Gewoon B1-spreekexamen: 16 antwoorden opnemen
B1 Spreken van Programma I van het Staatsexamen NT2 (Nederlands als tweede taal) bestaat uit 8 korte opdrachten van 20 seconden en 8 middellange opdrachten van 30 seconden. Je neemt je antwoorden op met de computer. Het gewone examen duurt ongeveer 25 minuten.
In 2026 kost het gewone spreekexamen € 50 (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Je meldt je aan bij DUO (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
Wat je bij B1 Spreken moet kunnen
Bij Programma I gebruik je Nederlands in situaties uit je werk, opleiding en dagelijks leven. Je moet bijvoorbeeld iets vragen of beschrijven, een keuze maken, advies geven, iets uitleggen of je mening geven. In de officiële uitleg over Programma I (Externe website, opent in een nieuw tabblad) lees je meer over het niveau.
Wil je weten welke andere onderdelen je moet halen voor het volledige diploma? Lees dan het overzicht van het Staatsexamen NT2.
Zo verloopt het B1-spreekexamen
Het gewone spreekexamen duurt ongeveer 25 minuten. Dat staat in de officiële uitleg over de opbouw van het examen (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Inburgeren.nl noemt ongeveer 30 minuten in het algemene overzicht van de taalexamens (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
Je draagt een koptelefoon. Je luistert naar de opdracht en leest mee op het scherm. Na de eerste pieptoon spreek je in de microfoon. Bij de tweede pieptoon is je spreektijd voorbij. Het examen gaat vanzelf verder. Je kunt niet terug naar een eerdere opdracht of alvast naar de volgende.
Als je gewend bent aan een mondeling examen zonder vaste spreektijd, oefen dan met een timer. Bij het gewone examen moet je antwoord binnen 20 of 30 seconden passen.
Bij korte plaatjesopdrachten krijg je normaal 5 seconden om je antwoord voor te bereiden. Bij middellange opdrachten krijg je 15 seconden. Deze tijden staan in de officiële tabel met voorbereidingstijden (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Heb je toestemming voor een aangepast examen met extra tijd? Volg dan de tijden voor dat examen.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Onderdeel | Opdrachten | Voorbereiding | Spreektijd |
|---|---|---|---|
| Deel 1 | 8 korte opdrachten | 5 seconden bij plaatjesopdrachten | 20 seconden per opdracht |
| Deel 2 | 8 middellange opdrachten | 15 seconden per opdracht | 30 seconden per opdracht |
Bij sommige opdrachten zie je plaatjes of een korte tekst. Gebruik die informatie zoals de opdracht vraagt. Een plaatjesopdracht kan één, twee of drie plaatjes hebben. Noem de details die je nodig hebt om de opdracht te beantwoorden.
Oefen bij een korte opdracht met één duidelijke zin. Gebruik twee zinnen als je ook een reden moet geven. Probeer bij een middellange opdracht drie of vier zinnen die bij elkaar horen. Dit zijn tips om te oefenen; het examen schrijft deze aantallen niet voor.
Je mag pas op het kladpapier schrijven nadat het examen is begonnen. Lever het papier aan het einde in. Bij Spreken mag je geen woordenboek gebruiken.
Hoe je antwoorden worden beoordeeld
Twee opgeleide beoordelaars beoordelen je antwoorden. Ze gebruiken daarvoor een beoordelingsvoorschrift. Om te slagen heb je een score van minstens 500 nodig. De punten voor je opdrachten worden omgerekend naar deze score. Lees de officiële regels voor de beoordeling en de score om te slagen (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
Je antwoord moet bij de situatie passen en doen wat de opdracht vraagt. De beoordelaars letten ook op grammatica, woordkeus, woordenschat, uitspraak en spreektempo. Het beoordelingsmodel voor B1 Spreken van 2025 (PDF, 329 KB) (Externe website, opent in een nieuw tabblad) laat zien waarop ze letten.
Luister naar je oefenopname en controleer het volgende:
- Doe wat de opdracht vraagt: iets vragen, beschrijven, kiezen, advies geven, uitleggen of je mening geven.
- Gebruik alle plaatjes als de opdracht dat vraagt.
- Verbind je ideeën met omdat, want, daarom, eerst, daarna, maar of bijvoorbeeld.
- Geef je eigen antwoord in het Nederlands. Als je alleen de opdracht voorleest, krijg je volgens het model van 2025 voor dat antwoord hoogstens één punt voor inhoud en één punt voor grammatica.
- Maak je een fout? Verbeter die en praat verder.
Kosten en aanmelden voor B1 Spreken
Het gewone spreekexamen kost in 2026 € 50 (Externe website, opent in een nieuw tabblad). In Mijn DUO, je online omgeving bij DUO, zie je of je recht hebt op een gratis examen of met een lening kunt betalen.
Aanmelden bij DUO (Externe website, opent in een nieuw tabblad) kan vanaf ongeveer 8 weken voor de examendatum. Je meldt je aan in Mijn DUO met je eigen DigiD, je digitale identiteit. Kun je geen DigiD aanvragen? DUO heeft ook een manier om je zonder DigiD aan te melden.
Lees DigiD aanvragen en inloggen als je je digitale identiteit nog moet regelen. De stappen voor het aanmelden staan in Staatsexamen NT2: aanmelden bij DUO.
Officiële oefenexamens en gratis oefenmateriaal
Begin met de officiële NT2-oefenomgeving (Externe website, opent in een nieuw tabblad) op een computer of laptop. Op een telefoon of tablet werkt deze niet goed. Sommige opdrachten uit de oefenomgeving kunnen in het echte spreekexamen voorkomen. Je krijgt daar ook andere opdrachten.
Wil je extra oefenen? Gebruik het gratis B1-spreekwerkboek van Inburgering.org. Je kunt het afdrukken; het bevat antwoordplannen en voorbeeldantwoorden. Lees de samenvatting B1 Spreken voordat je met een timer oefent.
Je antwoord plannen voor 20 of 30 seconden
Begin na de pieptoon te spreken. Bij een middellange opdracht heb je 10 seconden meer. Gebruik die tijd voor een tweede reden, een reeks plaatjes of een voorbeeld. Doe wat de opdracht vraagt en gebruik duidelijke zinnen. De plannen hieronder helpen je oefenen. Pas ze aan de opdracht aan. Bij een middellange opdracht kun je bijvoorbeeld een antwoord, een reden, een detail en een korte afsluiting geven, als dat past bij de vraag.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Oefenopdracht | Plan voor je antwoord | Voorbeeldzin |
|---|---|---|
| Keuze in 20 seconden | Maak een keuze en geef één reden. | Ik kies ..., omdat ... |
| Verzoek in 20 seconden | Vraag beleefd en zeg wat je wilt dat de ander doet. | Kunt u misschien ...? |
| Advies in 30 seconden | Geef advies en twee redenen. | Ik zou ..., want ... Ook ... |
| Plaatjesopdracht in 30 seconden | Gebruik de gevraagde plaatjes in volgorde. | Eerst ..., daarna ..., ten slotte ... |
| Mening in 30 seconden | Geef je mening, een reden en een voorbeeld. | Ik vind ..., omdat ... Bijvoorbeeld ... |
16 eigen oefenopgaven voor B1 Spreken
De 16 opdrachten hieronder hebben we zelf gemaakt. Je oefent ook met het lezen van de opdracht in het Nederlands. De plaatjes zijn hier vervangen door beschrijvingen. Stel je de beschreven situatie voor voordat je antwoord geeft.
Oefen elke opdracht in deze volgorde:
- Lees de opdracht.
- Bedenk je antwoord binnen de voorbereidingstijd, als die bij de opdracht staat.
- Neem je antwoord in het Nederlands op binnen de spreektijd.
- Luister naar je opname.
- Controleer of je hebt gedaan wat de opdracht vraagt.
Korte antwoorden
- Opgave 1 (5 seconden voorbereiding, 20 seconden spreken): U helpt in een buurthuis. Vanavond is er een informatieavond voor nieuwe bewoners. Een vrijwilliger vraagt wat zij kan doen. Stel u deze situatie voor: een zaal met opgestapelde stoelen, lege tafels, koffiekopjes en een bordje informatieavond. U hoort eerst de vrijwilliger: "Waar kan ik mee beginnen?" Vertel de vrijwilliger wat zij moet doen.
- Opgave 2 (20 seconden spreken): U volgt een opleiding. U kunt een extra cursus Nederlands online volgen of op school. Een medestudent vraagt: "Volg jij de extra cursus online of op school?" Vertel wat u kiest en geef één reden.
- Opgave 3 (5 seconden voorbereiding, 20 seconden spreken): Gisteren ging er iets mis onderweg naar school. U praat hierover met een vriend. Stel u deze situatie voor: een open rugtas op een bank, een koffiebeker die heeft gelekt, natte schriften en een telefoon. U hoort eerst uw vriend: "Wat is er gisteren gebeurd?" Vertel wat er gebeurd is.
- Opgave 4 (20 seconden spreken): U volgt de opleiding tot apothekersassistent. Voor uw opleiding zoekt u een stageplaats. Daarom belt u een apotheek. U hoort eerst de medewerker: "Goedemiddag, waarmee kan ik u helpen?" Vraag beleefd of u stage kunt lopen bij de apotheek.
- Opgave 5 (20 seconden spreken): U werkt in een bloemenwinkel. Uw baas vraagt wat u vandaag liever doet: boeketten maken in de winkel of bloemen bezorgen bij klanten. U hoort eerst uw baas: "Wat wil je vandaag liever doen?" Vertel wat u kiest en waarom.
- Opgave 6 (5 seconden voorbereiding, 20 seconden spreken): U werkt op een kantoor. Een nieuwe collega weet niet waar zij het afval moet laten. Stel u deze situatie voor: drie bakken voor papier, plastic bekers en etensresten. De collega heeft een kartonnen doos en een lunchbakje in haar hand. U hoort eerst uw collega: "Waar moet dit afval naartoe?" Vertel wat zij moet doen.
- Opgave 7 (20 seconden spreken): In uw wijk is morgenavond een informatieavond over energiebesparing. U wilt gaan, maar u gaat liever niet alleen. U komt een buurman tegen die u kent. Vraag of hij met u mee wil gaan.
- Opgave 8 (5 seconden voorbereiding, 20 seconden spreken): U hebt een nieuwe baan als medewerker bij een pakketpunt. Vroeger werkte u als fietskoerier. Uw buurvrouw vraagt wat het verschil is. Stel u deze situaties voor: in de eerste situatie fietst u met een bezorgtas door de stad; in de tweede situatie helpt u klanten aan een pakketbalie. Leg uit wat het verschil is tussen uw oude en uw nieuwe werk.
Middellange antwoorden
- Opgave 9 (15 seconden voorbereiding, 30 seconden spreken): U volgt de opleiding Sociaal Werk. U moet nog een extra module kiezen. U kunt kiezen tussen conflicten oplossen en digitale administratie. U praat hierover met uw docent. U hoort eerst uw docent: "Welke extra module wil je kiezen?" Vertel welke module u kiest en geef twee redenen.
- Opgave 10 (15 seconden voorbereiding, 30 seconden spreken): U werkt als huismeester in een appartementencomplex. Een nieuwe collega vraagt welke taken u vandaag samen moet doen. Stel u deze drie situaties voor: een kapotte lamp in de gang, post en pakketten bij de brievenbussen, en een natte vloer bij de ingang. Vertel uw collega welke taken u vandaag moet doen. Gebruik alle drie de situaties.
- Opgave 11 (15 seconden voorbereiding, 30 seconden spreken): Een vriendin wil meer Nederlands spreken buiten de les, maar ze kent nog weinig mensen in de buurt. Ze vraagt: "Hoe kan ik meer Nederlands oefenen buiten school?" Geef uw vriendin twee adviezen.
- Opgave 12 (15 seconden voorbereiding, 30 seconden spreken): U volgt een opleiding. Uw docent vraagt welke twee dingen in het lokaal gerepareerd moeten worden. Stel u deze situaties voor: een beschadigde kabel van de projector en een raam waar regenwater naar binnen lekt. Vertel welke twee dingen gerepareerd moeten worden en waarom. Gebruik beide situaties.
- Opgave 13 (15 seconden voorbereiding, 30 seconden spreken): U zoekt een naschoolse activiteit voor uw kind. U praat hierover met een buurvrouw. Stel u deze situaties voor: muziekles in een kleine groep en een robotica-club waar kinderen samen een robot bouwen. Vertel welke activiteit u kiest voor uw kind en geef ten minste twee redenen.
- Opgave 14 (15 seconden voorbereiding, 30 seconden spreken): Uw buurjongen studeert voor onderwijsassistent. Hij kan in het weekend betaald werken bij een museum, maar hij twijfelt omdat hij ook huiswerk heeft. Hij vraagt uw advies. Geef twee redenen waarom hij de weekendbaan wel of niet moet nemen.
- Opgave 15 (15 seconden voorbereiding, 30 seconden spreken): U volgt met een collega een cursus gezond werken achter de computer. Vandaag hebt u een korte rugoefening geleerd. Uw collega heeft de cursus gemist en vraagt: "Kun jij uitleggen hoe die oefening gaat?" Stel u deze drie situaties voor: recht op een stoel zitten, de schouders rustig naar achteren trekken, en langzaam naar voren buigen. Leg uit hoe zij de oefening moet doen. Gebruik alle drie de situaties.
- Opgave 16 (15 seconden voorbereiding, 30 seconden spreken): Op sommige scholen mogen studenten hun telefoon tijdens de les niet gebruiken. Sommige mensen vinden dat een goed idee. Wat vindt u hiervan? Vertel ook waarom u dat vindt.
Voorbeeldzinnen die je kunt hergebruiken
Oefen met deze voorbeeldzinnen en vul de details uit de opdracht in. Gebruik bij elke situatie andere details. Oefen tot je de zinnen zonder lange pauzes kunt gebruiken.
- Keuze: Ik kies voor ..., omdat ...
- Advies: Ik zou ..., want ... Ook is het handig dat ...
- Plaatjes in volgorde: Eerst moet u ..., daarna ..., en ten slotte ...
- Mening: Ik vind dat ..., omdat ... Bijvoorbeeld ...
- Je antwoord verbeteren: Sorry, ik bedoel ... Of: Laat ik het anders zeggen: ...
Kies je volgende oefening
Is het computerexamen nieuw voor je? Begin dan met de officiële oefenomgeving. Ken je de opbouw al? Neem dan je antwoorden op de eigen oefenopgaven op binnen 20 of 30 seconden. Mis je in je antwoord een gevraagde reden of een plaatje? Oefen eerst dat onderdeel voordat je meer details toevoegt.
Wil je weten wat je aan je antwoorden kunt verbeteren? Gebruik dan de B1-spreekcursus.
Pas een voorbeeldzin steeds aan de opdracht aan. Je antwoord moet over de gevraagde situatie gaan.
- Auteur
- Door Inburgering.org team
- Reviewer
- Gereviewd door Kirill Svavolia
Officiële bronnen
- Staatsexamens NT2: opbouw en instructies voor het examen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Opbouw, duur, aantal opdrachten, computer, pieptonen, voorbereiding en het verbod op een woordenboek bij Spreken.
- Staatsexamens NT2: officiële oefenexamens (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Officiële oefenomgeving, gebruik van een computer of laptop en opdrachten die naast andere opdrachten in het echte spreekexamen kunnen voorkomen.
- Staatsexamens NT2: beoordeling en score om te slagen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Beoordeling door opgeleide beoordelaars en de minimale schaalscore van 500.
- Inburgeren.nl: taalexamens (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Algemeen overzicht dat voor Spreken op B1 en B2 een duur van ongeveer 30 minuten noemt.
- Staatsexamens NT2: extra tijd en gewone voorbereidingstijden (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - De kolom voor het gewone examen noemt 5 seconden voorbereiding bij korte plaatjesopdrachten en 15 seconden bij middellange opdrachten. Bij een examen met extra tijd gelden andere tijden.
- Staatsexamens NT2: Programma I op niveau B1 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Programma I is op niveau B1 en toetst situaties uit werk, opleiding en het dagelijks leven.
- Staatsexamens NT2: beoordelingsmodel Spreken B1 van 2025 (PDF, 329 KB) (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Aansluiting bij de opdracht, de gevraagde handeling, woordkeus, woordenschat, grammatica, uitspraak en spreektempo; regels voor het aantal zinnen en de inhoudsscore.
- DUO: examengeld voor het staatsexamen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - € 50 per onderdeel; Mijn DUO laat zien of je recht hebt op een gratis examen of kunt betalen met een lening.
- DUO: aanmelden voor het staatsexamen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Aanmelden in Mijn DUO met DigiD, aanmelden als je geen DigiD kunt aanvragen en de opening van de aanmelding ongeveer 8 weken voor het examen.