Inburgering.org Logo

Inburgering.org

  • Cursussen
  • Exameninfo
  • Podcasts
  • Gratis
Inburgering.org Logo

Inburgering.org

Prijzen

Exameninfo

Podcasts

Privacybeleid

Algemene voorwaarden

Veelgestelde vragen

Contact

Partners

Luisteren

A1

A2

B1

B2

Lezen

A1

A2

B1

B2

Spreken

A1

A2

B1

B2

Schrijven

A1

A2

B1

B2

Inburgering

A1

A2

B1

B2

KNM

KNS

Hulp nodig?
Neem contact met ons op via info@inburgering.org

Word lid van onze community:

Facebook-groep

Instagram

Oefenbot

Telegram-groep

Telegram-kanalen:

A1

A2

B1

B2

© 2026 Inburgering.org. Alle rechten voorbehouden.

ElevenLabs
  1. Inburgering.org
  2. /
  3. Exameninformatie & Gidsen
  4. /
  5. B1 Luisterexamen (Staatsexamen NT2 Luisteren): format, strategie en oefening

B1 Luisterexamen (Staatsexamen NT2 Luisteren): format, strategie en oefening

Format, timing, beoordeling, luisterstrategie en vijf Nederlandse oefenopgaven voor NT2 Programma I Luisteren.

Auteur
Door Inburgering.org team (Redactieteam)
Reviewer
Gereviewd door Kirill Svavolia (Redactionele review)
Laatst bijgewerkt
6 mei 2026

Het B1-luisterexamen is het onderdeel Luisteren van Staatsexamen NT2 Programma I. Het examen duurt 90 minuten en wordt op de computer gemaakt. U beantwoordt ongeveer 40 meerkeuzevragen bij 5 of meer luisterteksten en 1-3 filmpjes. U krijgt 25 seconden om elke vraag te lezen, het fragment start automatisch en u kunt maar één keer luisteren.

Kernpunten

  • Examenniveau: Programma I is B1. Programma II is B2, maar het onderdeel Luisteren duurt op beide niveaus 90 minuten.
  • Vraagvorm: De opgaven zijn meerkeuzevragen. Ze testen betekenis, redenen, voorwaarden, meningen, instructies en uiteindelijke beslissingen.
  • Onderwerpen: Verwacht Nederlands uit werk, studie, overheidsdiensten, afspraken, wonen, gezondheid, reizen en dagelijks leven.
  • Geen woordenboek: U mag tijdens Luisteren geen woordenboek gebruiken. Oefen dus zonder pauzeren, vertalen of opnieuw luisteren.
  • Beoordeling: Luisteren wordt door de computer beoordeeld. Officieel slaagt u met een score van 500 of hoger, niet met één vast aantal goede antwoorden.

Format van B1 Luisteren

De officiële NT2-pagina geeft de vaste examengegevens. Gebruik die gegevens als oefencondities en wissel daarna de onderwerpen af, zodat u niet alleen één openbaar examen traint.

OnderdeelWat u kunt verwachten
ExamenaamStaatsexamen NT2 Programma I Luisteren.
NiveauB1.
Tijd90 minuten.
Input5 of meer luisterteksten, plus 1-3 filmpjes.
VragenOngeveer 40 meerkeuzeopgaven.
Leestijd25 seconden vóór elke vraag om vraag en antwoorden te lezen.
AfspelenElk fragment start automatisch en is één keer te horen.
WoordenboekNiet toegestaan bij Luisteren.

Wat B1-vragen meestal testen

Op B1 is het antwoord vaak niet één los woord. U moet meestal begrijpen waarom iemand iets zegt, welke voorwaarde geldt of wat het uiteindelijke plan is na een correctie.

  • Een reden: waarom een les, afspraak, route of plan verandert.
  • Een voorwaarde: wat er moet gebeuren voordat iemand hulp krijgt, mag starten, aan een cursus meedoet of toestemming krijgt.
  • Een mening: wat een spreker prettig vindt, betwijfelt, moeilijk vindt of adviseert.
  • Een verantwoordelijkheid: wie moet bellen, bewijs meenemen, een manager informeren, een dossier aanpassen of de volgende afspraak maken.
  • Een contrast of correctie: het eerste idee vervalt en het echte antwoord komt na woorden als maar, toch, alleen, uiteindelijk of in plaats daarvan.

Hoe gebruikt u de 25 seconden vóór elke vraag?

Probeer niet elke antwoordoptie te vertalen. Gebruik de leestijd om te bepalen welk soort antwoord u nodig hebt.

  • Markeer het taakwoord: Luister anders bij waarom, welk advies, welke voorwaarde, wat vindt, wat moet en wanneer.
  • Voorspel het antwoordtype: Een datum, reden, persoon, volgende stap, voorwaarde of houding hoort u makkelijker als u weet waarop u wacht.
  • Blijf luisteren na een bekend woord: Foute opties gebruiken vaak woorden uit de audio. Het antwoord is de betekenis van het hele fragment.
  • Kies voordat u terugkijkt: U kunt later terug naar een vraag, maar u kunt het fragment niet opnieuw horen. Kies terwijl de betekenis nog vers is.

Originele B1-mini-oefenset

Wilt u de oefeningen hieronder als luisteroefening gebruiken, neem dan de Nederlandse transcriptie op of vraag iemand om die één keer op natuurlijk tempo voor te lezen. Lees eerst de vraag, luister één keer, antwoord en controleer pas daarna transcriptie en sleutel.

Oefening 1: Een reparatieafspraak met de woningcorporatie

Context: Samira belt de woningcorporatie omdat er vocht bij haar keukenraam zit.

Transcriptie voor controle na het luisteren: Medewerker: Woningcorporatie De Brug, u spreekt met Martijn. Waarmee kan ik u helpen? Samira: Goedemorgen, ik heb al twee keer een melding gedaan over vocht bij mijn keukenraam. Er komt nu ook een donkere plek op de muur. Ik maak me zorgen dat het schimmel wordt. Medewerker: Ik zie uw melding staan. De opzichter is vorige week geweest, maar hij kon toen niet goed beoordelen waar het vocht vandaan kwam, omdat het raam net open had gestaan. Samira: Ja, ik had gelucht, omdat het zo benauwd was. Maar de plek blijft nat, ook als ik de verwarming aanzet. Medewerker: Dan wil de technische dienst eerst foto’s ontvangen van de muur en van de buitenkant van het kozijn. Daarna plannen zij een monteur in. Samira: Kan dat deze week nog? Medewerker: Dat wordt lastig. Als u de foto’s vandaag vóór drie uur mailt, kan de opzichter morgen kijken. De monteur kan dan waarschijnlijk volgende week dinsdag komen. Als het vocht snel erger wordt, moet u direct opnieuw bellen.

Vraag: Waarom komt de monteur waarschijnlijk pas volgende week?

  • A Omdat Samira het raam te lang open heeft laten staan.
  • B Omdat de technische dienst eerst foto’s wil beoordelen.
  • C Omdat de opzichter vorige week geen melding heeft gevonden.

Oefening 2: Advies van een stagebegeleider

Context: Rafael volgt de mbo-opleiding zorg en welzijn. Hij bespreekt zijn stage met zijn begeleider.

Transcriptie voor controle na het luisteren: Begeleider: Rafael, ik heb je logboek gelezen. Je schrijft dat je op de groep graag meer zelfstandig wilt doen. Kun je uitleggen wat je bedoelt? Rafael: Ik mag veel observeren en ik help met koffie inschenken, maar ik wil ook leren hoe je een activiteit voorbereidt. Volgende maand moet ik daar op school een opdracht over maken. Begeleider: Dat begrijp ik. Je stageplek is voorzichtig, omdat sommige bewoners snel onrustig worden als er te veel verandert. Maar je hoeft niet te wachten tot iemand alles voor je regelt. Rafael: Wat kan ik dan doen? Begeleider: Vraag je werkbegeleider om één vast moment in de week waarop jullie samen een kleine activiteit voorbereiden. Bijvoorbeeld een geheugenspel of samen muziek luisteren. Maak het niet te groot. Schrijf vooraf op wat het doel is, wat je nodig hebt en hoe je merkt of de bewoners het prettig vinden. Rafael: Dus ik moet niet meteen zelf een hele middag organiseren? Begeleider: Nee. Laat eerst zien dat je goed nadenkt over een klein onderdeel. Dan krijg je vanzelf meer ruimte.

Vraag: Welk advies geeft de begeleider aan Rafael?

  • A Begin met een kleine activiteit en bespreek die met zijn werkbegeleider.
  • B Wacht tot de stageplek zelf een grotere opdracht voor hem bedenkt.
  • C Organiseer meteen een hele middag, zodat school genoeg bewijs krijgt.

Oefening 3: Een wijkbijeenkomst over een gezamenlijke binnentuin

Context: Een medewerker van de gemeente legt een nieuw plan uit voor een binnentuin achter meerdere flatgebouwen.

Transcriptie voor controle na het luisteren: Gemeentemedewerker: Fijn dat u met zoveel mensen bent gekomen. De binnentuin achter de flats wordt volgend jaar opnieuw ingericht. De gemeente betaalt de basis: betere verlichting, een nieuw pad en het weghalen van de kapotte schuttingen. Maar we willen niet alles zelf bepalen. Bewoners kunnen meedenken over het gebruik van de tuin. Bewoner: Betekent dat dat wij mogen kiezen welke speeltoestellen er komen? Gemeentemedewerker: Gedeeltelijk. Er is ruimte voor één klein speeltoestel, maar het moet passen bij veiligheidseisen en bij het budget. U kunt wel aangeven of u liever iets voor jonge kinderen wilt, of juist een plek waar oudere kinderen kunnen zitten. Bewoonster: En de moestuinbakken die er nu staan? Gemeentemedewerker: Die kunnen blijven, als er minstens vijf bewoners zijn die ze samen willen onderhouden. Vorig jaar deed bijna alles één buurman alleen. Dat is niet de bedoeling. Bewoner: Wanneer moeten we beslissen? Gemeentemedewerker: Vanavond verzamelen we ideeën. Over drie weken krijgt u twee ontwerpen. Daarna stemmen de bewoners online en op papier.

Vraag: Wat kunnen de bewoners volgens de gemeentemedewerker vooral beslissen?

  • A Of de gemeente de binnentuin wel of niet gaat vernieuwen.
  • B Hoe de tuin gebruikt wordt binnen de grenzen van veiligheid en budget.
  • C Welke buurman verantwoordelijk wordt voor het onderhoud van de tuin.

Oefening 4: Eerste instructies bij een kinderdagverblijf

Context: Een teamleider geeft een nieuwe medewerker uitleg over ouders, medicijnen en berichten.

Transcriptie voor controle na het luisteren: Teamleider: Vandaag loop je mee op de peutergroep. Het belangrijkste is dat je rustig kijkt hoe onze vaste pedagogisch medewerkers werken. Ouders stellen soms meteen vragen aan nieuwe gezichten. Dat is vriendelijk bedoeld, maar je hoeft niet alles zelf te beantwoorden. Nieuwe medewerker: Wat doe ik als een ouder vraagt of een kind medicijnen heeft gekregen? Teamleider: Dan verwijs je altijd naar de vaste medewerker van de groep. Medicijnen geven we alleen als er een formulier is ingevuld en ondertekend. Ook als je denkt dat het antwoord simpel is, zeg je niet uit je hoofd wat er gebeurd is. We noteren alles in het digitale ouderportaal. Nieuwe medewerker: Mag ik wel praktische vragen beantwoorden, bijvoorbeeld waar een jas ligt? Teamleider: Ja, natuurlijk. Dingen als jassen, reservekleren of de tijd van het fruitmoment kun je gewoon vertellen. Maar bij ziekte, ongelukken, medicatie of zorgen over gedrag haal je mij of de pedagogisch medewerker erbij. Dat voorkomt misverstanden en het beschermt jou ook.

Vraag: Wat moet de nieuwe medewerker doen als een ouder iets vraagt over medicijnen?

  • A Zelf antwoorden als zij zeker weet wat er is gebeurd.
  • B De vraag doorgeven aan een vaste medewerker van de groep.
  • C In het ouderportaal zoeken en daarna de ouder terugbellen.

Oefening 5: Een videotip over presenteren op het werk

Context: In een korte trainingsvideo geeft een communicatiecoach advies voor een teampresentatie.

Transcriptie voor controle na het luisteren: Coach: Veel mensen denken dat een goede presentatie vooral betekent dat je geen fouten maakt. Maar dat is niet waar. Een publiek vindt een kleine verspreking meestal helemaal niet erg. Wat ze wel lastig vinden, is een verhaal zonder duidelijke lijn. Begin daarom niet met alle details die je hebt verzameld. Begin met één zin waarin je zegt wat je belangrijkste boodschap is. Bijvoorbeeld: ons team kan de wachttijd voor klanten korter maken als we de planning anders verdelen. Daarna geef je twee of drie redenen. Niet zeven, want dan onthoudt niemand ze. En als je zenuwachtig wordt, ga dan niet sneller praten. Stop even, haal adem en kijk naar iemand in de zaal. Dat voelt misschien lang, maar voor het publiek is zo’n pauze juist prettig. Aan het eind herhaal je je belangrijkste boodschap nog één keer. Dan weten mensen wat ze moeten meenemen.

Vraag: Welke tip geeft de coach vooral over een presentatie?

  • A Begin met je belangrijkste boodschap en herhaal die aan het einde.
  • B Vertel zo veel mogelijk details, zodat het publiek merkt dat je hard hebt gewerkt.
  • C Probeer elke verspreking direct te verbeteren, anders luistert het publiek niet meer.

Antwoordsleutel en bewijs

OefeningAntwoordWaarom
1BDe belangrijke voorwaarde is dat de technische dienst eerst foto’s wil ontvangen. Pas daarna plannen zij de monteur in.
2ADe begeleider zegt dat Rafael één vast moment per week moet vragen en eerst een kleine activiteit moet voorbereiden.
3BDe gemeente betaalt de basis, maar bewoners kunnen meedenken over het gebruik van de binnentuin binnen veiligheids- en budgetgrenzen.
4BMedicatie is gevoelige informatie. De teamleider zegt dat de nieuwe medewerker de ouder moet doorverwijzen naar een vaste medewerker.
5ADe coach legt de nadruk op een duidelijke lijn: begin met de kernboodschap, geef enkele redenen en herhaal de boodschap aan het einde.

Een praktische B1-luisterstrategie

  • Oefen met volledige teksten: B1-luisteren gebruikt langere fragmenten dan A2. Oefen met één situatie meerdere minuten volgen, niet alleen met losse zinnen.
  • Bekijk het soort fout: Label na het oefenen elke fout: gemiste voorwaarde, verkeerde spreker, te vroeg gegokt, contrast gemist of woordenschatprobleem.
  • Gebruik transcripties pas na de getimede ronde: Als u de transcriptie eerst leest, wordt luisteroefening leesoefening. Gebruik haar achteraf om de bewijszin te vinden.
  • Oefen normaal taalgebruik: Neem pauzes, correcties, herhalingen, achtergrondgeluiden en verschillende stemmen mee. Het officiële examen klinkt als echt Nederlands, niet als een schone woordenlijst.

Hoe bereidt u zich verder voor?

  • Maak een oefenronde van 90 minuten met ongeveer 40 vragen. Luister één keer en gebruik geen woordenboek.
  • Gebruik de officiële NT2-oefenomgeving op een laptop of computer, zodat de software op examendag niet nieuw is.
  • Oefen interactief met B1-luisteroefeningen en lees daarna de algemene luistergids als u A2, B1 en B2 vergelijkt.
  • Lees in de week vóór het examen de regels voor de examendag, zodat legitimatie, oproepbrief, kluisregels en de regel zonder woordenboek geen verrassing zijn.

Official Sources

Official source checked: May 2026.

  • Staatsexamens Nt2: Hoe ziet het examen eruit? - officieel format, timing, eenmalig afspelen, leestijd per vraag en de regel dat u geen woordenboek mag gebruiken bij Luisteren.
  • Staatsexamens Nt2: Examens oefenen - officiële oefenomgeving en advies om eerst de instructiefilms te bekijken.
  • Staatsexamens Nt2: Beoordeling examen - officiële uitleg over beoordeling: Luisteren wordt door de computer beoordeeld en 500 of hoger is geslaagd.
  • Staatsexamens Nt2: Wat moet ik meenemen? - officiële lijst met wat u meeneemt en de woordenboekregels.

Klaar om te oefenen?

Toegang tot duizenden oefenvragen met directe AI-feedback

Begin nu met oefenen