pagina met oefenexamens van Naar Nederland (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Je beantwoordt 10 vragen en maakt 12 zinnen af. Je hebt ongeveer 34 van de 44 punten nodig om te slagen. De officiële voldoende is een 6 of hoger, volgens Naar Nederland: Examen doen (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Geef korte Nederlandse antwoorden die bij de opdracht passen en verstaanbaar zijn.
Spreekvaardigheid is het spreekonderdeel op A1 van het Basisexamen inburgering buitenland. Met de eigen oefenvragen op deze pagina oefen je hardop antwoorden geven.
Bereid je je tegelijk voor op het examen en een aanvraag om bij je familie te wonen? In de gids over gezinshereniging in Nederland lees je hoe je de aanvraag plant.
Eenvoudig Nederlands spreken in dagelijkse situaties
Het examen toetst of je eenvoudig Nederlands kunt spreken in dagelijkse situaties. Je vertelt bijvoorbeeld waar je woont, wat je doet, wat je nodig hebt, hoe je reist of wat je eet. Je maakt ook zinnen over een plaatje af. Een kort antwoord mag, zolang het bij de opdracht past. Een geoefende luisteraar moet je kunnen verstaan.
Vragen beantwoorden en zinnen afmaken
Spreken heeft twee soorten opdrachten. De pagina met oefenexamens van Naar Nederland (Externe website, opent in een nieuw tabblad) legt ze uit:
- Vraag en antwoord: je beantwoordt 10 vragen over dagelijkse situaties. Je hoort iemand in een video en geeft zelf antwoord.
- Zinnen afmaken: je maakt 12 zinnen af. Je ziet een plaatje en leest en hoort de opdracht. Daarna maak je de zin hardop af.
Je maakt het spreekexamen op een computer met een koptelefoon en microfoon.
Gebruik bij het oefenen een microfoon of een koptelefoon met ingebouwde microfoon. Probeer daarna beide soorten opdrachten in het oefenexamen Spreken A1 van DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
Als je gewend bent om bij een spreektoets met een docent te praten, oefen dan ook met een opname. Tijdens dit examen spreek je tegen de computer.
Luister bij een vraag naar het vraagwoord: wat, waar, wanneer, hoe, wie of waarom. Begin meteen met je antwoord: Ik ga…, Ik woon…, Ik eet… of Mijn familie….
Kijk bij Zinnen afmaken eerst naar het plaatje. Maak daarna de begonnen zin af. Een logisch groepje woorden kan genoeg zijn: naar school, met de bus, warm, in de tas of voor mijn moeder. Begin binnen de eerste paar seconden te spreken. Voeg alleen een eenvoudig detail toe als de opdracht dat nodig maakt.
Wanneer je slaagt en hoe je je opnames beoordeelt
DUO (Externe website, opent in een nieuw tabblad) geeft voor elk examenonderdeel een cijfer van 1 tot 10. Met een 6 of hoger slaag je voor Spreken.
Voor de 22 opdrachten kun je samen 44 punten halen. Je hebt ongeveer 34 van de 44 punten nodig om te slagen. Dat is ongeveer 77%.
Mensen beoordelen je antwoorden met het Beoordelingsmodel Spreekvaardigheid A1 (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Bij beide soorten opdrachten krijg je 0 of 1 punt voor de inhoud en 0 of 1 punt voor de uitspraak. Luister je oefenopnames terug en controleer deze twee dingen:
- Inhoud: beantwoord je de vraag of maak je de zin logisch af?
- Uitspraak: kan een geoefende luisteraar je met enige inspanning verstaan?
Een ontbrekend antwoord krijgt 0 punten voor de inhoud. Dat geldt ook als je antwoord niet bij de opdracht past of niet verstaanbaar is. Bij Zinnen afmaken krijgt een aanvulling zonder bruikbare betekenis ook 0 punten. Als de inhoud 0 punten krijgt, krijgt de uitspraak ook 0 punten. Eén passend woord kan genoeg zijn. Ook met grammaticafouten kun je punten halen. Kies woorden die je duidelijk kunt uitspreken.
Kosten en een examenafspraak maken
In 2026 kost Spreken € 50. Het hele examen kost € 150. Op de pagina aanmelden voor het examen van Naar Nederland (Externe website, opent in een nieuw tabblad) staat deze volgorde:
- Meld je aan via Naar Nederland (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
- Betaal voor het examen.
- Gebruik de betaalbevestiging om een afspraak te maken bij de Nederlandse ambassade of het consulaat.
In de gids over aanmelden voor het Basisexamen lees je meer over deze stappen.
In stappen een kort antwoord geven
Oefen elk antwoord met deze stappen:
- Zoek het belangrijkste woord in de vraag of op het plaatje.
- Geef een direct antwoord in eenvoudig Nederlands.
- Voeg bij Vraag en antwoord alleen een detail toe als de opdracht dat nodig maakt.
- Is je antwoord onduidelijk? Verbeter het.
- Stop zodra je antwoord of aanvulling duidelijk is.
22 eigen oefenopdrachten voor Spreken
Inburgering.org heeft de opdrachten hieronder geschreven als extra oefenmateriaal. Je ziet geschreven vragen en beschrijvingen van plaatjes. Daarmee oefen je je woorden en uitspraak. Gebruik ook het officiële oefenexamen op de computer. Daar hoor je de vragen en zie je de plaatjes.
Neem elk antwoord op. Geef jezelf 1 punt voor de inhoud en 1 punt voor verstaanbare uitspraak. Gebruik daarbij de twee controles hierboven. Krijgt de inhoud 0 punten? Geef dan ook 0 punten voor de uitspraak. Je kunt met deze oefenset 44 punten halen. Om te slagen heb je ongeveer 34 van de 44 punten nodig.
Onderdeel 1: Vraag en antwoord
Geef bij Vraag en antwoord een direct antwoord in het Nederlands. In de laatste kolom staat steeds één mogelijk antwoord.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Vraag | Opdracht | Mogelijk antwoord |
|---|---|---|
| 1 | U bent bij de apotheek. Wat koopt u? | Ik koop medicijnen en pleisters. |
| 2 | U hebt een vrije dag. Wat doet u? | Ik ga wandelen en ik bel mijn familie. |
| 3 | U ziet een kind vallen. Wat doet u? | Ik help het kind en ik vraag: gaat het? |
| 4 | U gaat naar de markt. Wat koopt u? | Ik koop tomaten, brood en appels. |
| 5 | U bent moe. Wat doet u vanavond? | Ik eet vroeg en ik ga naar bed. |
| 6 | U wilt Nederlands oefenen. Met wie praat u? | Ik praat met mijn buurman en met mijn docent. |
| 7 | U krijgt een brief. Wat doet u? | Ik lees de brief. Soms vraag ik hulp. |
| 8 | Uw fiets is kapot. Hoe gaat u naar school of werk? | Ik ga met de bus of ik loop. |
| 9 | U kookt voor uw familie. Wat maakt u? | Ik maak rijst met groente. |
| 10 | U moet om negen uur ergens zijn. Hoe laat vertrekt u? | Ik vertrek om half negen. |
Onderdeel 2: Zinnen afmaken
Een korte, logische aanvulling kan genoeg zijn. Stel je het beschreven plaatje voor en maak de Nederlandse zin af. De laatste kolom geeft steeds één mogelijk antwoord.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Vraag | Beschrijving van het plaatje | Zin om af te maken | Mogelijk antwoord |
|---|---|---|---|
| 11 | Een kom warme soep. | Mira roert in de soep. De soep is... | warm. |
| 12 | Een man kijkt onder een stoel. | Pavel zoekt zijn sleutel. Hij kijkt... | onder de stoel. |
| 13 | Een vrouw met een handdoek bij de badkamer. | Yara pakt een handdoek. Ze gaat... | douchen. |
| 14 | Brood in een schooltas. | Sami doet brood in zijn tas. Hij neemt brood mee naar... | school. |
| 15 | Een vrouw bij de kassa. | Lotte staat bij de kassa. Ze gaat... | betalen. |
| 16 | Een donkere kamer en een lamp. | Jin doet de lamp aan. Het is... | donker. |
| 17 | Een vrouw opent de koelkast. | Amina opent de koelkast. Ze zoekt... | eten. |
| 18 | Een bericht op een telefoon. | Pavel leest een bericht. Het bericht staat op zijn... | telefoon. |
| 19 | Een vrouw met een helm naast een fiets. | Nour draagt een helm. Ze rijdt op haar... | fiets. |
| 20 | Bloemen op een tafel. | Diego legt bloemen op tafel. De bloemen zijn voor... | zijn moeder. |
| 21 | Een natte jas aan een kapstok. | Yusuf hangt zijn jas op. Zijn jas is... | nat. |
| 22 | Een klok en iemand die rent. | Iris kijkt op de klok. Ze is... | te laat. |
Eerst officieel oefenen, daarna extra oefenen
Begin met de oefenexamens van Naar Nederland (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Leer daarmee de A1-woorden en de soorten vragen kennen. Het echte examen ziet er anders uit dan het oefenexamen.
Gebruik daarna het gratis oefenexamen Spreken A1 van Inburgering.org om extra te oefenen met een tijdslimiet.
Gebruik deze gewoonten tijdens het oefenen:
- Neem je antwoorden op en luister terug. Kun je je eigen belangrijkste woorden niet verstaan? Maak de zin dan korter.
- Bereid korte antwoorden voor over familie, wonen, eten, reizen, werk, school, gezondheid, boodschappen en het weer.
- Oefen beide soorten opdrachten. Besteed evenveel oefentijd aan Zinnen afmaken totdat je weet hoe die opdrachten werken.
Bekijk ook de voorbeeldantwoorden voor Spreken A1.
Kies wat je verder wilt oefenen
Verlies je punten voor de inhoud? Oefen dan om precies de gestelde vraag te beantwoorden of de zin logisch af te maken. Past je antwoord wel, maar is het moeilijk te verstaan? Neem een kortere versie op en luister opnieuw. Oefen vóór de examendag ook met het officiële oefenexamen op de computer. Zo oefen je met geluid en plaatjes.
Een passend kort antwoord kan punten opleveren. Gebruik je oefentijd om duidelijk te antwoorden in plaats van lang te praten.
Kies het materiaal dat bij je volgende stap past.
- Auteur
- Door Inburgering.org team
- Reviewer
- Gereviewd door Kirill Svavolia
Officiële bronnen
- Naar Nederland - Oefenexamens maken (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Officieel oefenexamen Spreken: 22 opdrachten in 30 minuten, met 10 vragen en 12 zinnen om af te maken.
- Beoordelingsmodel Spreekvaardigheid A1 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Huidig model van 10 augustus 2026: inhoud en uitspraak krijgen elk 0 of 1 punt; ook korte antwoorden kunnen punten opleveren.
- Examenreglement basisexamen inburgering (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Regels voor aanmelden, examenonderdelen, uitslag en herkansingen.
- Naar Nederland - Examen doen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Examen op de computer, beoordeling door mensen, cijfers van 1 tot 10 en een voldoende vanaf 6 voor elk onderdeel.
- Naar Nederland - Aanmelden voor het examen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Kosten in 2026: € 50 voor Spreken en € 150 voor het hele examen; eerst aanmelden en betalen, daarna een afspraak maken bij een ambassade of consulaat.
- DUO - Oefenexamen Spreken A1 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Officieel oefenexamen op de computer met videovragen en zinnen om af te maken.
- Raad van Europa (Europese organisatie voor mensenrechten) - Taalniveau A1 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - A1 is een basisniveau voor alledaagse uitdrukkingen, persoonlijke gegevens en korte gesprekken.
- Naar Nederland - Handleiding voor zelfstudie (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Spreekexamen op een computer met een koptelefoon en microfoon om vragen te horen en antwoorden op te nemen (pagina 11).