Read a full B1 reading practice workbook for Inburgering B1 and Staatsexamen Nt2 Programma I, or download the PDF with 35 Dutch multiple-choice questions, answer key, and evidence notes.
Set a timer for 110 minutes. Answer all 35 questions before checking the answer key. Read with a question in mind, not with a translation goal.
Read the context sentence and the question before the whole text.
Decide whether the question asks for purpose, detail, reason, opinion, condition, or summary.
For long information texts, use headings before reading full paragraphs.
If two answers look possible, choose the one that is exactly supported by the text.
Tekst 1: Daan kiest voor werk op kantoor
Deze tekst komt van een website over gezond blijven werken. De tekst gaat over Daan, die jarenlang in een fabriek werkte.
Daan Verhoef werkte bijna dertig jaar als machinebediener bij verpakkingsbedrijf VarioPak. Hij kende elke machine in de hal, wist welke storingen vaak voorkwamen en leidde nieuwe collega's regelmatig in. Juist doordat hij zo ervaren was, merkte hij pas laat dat het werk hem steeds zwaarder viel. Door pijn in zijn schouders kon hij niet meer de hele dag dozen tillen en storingen oplossen.
Eerst probeerde Daan het probleem zelf op te lossen. Hij vroeg om hulp bij zware klussen, nam vaker korte pauzes en liet een collega sommige onderdelen van de machine controleren. Dat hielp maar tijdelijk. Toen de bedrijfsarts adviseerde om ander werk te zoeken, schrok Daan. Hij dacht eerst dat hij moest stoppen met werken, terwijl hij nog niet klaar was met zijn loopbaan.
Zijn leidinggevende stelde voor om met het Loopbaanpunt Industrie te praten. Daar deed Daan een test en voerde hij gesprekken over zijn ervaring, interesses en mogelijkheden. Uit die gesprekken bleek dat Daan niet alleen technisch inzicht had, maar ook goed kon uitleggen waarom een planning in de praktijk wel of niet werkte. Daarom werd gekeken naar kantoorfuncties dicht bij de productie.
Inmiddels volgt hij een opleiding tot productieplanner. Hij leert roosters maken, bestellingen controleren, levertijden vergelijken en collega's informeren over veranderingen in de planning. 'Ik moest weer huiswerk maken, en dat was wennen', zegt Daan. 'Maar ik begrijp de fabriek van binnenuit. Daardoor kan ik straks betere planningen maken dan iemand die alleen achter een computer heeft gezeten.'
De overstap vraagt meer dan Daan vooraf dacht. Hij moet leren werken met nieuwe software en nauwkeuriger schrijven dan hij gewend was. Tegelijk merkt hij dat collega's hem sneller vertrouwen dan een buitenstaander, omdat hij hun werk kent. Als een planning te krap is, kan hij uitleggen waarom dat op de werkvloer problemen geeft.
Voor sommige collega's maakt juist dat laatste de verandering interessant. Zij zien dat omscholing niet altijd betekent dat je je oude vak helemaal achter je laat. Je kunt ervaring ook op een andere plek gebruiken. Daan noemt dat zelf de grootste verrassing van het traject.
VarioPak betaalt een deel van de opleiding. Ook mag Daan onder werktijd naar enkele lessen, mits hij belangrijke productiedagen met zijn team afstemt. Personeelsadviseur Monique Janssen vindt dat logisch. 'Daan heeft veel kennis opgebouwd. Die willen we niet kwijtraken. Bovendien laat hij zien dat je op tijd in actie moet komen. Wachten tot je lichaam helemaal op is, maakt de keuze veel kleiner.'
Daan vertelt zijn verhaal nu tijdens personeelsbijeenkomsten. Niet iedereen vindt dat nodig. Sommige collega's zeggen dat ze nog sterk genoeg zijn of dat leren op latere leeftijd niets voor hen is. Daan begrijpt die reactie, want hij dacht lange tijd hetzelfde. Toch waarschuwt hij hen: 'Ik had zelf ook eerder moeten nadenken. Als je werk zwaar is, moet je niet pas gaan zoeken als je bijna niets meer kunt.'
Vraag 1
Waarom gaat Daan ander werk doen?
Vraag 2
Wat deed het Loopbaanpunt Industrie voor Daan?
Vraag 3
Waarom denkt Daan dat zijn ervaring in de fabriek nuttig is?
Vraag 4
Wat vindt Monique Janssen belangrijk?
Vraag 5
Waarom vertelt Daan zijn verhaal tijdens personeelsbijeenkomsten?
Vraag 6
Wat is het belangrijkste doel van deze tekst?
Tekst 2: De projectgroep medewerkers
Deze tekst komt uit een studieboek. De tekst gaat over een projectgroep waarin werknemers met de directie overleggen.
Een projectgroep medewerkers bestaat uit werknemers van verschillende afdelingen. Zij praten namens hun collega's met de directie over veranderingen in het bedrijf. De groep neemt geen besluiten in plaats van de directie, maar brengt wel wensen, zorgen en praktische bezwaren van het personeel naar voren. Daardoor hoort de directie niet alleen wat een plan kost of oplevert, maar ook wat het betekent voor het dagelijkse werk.
De projectgroep heeft verschillende taken. Zij kan werkoverleg stimuleren, aandacht vragen voor veiligheid en meedenken over scholing. Ook kan de groep signalen verzamelen als meerdere teams dezelfde problemen ervaren. Een voorbeeld is een nieuwe verpakkingslijn waardoor werknemers minder hoeven te tillen, maar wel sneller moeten reageren op storingen.
De leden worden voor twee jaar gekozen door hun collega's. Kleine afdelingen mogen samen een kandidaat voordragen, zodat niet alleen de grootste teams vertegenwoordigd zijn. Een leidinggevende kan geen lid worden, omdat de groep onafhankelijk moet kunnen spreken. Wel kan een leidinggevende worden uitgenodigd om een onderwerp toe te lichten.
Minstens vier keer per jaar is er overleg. De directie vertelt dan welke plannen zij voorbereidt. Gaat het om een grote verhuizing, een nieuwe werktijdenregeling of een nieuw computersysteem waarmee prestaties worden gevolgd, dan moet de directie de projectgroep op tijd betrekken. Dat betekent dat de groep nog invloed kan hebben voordat het besluit vaststaat.
Bij sommige onderwerpen geeft de projectgroep advies. De directie hoeft dat advies niet altijd over te nemen, maar moet schriftelijk uitleggen waarom zij anders beslist. Bij regelingen over werktijden, veiligheid en privacy is instemming nodig. Zonder instemming van de projectgroep mag zo'n regeling niet zomaar worden ingevoerd, behalve wanneer een rechter of externe commissie daar later toestemming voor geeft.
Afspraken tussen directie en projectgroep worden vastgelegd in een kort verslag. Daarin staat wie verantwoordelijk is voor vervolgacties en wanneer het onderwerp terugkomt op de agenda. Zo kan de groep later controleren of beloofde informatie ook echt is gegeven.
Vraag 7
Wat is de belangrijkste taak van de projectgroep medewerkers?
Vraag 8
De directie wil een nieuwe regeling voor werktijden invoeren. Wat is volgens de tekst nodig?
Vraag 9
Wat moet de directie doen als zij een advies van de projectgroep niet volgt?
Vraag 10
Wat staat er in de tekst over voorstellen van de projectgroep?
Vraag 11
Waarom moet de directie relevante stukken delen met de projectgroep?
Tekst 3: Repareren in plaats van weggooien
Dit artikel uit een tijdschrift gaat over de vraag waarom mensen kapotte spullen steeds vaker willen repareren.
Een broodrooster doet het niet meer, de rits van een jas is kapot of een lamp blijft flikkeren. Vroeger gooiden veel mensen zoiets snel weg. Tegenwoordig zoeken steeds meer mensen eerst naar een oplossing. Repaircafes, buurtwerkplaatsen en online filmpjes over repareren worden populairder. In sommige gemeenten kun je zelfs gereedschap lenen of een korte cursus volgen om kleine reparaties zelf te leren uitvoeren.
Volgens onderzoeker Lotte de Graaf speelt geld een rol, maar niet de grootste. 'Mensen zeggen vaak dat repareren goedkoper is. Toch komen ze ook met spullen waarvan de reparatie bijna evenveel kost als een nieuw product. Ze willen vooral het gevoel hebben dat ze niet zomaar iets verspillen.' Dat gevoel is sterker geworden doordat consumenten vaker horen hoeveel grondstoffen nodig zijn voor nieuwe producten.
De Graaf ziet ook een sociale reden. In een repaircafe ontmoet je mensen die handig zijn en graag uitleggen wat ze doen. Bezoekers leren niet alleen hoe hun apparaat werkt, maar ook dat ze zelf meer kunnen dan ze dachten. Daardoor is een geslaagde reparatie vaak een kleine overwinning. Voor oudere bezoekers is het soms bovendien een manier om kennis door te geven die thuis of op het werk minder vaak wordt gevraagd.
Voor mensen zonder technische ervaring kan de drempel hoog zijn. Zij zijn bang dat ze iets verder kapotmaken of dat anderen hun vraag dom vinden. Vrijwilligers in repaircafes proberen daarom eerst te laten zien wat ze doen. Pas daarna vragen ze of de bezoeker zelf een schroef wil losdraaien of een onderdeel wil vasthouden.
Ook scholen en bibliotheken organiseren steeds vaker reparatiedagen. Leerlingen krijgen dan de opdracht een kapot voorwerp van thuis mee te nemen. Het doel is niet alleen dat het apparaat weer werkt, maar vooral dat jongeren begrijpen hoe spullen zijn gemaakt. Volgens docenten kijken leerlingen daarna kritischer naar reclames waarin steeds de nieuwste versie van een product wordt aangeprezen.
Winkeliers reageren verschillend op deze ontwikkeling. Sommige zaken bieden nu zelf reparatiespreekuren aan, omdat klanten daardoor terugkomen en advies vragen. Andere ondernemers vinden het lastig. Zij verdienen vooral aan de verkoop van nieuwe producten en niet aan het zoeken naar een klein onderdeel dat misschien maar een paar euro kost.
Vraag 12
Wat is de beste samenvatting van de eerste alinea?
Vraag 13
Wat zegt Lotte de Graaf over geld?
Vraag 14
Waarom noemt de schrijver een repaircafe?
Vraag 15
Wanneer is repareren volgens de tekst niet altijd de beste keuze?
Vraag 16
Wat vindt De Graaf dat producenten moeten doen?
Vraag 17
Wat is de belangrijkste conclusie van de tekst?
Tekst 4: Talentklas Zorg en Technologie
Deze tekst komt uit een tijdschrift over mbo-opleidingen. De tekst gaat over een extra traject voor studenten.
Het ROC De Haven heeft sinds drie jaar een talentklas Zorg en Technologie. Studenten van de opleiding verzorgende IG kunnen daar een extra traject volgen naast hun gewone lessen en stage. Ze leren werken met slimme medicijndozen, beeldbellen met clienten en sensoren die beweging in huis registreren. De school wil studenten laten ervaren dat technologie niet tegenover zorg staat, maar een hulpmiddel kan zijn om mensen zelfstandiger te laten leven.
De talentklas is ontstaan na gesprekken met zorginstellingen in de regio. Die merkten dat nieuwe medewerkers vaak wel zorgzaam waren, maar weinig ervaring hadden met technologie. Daardoor voelden zij zich onzeker wanneer een client vragen stelde over een digitaal hulpmiddel. Een regionale zorgorganisatie stelde daarom oefenapparatuur beschikbaar. 'We leiden niet op voor een merk of apparaat', zegt docent Karin Meijer. 'We leren studenten vooral nieuwsgierig en kritisch te kijken naar wat technologie voor een client kan betekenen.'
Niet elke student kan meedoen. Dit jaar zijn er twaalf plaatsen. Studenten moeten goede resultaten halen, maar cijfers zijn niet genoeg. De opleiding kijkt ook naar motivatie, samenwerking en zelfstandigheid. Studenten schrijven een korte motivatiebrief en voeren een gesprek met twee docenten. Ook de stagebegeleider geeft advies, omdat die ziet hoe een student met clienten omgaat en of iemand verantwoordelijkheid neemt wanneer iets niet meteen lukt.
Volgens Meijer is het traject organiseren niet het moeilijkste. 'De grootste uitdaging is tijd. Studenten hebben al lessen, stage en opdrachten. We moeten voorkomen dat het extra traject voelt als nog meer druk.' Daarom worden sommige bijeenkomsten tijdens stagedagen georganiseerd, samen met de zorginstelling waar studenten al zijn. Studenten krijgen dan geen losse theorieles, maar onderzoeken een vraag die op hun stageplek echt speelt.
Een opdracht ging bijvoorbeeld over een oudere bewoner die 's nachts vaak opstond. De studenten moesten niet alleen kijken welke sensor geschikt was, maar ook hoe de bewoner en zijn familie hierover geinformeerd konden worden. Volgens Meijer is dat belangrijk: 'Techniek werkt alleen als mensen begrijpen waarom je die gebruikt en als hun privacy serieus wordt genomen.'
Vraag 18
Waarom is de talentklas ontstaan?
Vraag 19
Wat deed een regionale zorgorganisatie voor de talentklas?
Vraag 20
Welke studenten worden vooral geselecteerd?
Vraag 21
Wat vindt Karin Meijer de grootste uitdaging?
Vraag 22
Wat geldt voor Noor en Jayden?
Vraag 23
Wat wil Petra Mulder veranderen aan de talentklas?
Tekst 5: Taalmaatje gezocht
Deze tekst komt uit een folder van een vrijwilligersorganisatie. De tekst gaat over taalmaatjes.
Veel nieuwe inwoners willen graag Nederlands spreken buiten de taalles. Dat is niet altijd makkelijk. In de les oefenen zij met boeken, maar in de supermarkt, op school of bij de sportvereniging gaat een gesprek vaak sneller. Sommige mensen durven daardoor weinig te zeggen, terwijl zij de woorden eigenlijk wel kennen. Daarom zoekt Taalpunt Rivierenstad taalmaatjes.
Een taalmaatje spreekt elke week af met een deelnemer die Nederlands wil oefenen. De deelnemer kiest samen met de coordinator een persoonlijk doel. De een wil durven bellen met de huisarts, de ander wil beter praten met de leerkracht van zijn kind of mensen leren kennen in de buurt. Het taalmaatje helpt door te luisteren, vragen te stellen en samen kleine situaties te oefenen. Het gaat dus niet om huiswerk nakijken, maar om vertrouwen opbouwen.
Taalmaatjes zijn vrijwilligers. Zij geven geen professionele taalles en hoeven geen grammatica-expert te zijn. Belangrijker zijn geduld, interesse en de bereidheid om minstens zes maanden beschikbaar te zijn. Een afspraak duurt meestal anderhalf uur per week. Daarnaast zijn er vier keer per jaar groepsbijeenkomsten. Wie maar af en toe tijd heeft, kan beter helpen bij losse activiteiten van het Taalpunt.
Iedere vrijwilliger volgt eerst een basistraining van twee dagdelen. Daarin gaat het over duidelijke taal, grenzen aangeven, omgaan met cultuurverschillen en het kiezen van geschikte oefensituaties. Vrijwilligers oefenen bijvoorbeeld hoe je iemand verbetert zonder het gesprek steeds te onderbreken. Na de training kijkt de coordinator welke deelnemer goed bij de vrijwilliger past.
Een taalmaatje neemt geen taken over van professionele hulpverleners. Hij vult dus geen formulieren namens de deelnemer in en geeft geen juridisch advies. Wel kan hij samen oefenen met de woorden die op zo'n formulier staan, of een gesprek voorbereiden dat de deelnemer zelf moet voeren. Zo blijft de deelnemer eigenaar van zijn eigen doel.
Voor de eerste afspraak organiseert Taalpunt een kennismaking. De coordinator is daarbij aanwezig en bespreekt praktische afspraken, zoals tijd, plaats en bereikbaarheid. Als er geen klik is, wordt er naar een andere koppeling gezocht. Dat voorkomt dat vrijwilliger en deelnemer na een paar weken afhaken.
Vraag 24
Waarom zoekt Taalpunt Rivierenstad taalmaatjes?
Vraag 25
Wie bepaalt het persoonlijke doel van de deelnemer?
Vraag 26
Wat is volgens de tekst belangrijker dan grammatica-expert zijn?
Vraag 27
Wat moet iemand doen voordat hij taalmaatje kan worden?
Vraag 28
Wat staat er in de tekst over geld?
Vraag 29
Bij wie kan een taalmaatje terecht als een gesprek moeilijk loopt?
Tekst 6: Algemene informatie Taalpoort College
Deze tekst komt van de website van Taalpoort College. Lees eerst de vraag. Zoek het antwoord in de tekst.
Aanwezigheid: Tussen de eerste les op maandag en de laatste les op vrijdag moet je beschikbaar zijn voor school, stage, toetsen en verplichte activiteiten. Kun je niet naar school of stage komen? Meld dit dan voor 09.00 uur bij het Onderwijsservicepunt van je opleiding. Loop je stage, meld je afwezigheid dan ook bij je stagebedrijf. De reden van je afwezigheid wordt geregistreerd.
Kom je te laat of blijf je weg zonder geldige reden of zonder melding, dan registreert de school dit als ongeoorloofd verzuim. De mentor of studentadviseur neemt dan contact met je op. Bij herhaling kan de school ook je ouders, werkgever of stagebedrijf informeren, afhankelijk van je leeftijd en opleiding.
Studentpas: Iedere student krijgt een Taalpoortpas. Daarmee open je de toegangspoortjes, print je documenten, leen je materialen in het open leercentrum en laat je bij toetsen zien wie je bent. Het scannen van je pas bij de ingang bewijst alleen dat je in het gebouw bent. De docent registreert daarna of je bij de juiste onderwijsactiviteit aanwezig bent.
Bereikbaarheid: Zorg dat de school altijd je juiste telefoonnummer en e-mailadres heeft. Verandert je adres of contactpersoon, geef dit dan schriftelijk door aan de Studentenadministratie. Een telefoonnummer of e-mailadres kun je ook wijzigen via Selfservice. In noodgevallen gebruikt de school deze gegevens om jou of je contactpersoon snel te bereiken.
Ben je je pas vergeten, dan kun je bij de receptie een tijdelijke dagpas aanvragen. Hiervoor betaal je EUR 4 administratiekosten. Breng je de tijdelijke pas dezelfde dag terug, dan wordt je eigen pas weer geactiveerd. De tijdelijke pas werkt alleen op de dag waarop hij is uitgegeven en mag niet aan iemand anders worden uitgeleend.
Kluisjes: Op de meeste locaties kun je met je Taalpoortpas een kluisje openen. Laat geen waardevolle spullen in een lokaal achter. De school is niet verantwoordelijk voor verlies van spullen die onbeheerd zijn achtergelaten. Is een kluisje defect, meld dit dan dezelfde dag bij de receptie.
Vraag 30
Nora loopt stage en kan morgen niet komen. Wat moet zij doen?
Vraag 31
Jamal is zijn Taalpoortpas vergeten. Hij vraagt een tijdelijke dagpas aan. Wat betaalt hij?
Vraag 32
Fatima is haar Taalpoortpas kwijt. Wat moet zij in totaal betalen voor een nieuwe pas?
Vraag 33
Sam hoort het alarmsignaal. Wat moet hij doen?
Vraag 34
Mila volgt een BBL-opleiding niveau 4 en is op 1 augustus 19 jaar. Hoeveel cursusgeld moet zij betalen?
Vraag 35
Ravi vindt dat zijn factuur niet klopt. Wat moet hij doen?
De projectgroep mag ook zelf voorstellen doen. Bijvoorbeeld over betere pauzeruimtes, duidelijkere instructies voor nieuwe medewerkers of een andere verdeling van scholingsuren. De directie moet minstens een keer met de projectgroep over zo'n voorstel praten en daarna schriftelijk reageren. In die reactie staat of het voorstel wordt overgenomen en waarom.
Om haar werk goed te kunnen doen, heeft de projectgroep informatie nodig. De directie moet daarom relevante stukken delen, zoals jaarplannen, verzuimcijfers en rapporten over veiligheid. Als informatie vertrouwelijk is, kunnen afspraken worden gemaakt over wie de stukken mag lezen. De groep mag de informatie alleen gebruiken voor haar taak.
Bij grote kwesties kan de projectgroep de achterban raadplegen. Dat gebeurt bijvoorbeeld met een korte vragenlijst of een bijeenkomst per afdeling. De directie moet werknemers de gelegenheid geven om mee te werken. De uitkomst van zo'n raadpleging is geen stemming die de directie automatisch moet volgen, maar geeft wel een beeld van wat er op de werkvloer leeft.
Toch is repareren niet altijd de beste keuze. Sommige apparaten gebruiken zoveel stroom dat een nieuw en zuiniger apparaat op lange termijn beter is voor het milieu. Ook zijn onderdelen soms moeilijk te krijgen of alleen beschikbaar voor professionele monteurs. De Graaf vindt daarom dat producenten meer verantwoordelijkheid moeten nemen: producten moeten langer meegaan en makkelijker uit elkaar te halen zijn.
Een andere beperking is tijd. Wie een jas nodig heeft voor het werk, kan niet altijd drie weken wachten tot iemand de juiste rits heeft gevonden. Daarom verwacht De Graaf niet dat repareren kopen helemaal zal vervangen. Wel denkt zij dat mensen vaker zullen nadenken voordat ze iets wegdoen.
Repareren maakt ons dus niet automatisch duurzamer. Het verandert wel de manier waarop we naar spullen kijken. Wie eenmaal zelf een lamp heeft gemaakt, gooit de volgende kapotte lamp minder snel weg. En wie ziet hoeveel moeite een kleine reparatie kost, begrijpt beter waarom goedkope producten soms toch duur uitpakken.
Naast opdrachten op stage krijgen de studenten gastlessen van verpleegkundigen, ergotherapeuten en technici. Soms bezoeken zij een zorgwoning waar allerlei hulpmiddelen zijn ingebouwd. Daar zien ze dat een apparaat pas zinvol is als het past bij de gewoontes van de client. Een automatische gordijnopener helpt bijvoorbeeld weinig als iemand liever zelf de ramen controleert.
Studenten Noor en Jayden zijn enthousiast. Noor dacht eerst dat technologie in de zorg vooral afstandelijk was. 'Nu zie ik dat een sensor juist kan zorgen dat iemand langer thuis kan wonen.' Jayden wil later werken als gespecialiseerd verzorgende. Hij vindt het mooi dat hij door de talentklas iets op zijn cv heeft staan dat veel andere studenten nog niet hebben.
Opleidingsmanager Petra Mulder onderzoekt of de talentklas kan worden uitgebreid naar twee studiejaren. Ook wil ze studenten van ICT en Zorg samen opdrachten laten doen. 'In de praktijk moeten deze mensen elkaar begrijpen. Een ICT'er kan een prachtig systeem bouwen, maar als een verzorgende niet uitlegt wat er in de huiskamer gebeurt, sluit het systeem niet aan.'
Mulder verwacht niet dat iedere student later met zorgtechnologie verdergaat. Dat hoeft volgens haar ook niet. De school wil vooral dat toekomstige verzorgenden genoeg basiskennis hebben om mee te praten over veranderingen in hun beroep. 'De beste lessen ontstaan wanneer studenten samen bij een zorginstelling een echt probleem oplossen.'
Onkosten, zoals buskosten of kosten voor koffie tijdens een afspraak, kunnen worden vergoed. Taalmaatjes krijgen geen salaris. Wel krijgen zij begeleiding van de coordinator. Als een gesprek moeilijk loopt of als de vrijwilliger zich zorgen maakt over een deelnemer, kan hij altijd contact opnemen met de coordinator. Tijdens groepsbijeenkomsten wisselen taalmaatjes ervaringen en tips uit.
Taalpunt Rivierenstad koppelt een taalmaatje eerst voor zes maanden aan een deelnemer. Daarna bespreken de deelnemer, het taalmaatje en de coordinator of ze doorgaan. Soms is het doel dan al bereikt. Soms blijkt juist dat iemand meer ondersteuning nodig heeft, bijvoorbeeld omdat er ook problemen zijn met administratie, werk of gezondheid. Dan verwijst de coordinator door naar een andere organisatie.
Vrijwilliger Eva: 'Ik dacht dat ik iemand vooral woorden zou leren. Maar eigenlijk leer ik zelf ook veel. Mijn taalmaatje durft nu zelf met de buren te praten. Dat lijkt klein, maar voor hem maakt het een groot verschil.' Volgens Eva hoeft een taalmaatje niet perfect Nederlands uit te leggen. 'Je moet vooral blijven komen, ook als het gesprek een keer minder soepel loopt.'
Pas kwijt of kapot: Ben je je Taalpoortpas kwijt, vraag dan bij de receptie een nieuwe pas aan. Je betaalt EUR 6 voor de pas en EUR 4 administratiekosten. Als je eenmaal een vervangende pas hebt aangevraagd, kan de oude pas niet meer worden gebruikt. Is je pas kapot zonder dat dit jouw schuld is, dan krijg je gratis een nieuwe. Is de pas door verkeerd gebruik kapot gegaan, dan betaal je dezelfde kosten als bij verlies.
Veiligheid: Bij brand of een andere calamiteit klinkt een alarmsignaal. Verlaat het gebouw via de dichtstbijzijnde nooduitgang en ga naar de verzamelplaats. Gebruik geen lift. Blijf buiten totdat een medewerker met een geel hesje zegt dat je terug mag. Zie je zelf een gevaarlijke situatie en is er nog geen alarm, waarschuw dan de receptie of bel intern nummer 222.
EHBO: Heb je een pleister nodig of is iemand gevallen, ga dan naar de receptie of naar een medewerker van de facilitaire dienst. Kun je de gewonde persoon niet veilig verplaatsen, blijf dan bij hem of haar en laat iemand anders hulp halen. Bij spoed belt een medewerker intern nummer 222 of direct 112. Volg altijd de instructies van de EHBO'er of bedrijfshulpverlener.
Toetsen: Bij toetsen moet je je Taalpoortpas of een geldig identiteitsbewijs kunnen laten zien. Telefoons staan uit en blijven in je tas, behalve wanneer de surveillant uitdrukkelijk toestemming geeft voor een digitale opdracht. Kom je te laat, dan bepaalt de surveillant of je nog mag beginnen. Extra tijd wordt niet automatisch gegeven.
Cursusgeld: Volg je een BBL-opleiding en ben je op 1 augustus 18 jaar of ouder, dan betaal je wettelijk cursusgeld. Voor niveau 1 en 2 is dat EUR 248. Voor niveau 3 en 4 is dat EUR 602. Volg je deeltijd-vavo, dan hangt het bedrag af van het aantal lesuren. De factuur ontvang je per e-mail.
Betaalt je werkgever het cursusgeld voor je BBL-opleiding? Dan moet per schooljaar een werkgeversmachtiging worden ingevuld. Die machtiging moet door jou en door je werkgever worden ondertekend. Pas nadat Taalpoort College het formulier heeft ontvangen, wordt de factuur op naam van de werkgever gezet. Tot die tijd blijf je zelf verantwoordelijk voor betaling.
Factuur klopt niet: Denk je dat de factuur niet klopt? Stuur dan binnen 14 dagen na de factuurdatum een e-mail naar debiteuren@taalpoort.nl. Vermeld je naam, geboortedatum, studentnummer en factuurnummer. Je moet wel op tijd reageren; telefonisch bezwaar maken is niet genoeg. Zolang je bezwaar wordt behandeld, moet je het deel van de factuur dat wel klopt gewoon betalen. Bewaar de bevestiging van je e-mail totdat je antwoord hebt gekregen, ook voor je eigen administratie.
Cursusgeld terugvragen kan alleen in bepaalde situaties, bijvoorbeeld wanneer je je voor de eerste lesdag uitschrijft, voor 1 oktober stopt, of door bijzondere familieomstandigheden moet stoppen. Teruggave gaat niet automatisch. Je vraagt dit aan met het formulier aanvraag terugbetaling cursusgeld bij Team Debiteuren.
Uitjes: Sommige opleidingen organiseren excursies. Als een uitje onderdeel is van het lesprogramma, is deelname verplicht en hoef je niet apart te betalen. Activiteiten die niet bij het lesprogramma horen, betaal je zelf via de webshop. De opleiding vermeldt vooraf of deelname verplicht is.
Vragen: Op de website van Taalpoort College staat per onderwerp bij welke balie of afdeling je moet zijn. Twijfel je, ga dan naar de receptie. De medewerker daar lost niet elk probleem zelf op, maar kan wel aangeven of je naar het Onderwijsservicepunt, Team Debiteuren, de studentadviseur of de facilitaire dienst moet.
Uitschrijven of overstappen: Wil je stoppen met je opleiding of overstappen naar een andere opleiding? Maak dan een afspraak met de studentadviseur van je sector. Studenten van de sector Techniek regelen dit met hun mentor. De studentadviseur kan je ook doorverwijzen naar het Studie Informatie Punt als je meer wilt weten over vervolgopleidingen of kansen op werk.