Inburgering.org Logo

Inburgering.org

  • Cursussen
  • Exameninfo
  • Podcasts
  • Gratis
Inburgering.org Logo

Inburgering.org

Prijzen

Exameninfo

Podcasts

Privacybeleid

Algemene voorwaarden

Veelgestelde vragen

Contact

Partners

Luisteren

A1

A2

B1

B2

Lezen

A1

A2

B1

B2

Spreken

A1

A2

B1

B2

Schrijven

A1

A2

B1

B2

Inburgering

A1

A2

B1

B2

KNM

KNS

Hulp nodig?
Neem contact met ons op via info@inburgering.org

Word lid van onze community:

Facebook-groep

Instagram

Oefenbot

Telegram-groep

Telegram-kanalen:

A1

A2

B1

B2

© 2026 Inburgering.org. Alle rechten voorbehouden.

ElevenLabs
  1. Inburgering.org
  2. /
  3. Exameninformatie & Gidsen
  4. /
  5. B1 Spreken (NT2 Programma I): opbouw, timing en oefening

B1 Spreken (NT2 Programma I): opbouw, timing en oefening

Een praktische gids voor B1 Spreken bij Staatsexamen NT2 Programma I: opbouw, timing, beoordeling, antwoordstrategie en 16 oefenopgaven.

Auteur
Door Inburgering.org team (Redactieteam)
Reviewer
Gereviewd door Kirill Svavolia (Redactionele review)
Laatst bijgewerkt
7 mei 2026

Het B1-spreekexamen is het onderdeel Spreken van Staatsexamen NT2 Programma I. Je spreekt in een microfoon, niet met een examinator, en het officiële Programma I-format heeft 8 korte opdrachten en 8 middellange opdrachten. Gebruik deze gids om de timing, de beoordeling en het oefenen met opgaven in de stijl van het openbare examen te begrijpen.

Kort antwoord

B1 Spreken is het spreekonderdeel van Staatsexamen NT2 Programma I. Het is een computerexamen met 8 korte opdrachten en 8 middellange opdrachten, ongeveer 25 minuten volgens de officiële NT2-site, zonder woordenboek en met beoordeling door opgeleide beoordelaars. Oefen met antwoorden van 20 en 30 seconden die de gevraagde handeling duidelijk uitvoeren.

Kernpunten

  • Format B1 Spreken hoort bij Staatsexamen NT2 Programma I en wordt op de computer gemaakt.
  • Timing Het examen duurt volgens de officiële NT2-site ongeveer 25 minuten; DUO beschrijft de B1- en B2-spreekexamens als ongeveer 30 minuten.
  • Opdrachten Programma I heeft 8 korte spreekopdrachten en 8 middellange spreekopdrachten. Korte opdrachten hebben 20 seconden spreektijd; middellange opdrachten 30 seconden.
  • Hulpmiddelen Je mag kladpapier gebruiken zodra het examen is begonnen, maar bij Spreken mag je geen woordenboek gebruiken.
  • Beoordeling Spreken wordt beoordeeld door twee opgeleide beoordelaars met een beoordelingsvoorschrift. Je hebt minimaal schaalscore 500 nodig om te slagen.

Hoe B1 Spreken werkt

Je draagt een koptelefoon, luistert naar elke opdracht, leest mee op het scherm en spreekt na de pieptoon. Het examen loopt automatisch door, dus je kunt niet terug naar een eerder antwoord. Soms staat er een plaatje of kort tekstje bij een opdracht; gebruik die informatie alleen als de opdracht dat vraagt.

OnderdeelWat gebeurt erBeste antwoordvorm
Deel 18 korte opdrachten, meestal praktische situaties, soms met een plaatje.Eén duidelijke zin, of twee korte zinnen als je een reden nodig hebt.
Deel 28 middellange opdrachten met voorbereidingstijd.Drie of vier verbonden zinnen: antwoord, reden, detail, korte afsluiting.
PlaatjesSommige opdrachten vragen je één, twee of drie plaatjes te gebruiken.Noem elk verplicht plaatje, maar beschrijf geen kleine details.
ComputerverloopEen pieptoon zegt wanneer je moet beginnen en stoppen.Begin meteen; stilte kost meer dan kleine grammaticale fouten.

Waar beoordelaars op letten

De openbare beoordelingsmodellen laten zien dat inhoud eerst komt: je antwoord moet bij de situatie passen en de gevraagde taalhandeling uitvoeren. Daarna letten beoordelaars op grammatica, woordkeus, woordenschat, uitspraak en tempo.

  • Beantwoord de opdracht direct: vragen, beschrijven, kiezen, adviseren, uitleggen of een mening geven.
  • Als je alle plaatjes moet gebruiken, noem dan alle plaatjes.
  • Gebruik eenvoudige B1-verbindingswoorden: omdat, want, daarom, eerst, daarna, maar, bijvoorbeeld.
  • Lees de opdracht niet hardop voor als antwoord. Geef je eigen reactie in het Nederlands.
  • Maak je een fout, herstel die dan en ga door. Een duidelijke correctie is beter dan stoppen.

Timingstrategie: 20 seconden en 30 seconden

Bij B1 Spreken telt vooral of je de opdracht duidelijk uitvoert. Oefen vaste antwoordframes tot ze natuurlijk voelen en verander daarna de details per situatie.

Soort opdrachtGebruik je tijd zoHandig Nederlands frame
Keuze in 20 secondenKies eerst en geef daarna één reden.Ik kies ..., omdat ...
Verzoek in 20 secondenVraag beleefd en noem de praktische actie.Kunt u misschien ...?
Advies in 30 secondenGeef advies en twee redenen.Ik zou ..., want ... Ook ...
Plaatjesopdracht in 30 secondenGebruik de plaatjes in volgorde.Eerst ..., daarna ..., ten slotte ...
Mening in 30 secondenGeef je mening, reden en voorbeeld.Ik vind ..., omdat ... Bijvoorbeeld ...

Originele B1-oefenset

De 16 opdrachten hieronder volgen hetzelfde ritme als NT2 Programma I: 8 korte opdrachten en 8 langere opdrachten. Neem jezelf op in het Nederlands, houd de timer streng aan en controleer eerst of je antwoord precies doet wat de opdracht vraagt.

Deel 1 - korte antwoorden

  • **Opgave 1 (20 seconden): **U helpt in een buurthuis. Vanavond is er een informatieavond voor nieuwe bewoners. Een vrijwilliger vraagt wat zij kan doen. Kijk naar het plaatje: een zaal met opgestapelde stoelen, lege tafels, koffiekopjes en een bordje informatieavond. U hoort eerst de vrijwilliger: "Waar kan ik mee beginnen?" Vertel de vrijwilliger wat zij moet doen.
  • **Opgave 2 (20 seconden): **U volgt een opleiding. U kunt een extra cursus Nederlands online volgen of op school. Een medestudent vraagt: "Volg jij de extra cursus online of op school?" Vertel wat u kiest en geef één reden.
  • **Opgave 3 (20 seconden): **Gisteren ging er iets mis onderweg naar school. U praat hierover met een vriend. Kijk naar het plaatje: een open rugtas op een bank, een koffiebeker die heeft gelekt, natte schriften en een telefoon. U hoort eerst uw vriend: "Wat is er gisteren gebeurd?" Vertel wat er gebeurd is.
  • **Opgave 4 (20 seconden): **U volgt de opleiding tot apothekersassistent. Voor uw opleiding zoekt u een stageplaats. Daarom belt u een apotheek. U hoort eerst de medewerker: "Goedemiddag, waarmee kan ik u helpen?" Vraag beleefd of u stage kunt lopen bij de apotheek.
  • **Opgave 5 (20 seconden): **U werkt in een bloemenwinkel. Uw baas vraagt wat u vandaag liever doet: boeketten maken in de winkel of bloemen bezorgen bij klanten. U hoort eerst uw baas: "Wat wil je vandaag liever doen?" Vertel wat u kiest en waarom.
  • **Opgave 6 (20 seconden): **U werkt op een kantoor. Een nieuwe collega weet niet waar zij het afval moet laten. Kijk naar het plaatje: drie bakken voor papier, plastic bekers en etensresten. De collega heeft een kartonnen doos en een lunchbakje in haar hand. U hoort eerst uw collega: "Waar moet dit afval naartoe?" Vertel wat zij moet doen.
  • **Opgave 7 (20 seconden): **In uw wijk is morgenavond een informatieavond over energiebesparing. U wilt gaan, maar u gaat liever niet alleen. U komt een buurman tegen die u kent. Vraag of hij met u mee wil gaan.
  • **Opgave 8 (20 seconden): **U hebt een nieuwe baan als medewerker bij een pakketpunt. Vroeger werkte u als fietskoerier. Uw buurvrouw vraagt wat het verschil is. Kijk naar de plaatjes: op het eerste plaatje fietst u met een bezorgtas door de stad; op het tweede plaatje helpt u klanten aan een pakketbalie. Leg uit wat het verschil is tussen uw oude en uw nieuwe werk.

Deel 2 - langere antwoorden

  • **Opgave 9 (15 seconden voorbereiding, 30 seconden spreken): **U volgt de opleiding Sociaal Werk. U moet nog een extra module kiezen. U kunt kiezen tussen conflicten oplossen en digitale administratie. U praat hierover met uw docent. U hoort eerst uw docent: "Welke extra module wil je kiezen?" Vertel welke module u kiest en geef twee redenen.
  • **Opgave 10 (15 seconden voorbereiding, 30 seconden spreken): **U werkt als huismeester in een appartementencomplex. Een nieuwe collega vraagt welke taken u vandaag samen moet doen. Kijk naar de drie plaatjes: een kapotte lamp in de gang, post en pakketten bij de brievenbussen, en een natte vloer bij de ingang. Vertel uw collega welke taken u vandaag moet doen. Gebruik alle plaatjes.
  • **Opgave 11 (15 seconden voorbereiding, 30 seconden spreken): **Een vriendin wil meer Nederlands spreken buiten de les, maar ze kent nog weinig mensen in de buurt. Ze vraagt: "Hoe kan ik meer Nederlands oefenen buiten school?" Geef uw vriendin twee adviezen.
  • **Opgave 12 (15 seconden voorbereiding, 30 seconden spreken): **U volgt een opleiding. Uw docent vraagt welke twee dingen in het lokaal gerepareerd moeten worden. Kijk naar de plaatjes: een beschadigde kabel van de projector en een raam waar regenwater naar binnen lekt. Vertel welke twee dingen gerepareerd moeten worden en waarom. Gebruik beide plaatjes.
  • **Opgave 13 (15 seconden voorbereiding, 30 seconden spreken): **U zoekt een naschoolse activiteit voor uw kind. U praat hierover met een buurvrouw. Kijk naar de plaatjes: muziekles in een kleine groep en een robotica-club waar kinderen samen een robot bouwen. Vertel welke activiteit u kiest voor uw kind en geef ten minste twee redenen.
  • **Opgave 14 (15 seconden voorbereiding, 30 seconden spreken): **Uw buurjongen studeert voor onderwijsassistent. Hij kan in het weekend betaald werken bij een museum, maar hij twijfelt omdat hij ook huiswerk heeft. Hij vraagt uw advies. Geef twee redenen waarom hij de weekendbaan wel of niet moet nemen.
  • **Opgave 15 (15 seconden voorbereiding, 30 seconden spreken): **U volgt met een collega een cursus gezond werken achter de computer. Vandaag hebt u een korte rugoefening geleerd. Uw collega heeft de cursus gemist en vraagt: "Kun jij uitleggen hoe die oefening gaat?" Kijk naar de drie plaatjes: recht op een stoel zitten, de schouders rustig naar achteren trekken, en langzaam naar voren buigen. Leg uit hoe zij de oefening moet doen. Gebruik alle plaatjes.
  • **Opgave 16 (15 seconden voorbereiding, 30 seconden spreken): **Op sommige scholen mogen studenten hun telefoon tijdens de les niet gebruiken. Sommige mensen vinden dat een goed idee. Wat vindt u hiervan? Vertel ook waarom u dat vindt.

Korte modelframes die je kunt hergebruiken

Leer geen volledige antwoorden uit je hoofd. Leer flexibele zinsframes en vul ze daarna met de details uit de opdracht.

  • Keuze Ik kies voor ..., omdat ...
  • Advies Ik zou ..., want ... Ook is het handig dat ...
  • Reeks met plaatjes Eerst moet u ..., daarna ..., en ten slotte ...
  • Mening Ik vind dat ..., omdat ... Bijvoorbeeld ...
  • Herstellen Sorry, ik bedoel ... / Laat ik het anders zeggen: ...

Oefenen of downloaden

Gebruik het gratis B1-spreekwerkboek voor een printbare versie met antwoordplannen en modelantwoorden, of lees eerst de samenvatting B1 Spreken. Wil je feedback op opnames, oefen dan in de B1-spreekcursus.

Official Sources

Official source checked: May 2026.

  • Staatsexamens NT2 - Hoe ziet het examen eruit? - Format, timing, aantal opdrachten, computeropzet, pieptonen, verloop en de regel dat bij Spreken geen woordenboek is toegestaan.
  • Staatsexamens NT2 - Examens oefenen - Officiële oefenomgeving en de uitleg dat echte spreekexamens losse oefenomgevingsopdrachten én andere opdrachten kunnen bevatten.
  • Staatsexamens NT2 - Beoordeling examen - Beoordeling door opgeleide beoordelaars en de minimale schaalscore 500.
  • Inburgeren.nl - Taalexamens - DUO-overzicht dat B1- en B2-taalexamens Staatsexamen NT2 zijn en dat B1/B2 Spreken ongeveer 30 minuten duurt.

Klaar om te oefenen?

Toegang tot duizenden oefenvragen met directe AI-feedback

Begin nu met oefenen