De of het aangelegenheid?
de aangelegenheid
- Meervoud
- de aangelegenheden
- Verkleinwoord
- het aangelegenheidje
- Aanwijzend
- deze aangelegenheid / die aangelegenheid
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooie aangelegenheid / de mooie aangelegenheid
de aangelegenheid