B1 Luisteren: 90 minuten, elk fragment één keer
Luisteren hoort bij Staatsexamen NT2 (Nederlands als tweede taal) Programma I, het examen op B1. Je maakt ongeveer 40 meerkeuzevragen op de computer in 90 minuten. Voor elke vraag krijg je 25 seconden leestijd. Daarna start het fragment vanzelf en hoor je het één keer. Je mag geen woordenboek gebruiken. Begin je voorbereiding met officiële oefenexamens. Gebruik daarna de vijf eigen oefeningen op deze pagina.
Luisteren op B1 en B2
Bij Programma I (Externe website, opent in een nieuw tabblad) doe je examen op B1. Programma II toetst B2. Het luisterexamen duurt op beide niveaus 90 minuten. Op deze pagina oefen je voor B1.
Bereid je ook de andere onderdelen voor? Lees de gids over Staatsexamen NT2. In de vergelijking van de luisterexamens lees je wat verschilt tussen A2, B1 en B2.
Waarover gaan de luistervragen op B1?
Bij B1 Luisteren moet je gesprekken en uitleg over werk, studie en dagelijks leven begrijpen. Je hoort verschillende stemmen, versprekingen en herhalingen. Soms zijn er geluiden op de achtergrond. Een spreker kan een accent hebben, maar spreekt geen dialect. Dit staat in de officiële beschrijving van Luisteren (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
Met de vijf oefeningen op deze pagina oefen je om de volgende informatie te herkennen:
- Een reden: waarom een les, afspraak, route of plan verandert.
- Een voorwaarde: wat eerst moet gebeuren voordat iemand hulp krijgt, mag gaan werken, aan een cursus meedoet of toestemming krijgt.
- Een mening: wat de spreker prettig vindt, betwijfelt, moeilijk vindt of adviseert.
- Een verantwoordelijkheid: wie moet bellen, bewijs meenemen, een leidinggevende informeren, een dossier bijwerken of de volgende afspraak maken.
- Een tegenstelling of correctie: wat verandert na maar, toch, alleen, uiteindelijk of in plaats daarvan.
Zo verloopt het B1-luisterexamen
Je maakt Luisteren van Programma I op de computer en gebruikt een koptelefoon. De tabel geeft de officiële examenregels.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Onderdeel | Examenregel |
|---|---|
| Tijd | 90 minuten. |
| Luistermateriaal | 5 of meer luisterteksten en 1–3 filmpjes. |
| Vragen | Ongeveer 40 meerkeuzevragen. |
| Leestijd | 25 seconden om elke vraag en de antwoorden te lezen. |
| Afspelen | Elk fragment start vanzelf. Je kunt niet pauzeren of opnieuw luisteren. |
| Woordenboek | Bij Luisteren mag je geen woordenboek gebruiken. |
Na het luisteren kies je een antwoord en klik je op Volgende. Je kunt later teruggaan naar een vraag en je antwoord veranderen. Het fragment kun je dan niet opnieuw horen.
Ben je gewend aan luisteroefeningen waarbij je een fragment twee keer hoort? Oefen hier vanaf de eerste ronde met één keer luisteren, zonder woordenboek.
Met welke score slaag je voor B1 Luisteren?
Je slaagt voor Luisteren met een score van 500 of hoger. De computer telt voor elk goed antwoord één punt. Daarna rekent de computer die punten om naar een score. Lees hierover de officiële uitleg over de beoordeling (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
Heb je bij het oefenen bijvoorbeeld 4 van de 5 vragen goed? Dan weet je hoeveel antwoorden goed waren. De omgerekende score staat op je officiële examenuitslag.
Wat kost B1 Luisteren?
In 2026 betaal je normaal € 50 voor het onderdeel Luisteren. Dat bedrag geldt voor B1 en B2. Bekijk in Mijn DUO, je persoonlijke omgeving bij DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) (Externe website, opent in een nieuw tabblad), of je recht hebt op een gratis examen of kunt betalen uit je lening.
Je aanmelden voor B1 Luisteren
Je kunt je bij DUO aanmelden (Externe website, opent in een nieuw tabblad) vanaf ongeveer acht weken voor de examendatum. Log in op Mijn DUO met je eigen DigiD, waarmee je online laat zien wie je bent. Kun je geen DigiD aanvragen? Gebruik dan de aanmeldmogelijkheid van DUO zonder DigiD.
Neem op de examendag een geldig identiteitsbewijs en je oproepbrief mee. De oproepbrief is de brief met je uitnodiging voor het examen. Bekijk de officiële lijst van wat je moet meenemen (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
De stappen voor aanmelden en betalen staan in de uitleg over aanmelden voor Staatsexamen NT2.
Oefenen met officiële B1-luisterexamens
Bekijk eerst de instructiefilms op de officiële oefenpagina (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Open daarna de oefenomgeving op een laptop of computer. Op een telefoon of tablet werkt deze omgeving niet goed.
Maak een volledig officieel luisterexamen om het examenverloop te oefenen. Houd de examentijd van 90 minuten aan voor ongeveer 40 vragen. Luister één keer en gebruik geen woordenboek.
Wil je daarna verder oefenen? Maak ons gratis B1-luisterproefexamen. Dat proefexamen en de vijf oefeningen hieronder zijn gemaakt door Inburgering.org. Het zijn eigen oefenmaterialen, geen officiële examenvragen.
Zo gebruik je de 25 seconden leestijd
In de 25 seconden leestijd bepaal je waarop je moet letten. Werk bij elke vraag in deze volgorde:
- Kijk waarop de vraag gericht is: waarom, welk advies, welke voorwaarde, wat vindt, wat moet of wanneer.
- Bepaal wat je moet horen: een datum, reden, persoon, actie, voorwaarde of mening.
- Blijf tot het einde luisteren, ook als je een bekend woord hoort. Een fout antwoord kan een woord uit het fragment herhalen. In oefening 1 gaat antwoord A over het raam. De monteur komt echter later omdat de technische dienst eerst de foto’s wil beoordelen.
- Kies het antwoord dat past bij wat de spreker bedoelt, terwijl je nog goed weet wat je hebt gehoord. Je kunt de vraag later weer bekijken, maar het fragment niet opnieuw beluisteren.
Vijf eigen luisteroefeningen op B1
Bij elke oefening staan een luistertekst, een vraag en antwoorden. Vraag iemand om de Nederlandse tekst één keer op natuurlijk tempo voor te lezen of voor je op te nemen. Houd de tekst buiten beeld bij je eerste poging.
Doe elke oefening in deze volgorde:
- Lees de vraag en de antwoorden. Neem hiervoor 25 seconden.
- Luister één keer naar de tekst.
- Kies je antwoord.
- Lees pas daarna de tekst en bekijk de uitleg bij de antwoorden.
Oefening 1: een reparatieafspraak met de woningcorporatie
Situatie: Samira belt de woningcorporatie omdat er vocht bij haar keukenraam zit.
Vraag: Waarom komt de monteur waarschijnlijk pas volgende week?
- A Omdat Samira het raam te lang open heeft laten staan.
- B Omdat de technische dienst eerst foto’s wil beoordelen.
- C Omdat de opzichter vorige week geen melding heeft gevonden.
Tekst om door iemand anders te laten voorlezen. Lees hem zelf pas na het luisteren:
Medewerker: Woningcorporatie De Brug, u spreekt met Martijn. Waarmee kan ik u helpen?
Samira: Goedemorgen, ik heb al twee keer een melding gedaan over vocht bij mijn keukenraam. Er komt nu ook een donkere plek op de muur. Ik maak me zorgen dat het schimmel wordt.
Medewerker: Ik zie uw melding staan. De opzichter is vorige week geweest, maar hij kon toen niet goed beoordelen waar het vocht vandaan kwam, omdat het raam net open had gestaan.
Samira: Ja, ik had gelucht, omdat het zo benauwd was. Maar de plek blijft nat, ook als ik de verwarming aanzet.
Medewerker: Dan wil de technische dienst eerst foto’s ontvangen van de muur en van de buitenkant van het kozijn. Daarna plannen zij een monteur in.
Samira: Kan dat deze week nog?
Medewerker: Dat wordt lastig. Als u de foto’s vandaag vóór drie uur mailt, kan de opzichter morgen kijken. De monteur kan dan waarschijnlijk volgende week dinsdag komen. Als het vocht snel erger wordt, moet u direct opnieuw bellen.
Oefening 2: advies van een stagebegeleider
Situatie: Rafael volgt een opleiding zorg en welzijn in het mbo (middelbaar beroepsonderwijs). Hij bespreekt zijn stage met zijn begeleider.
Vraag: Welk advies geeft de begeleider aan Rafael?
- A Begin met een kleine activiteit en bespreek die met zijn werkbegeleider.
- B Wacht tot de stageplek zelf een grotere opdracht voor hem bedenkt.
- C Organiseer meteen een hele middag, zodat school genoeg bewijs krijgt.
Tekst om door iemand anders te laten voorlezen. Lees hem zelf pas na het luisteren:
Begeleider: Rafael, ik heb je logboek gelezen. Je schrijft dat je op de groep graag meer zelfstandig wilt doen. Kun je uitleggen wat je bedoelt?
Rafael: Ik mag veel observeren en ik help met koffie inschenken, maar ik wil ook leren hoe je een activiteit voorbereidt. Volgende maand moet ik daar op school een opdracht over maken.
Begeleider: Dat begrijp ik. Je stageplek is voorzichtig, omdat sommige bewoners snel onrustig worden als er te veel verandert. Maar je hoeft niet te wachten tot iemand alles voor je regelt.
Rafael: Wat kan ik dan doen?
Begeleider: Vraag je werkbegeleider om één vast moment in de week waarop jullie samen een kleine activiteit voorbereiden. Bijvoorbeeld een geheugenspel of samen muziek luisteren. Maak het niet te groot. Schrijf vooraf op wat het doel is, wat je nodig hebt en hoe je merkt of de bewoners het prettig vinden.
Rafael: Dus ik moet niet meteen zelf een hele middag organiseren?
Begeleider: Nee. Laat eerst zien dat je goed nadenkt over een klein onderdeel. Dan krijg je vanzelf meer ruimte.
Oefening 3: een wijkbijeenkomst over een binnentuin
Situatie: Een medewerker van de gemeente legt een nieuw plan uit voor een binnentuin achter meerdere flatgebouwen.
Vraag: Wat kunnen de bewoners volgens de gemeentemedewerker vooral beslissen?
- A Of de gemeente de binnentuin wel of niet gaat vernieuwen.
- B Hoe de tuin gebruikt wordt binnen de grenzen van veiligheid en budget.
- C Welke buurman verantwoordelijk wordt voor het onderhoud van de tuin.
Tekst om door iemand anders te laten voorlezen. Lees hem zelf pas na het luisteren:
Gemeentemedewerker: Fijn dat u met zoveel mensen bent gekomen. De binnentuin achter de flats wordt volgend jaar opnieuw ingericht. De gemeente betaalt de basis: betere verlichting, een nieuw pad en het weghalen van de kapotte schuttingen. Maar we willen niet alles zelf bepalen. Bewoners kunnen meedenken over het gebruik van de tuin.
Bewoner: Betekent dat dat wij mogen kiezen welke speeltoestellen er komen?
Gemeentemedewerker: Gedeeltelijk. Er is ruimte voor één klein speeltoestel, maar het moet passen bij veiligheidseisen en bij het budget. U kunt wel aangeven of u liever iets voor jonge kinderen wilt, of juist een plek waar oudere kinderen kunnen zitten.
Bewoonster: En de moestuinbakken die er nu staan?
Gemeentemedewerker: Die kunnen blijven, als er minstens vijf bewoners zijn die ze samen willen onderhouden. Vorig jaar deed bijna alles één buurman alleen. Dat is niet de bedoeling.
Bewoner: Wanneer moeten we beslissen?
Gemeentemedewerker: Vanavond verzamelen we ideeën. Over drie weken krijgt u twee ontwerpen. Daarna stemmen de bewoners online en op papier.
Oefening 4: instructies bij een kinderdagverblijf
Situatie: Een teamleider legt een nieuwe medewerker uit hoe zij met vragen van ouders, medicijnen en berichten moet omgaan.
Vraag: Wat moet de nieuwe medewerker doen als een ouder iets vraagt over medicijnen?
- A Zelf antwoorden als zij zeker weet wat er is gebeurd.
- B De vraag doorgeven aan een vaste medewerker van de groep.
- C In het ouderportaal zoeken en daarna de ouder terugbellen.
Tekst om door iemand anders te laten voorlezen. Lees hem zelf pas na het luisteren:
Teamleider: Vandaag loop je mee op de peutergroep. Het belangrijkste is dat je rustig kijkt hoe onze vaste pedagogisch medewerkers werken. Ouders stellen soms meteen vragen aan nieuwe gezichten. Dat is vriendelijk bedoeld, maar je hoeft niet alles zelf te beantwoorden.
Nieuwe medewerker: Wat doe ik als een ouder vraagt of een kind medicijnen heeft gekregen?
Teamleider: Dan verwijs je altijd naar de vaste medewerker van de groep. Medicijnen geven we alleen als er een formulier is ingevuld en ondertekend. Ook als je denkt dat het antwoord simpel is, zeg je niet uit je hoofd wat er gebeurd is. We noteren alles in het digitale ouderportaal.
Nieuwe medewerker: Mag ik wel praktische vragen beantwoorden, bijvoorbeeld waar een jas ligt?
Teamleider: Ja, natuurlijk. Dingen als jassen, reservekleren of de tijd van het fruitmoment kun je gewoon vertellen. Maar bij ziekte, ongelukken, medicatie of zorgen over gedrag haal je mij of de pedagogisch medewerker erbij. Dat voorkomt misverstanden en het beschermt jou ook.
Oefening 5: advies over presenteren op het werk
Situatie: Stel je een korte trainingsvideo voor waarin een communicatiecoach advies geeft voor een presentatie aan het team.
Vraag: Welke tip geeft de coach vooral over een presentatie?
- A Begin met je belangrijkste boodschap en herhaal die aan het einde.
- B Vertel zo veel mogelijk details, zodat het publiek merkt dat je hard hebt gewerkt.
- C Probeer elke verspreking direct te verbeteren, anders luistert het publiek niet meer.
Tekst om door iemand anders te laten voorlezen. Lees hem zelf pas na het luisteren:
Coach: Veel mensen denken dat een goede presentatie vooral betekent dat je geen fouten maakt. Maar dat is niet waar. Een publiek vindt een kleine verspreking meestal helemaal niet erg. Wat ze wel lastig vinden, is een verhaal zonder duidelijke lijn.
Begin daarom niet met alle details die je hebt verzameld. Begin met één zin waarin je zegt wat je belangrijkste boodschap is. Bijvoorbeeld: ons team kan de wachttijd voor klanten korter maken als we de planning anders verdelen. Daarna geef je twee of drie redenen. Niet zeven, want dan onthoudt niemand ze.
En als je zenuwachtig wordt, ga dan niet sneller praten. Stop even, haal adem en kijk naar iemand in de zaal. Dat voelt misschien lang, maar voor het publiek is zo’n pauze juist prettig. Aan het eind herhaal je je belangrijkste boodschap nog één keer. Dan weten mensen wat ze moeten meenemen.
Antwoorden en uitleg bij de B1-oefeningen
Zoek met de uitleg in de kolom Waarom de zin die het juiste antwoord bewijst. Doe dit voordat je de oefening herhaalt.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Oefening | Antwoord | Waarom |
|---|---|---|
| 1 | B | De technische dienst wil eerst de foto’s ontvangen en beoordelen. Daarna plannen zij de monteur in. |
| 2 | A | De begeleider adviseert Rafael om één vast moment per week te vragen en eerst een kleine activiteit voor te bereiden. |
| 3 | B | De gemeente betaalt de basis. Bewoners kunnen meedenken over het gebruik van de tuin, binnen de grenzen van veiligheid en budget. |
| 4 | B | De teamleider zegt dat de nieuwe medewerker de ouder moet doorverwijzen naar een vaste medewerker. |
| 5 | A | De coach adviseert een duidelijke lijn: begin met de belangrijkste boodschap, geef enkele redenen en herhaal de boodschap aan het einde. |
Bepaal wat je opnieuw moet oefenen
Bekijk na een oefenronde welke fouten je maakt. Zo kies je wat je de volgende keer oefent:
- Oefen met volledige teksten. Volg één situatie meerdere minuten, niet alleen losse zinnen.
- Benoem je fout: een voorwaarde gemist, de verkeerde spreker onthouden, te vroeg gekozen, een correctie gemist of een onbekend woord.
- Lees de luistertekst pas na de oefenronde met tijdslimiet. Zoek de zin die het juiste antwoord bewijst.
- Oefen met normaal taalgebruik: pauzes, correcties, herhalingen, achtergrondgeluiden en verschillende stemmen.
Verder oefenen tot je B1-luisterexamen
Is de examensoftware nog nieuw voor je? Begin met een officieel oefenexamen op een laptop of computer. Mis je vooral voorwaarden of correcties? Gebruik dan de oefeningen en uitleg hierboven. Maak daarna opnieuw een volledig oefenexamen.
Heb je je examen al geboekt? Controleer vóór de examenweek of je je identiteitsbewijs en oproepbrief hebt.
Kies je antwoorden nadat je het fragment één keer hebt gehoord. Later kun je een antwoord aanpassen. Je kunt het fragment dan niet opnieuw afspelen.
- Auteur
- Door Inburgering.org team
- Reviewer
- Gereviewd door Kirill Svavolia
Officiële bronnen
- Staatsexamens Nt2: Hoe ziet het examen eruit? (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - De officiële regels voor Luisteren: examenopbouw, duur, één keer luisteren, leestijd per vraag en geen woordenboek.
- Staatsexamens Nt2: Examens oefenen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - De officiële oefenomgeving en het advies om eerst de instructiefilms te bekijken.
- Staatsexamens Nt2: Beoordeling examen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - De computer beoordeelt Luisteren. Je slaagt met een score van 500 of hoger.
- Staatsexamens Nt2: Wat moet ik meenemen? (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Wat je op de examendag moet meenemen en welke woordenboekregels gelden.
- Staatsexamens Nt2: Wat is het staatsexamen Nt2? (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Programma I toetst B1 en Programma II toetst B2.
- DUO: Examengeld (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Elk examenonderdeel kost € 50. Mijn DUO laat zien of je recht hebt op een gratis examen of betaling uit je lening.
- DUO: Aanmelden (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Aanmelden kan ongeveer acht weken voor het examen. Je gebruikt DigiD, of de andere aanmeldmogelijkheid als je geen DigiD kunt aanvragen.
- DigiD: Wat is DigiD? (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Met DigiD laat je zien wie je bent als je online zaken regelt bij de overheid.
- Rijksoverheid: Middelbaar beroepsonderwijs (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Mbo betekent middelbaar beroepsonderwijs. Deze opleiding komt voor in oefening 2.