Welke Nederlandse zelfstandige naamwoorden krijgen de?
De meeste zelfstandige naamwoorden in het enkelvoud en alle meervouden krijgen de. Namen voor personen en verschillende uitgangen geven aanwijzingen, maar bij veel woorden moet je het lidwoord samen met het woord leren.
De tafel staat buiten. De meeste zelfstandige naamwoorden in het enkelvoud krijgen de. Toch kun je het lidwoord bij veel woorden niet uit de vorm of betekenis afleiden. Leer zulke woorden daarom meteen met hun lidwoord.
Welke groepen zelfstandige naamwoorden krijgen meestal de?
Drie groepen geven houvast: namen voor personen, zoals de vrouw; namen voor fruitsoorten en planten, zoals de appel; en alle meervouden, zoals de glazen. Voor het meervoud geldt een vaste regel: als je een bepaald lidwoord gebruikt, is dat altijd de.
- De meeste woorden voor personen en beroepen krijgen de: de vrouw, de dokter, de leraar. Veelvoorkomende uitzonderingen in het enkelvoud zijn het kind, het lid en het slachtoffer. Een samenstelling volgt het laatste deel. Daarom zeg je het Kamerlid en het afdelingshoofd.
- Namen voor fruitsoorten, bomen en planten zijn meestal de-woorden: de appel, de boom, de bloem. Gebruik dit als aanwijzing, niet als volledige regel; het algemene woord is het fruit.
- Elk zelfstandig naamwoord in het meervoud krijgt de als het een bepaald lidwoord heeft. Het lidwoord in het enkelvoud maakt niet uit: het glas → de glazen, en het meisje → de meisjes.
Welke uitgangen wijzen op de?
de opleiding, de vrijheid en de politie krijgen allemaal de. Hun uitgangen geven nuttige aanwijzingen. Sommige aanwijzingen gelden alleen als de uitgang het zelfstandig naamwoord vormt; dezelfde laatste letters kunnen ook in woorden zonder zo’n verband staan.
| Aanwijzing | Voorbeeld | Wat je onthoudt |
|---|---|---|
| naamwoordvormend -ing | de opleiding | dit achtervoegsel vormt de-woorden |
| -heid | de vrijheid | dit achtervoegsel vormt de-woorden |
| -tie | de politie | krijgt meestal de |
| -teit of -iteit | de universiteit | krijgt meestal de |
| -ie | de familie | krijgt meestal de |
| naam voor een persoon of beroep op -er | de bakker | deze persoonsaanduiding krijgt de |
| naam voor een persoon of beroep op -aar of -eur | de ambtenaar, de directeur | deze persoonsaanduidingen krijgen de |
Een achtervoegsel is meer dan alleen de laatste letters. In opleiding vormt -ing een zelfstandig naamwoord en bepaalt het achtervoegsel mede het lidwoord de. Het ding eindigt toevallig op dezelfde letters. Zo vormt -er een persoonsaanduiding in de bakker, terwijl het water alleen op de letters er eindigt.
Waarom moet je -schap apart controleren?
de vriendschap en de wetenschap krijgen de, terwijl het lidmaatschap en het genootschap het krijgen. De betekenis geeft alleen een tendens. Woorden voor een toestand of eigenschap en sommige woorden die van werkwoorden zijn gemaakt, krijgen vaak de. Woorden voor een rol of status krijgen vaak het. Dat geldt ook voor sommige namen van instellingen. Verschillende veelvoorkomende woorden moet je apart leren, waaronder de boodschap (bericht of winkelklus), het gezelschap, het landschap en het gereedschap.
Welk lidwoord krijgt een verkleinwoord?
de vrouw wordt als verkleinwoord in het enkelvoud het vrouwtje en in het meervoud de vrouwtjes. Elk verkleinwoord in het enkelvoud krijgt het, ook woorden voor personen. Elk meervoud met een bepaald lidwoord krijgt de, ook meervouden van verkleinwoorden. Daarom is het het meisje, maar de meisjes.
Hoe leer je zelfstandige naamwoorden zonder aanwijzing?
Schrijf de tafel, niet alleen tafel, op een woordkaart. Zo leer je het lidwoord meteen bij het enkelvoud. Als er geen betrouwbare aanwijzing is, is de de waarschijnlijkste gok omdat de meeste zelfstandige naamwoorden de-woorden zijn. Controleer het woord daarna in een woordenboek of woordenlijst.
Zie ook
Gebruik het overzicht van de en het voor het bredere lidwoordsysteem en welke zelfstandige naamwoorden het krijgen voor de andere aanwijzingen. Bekijk het meervoud op -en om veelvoorkomende meervouden te vormen.
- Vul in: *___ dokter is er nog niet.*
- *Het*
- *De*
- *Een*
- *Dat*
*Dokter* noemt een persoon en een beroep. Het vaste lidwoord is *de*: *de dokter*. Woorden voor personen zijn meestal de-woorden.
- Welk zelfstandig naamwoord krijgt *de* door zijn uitgang?
- *het museum*
- *de vrijheid*
- *het moment*
- *het goud*
Het achtervoegsel *-heid* vormt de-woorden, dus de juiste combinatie is *de vrijheid*. De andere drie zijn het-woorden.
- Wat is het lidwoord van het meervoud *glazen*?
- *het*
- *de*
- *een*
- geen lidwoord
Elk meervoud met een bepaald lidwoord krijgt *de*, ook als het enkelvoud *het* krijgt: *het glas* → *de glazen*.
- Waarom krijgt *het meisje* *het* en niet *de*, hoewel het naar een persoon verwijst?
- het is een meervoud
- het is een verkleinwoord in het enkelvoud, en zulke verkleinwoorden krijgen *het*
- woorden voor personen krijgen altijd *het*
- het eindigt op *-je* en krijgt daarom *de*
*meisje* is een verkleinwoord in het enkelvoud en krijgt daarom *het*: *het meisje*. Het meervoud volgt de meervoudsregel en krijgt *de*: *de meisjes*.
- Welk zelfstandig naamwoord op *-schap* is een het-woord?
- *vriendschap*
- *wetenschap*
- *boodschap*
- *lidmaatschap*
*het lidmaatschap* is een het-woord. De andere drie krijgen *de*: *de vriendschap*, *de wetenschap* en *de boodschap*.
Test jezelf
Question 1 of 5
Vul in: ___ dokter is er nog niet.