Ga naar de hoofdinhoud

De of het aanwezigheid?

de aanwezigheid

Meervoud
de aanwezigheden
Verkleinwoord
het aanwezigheidje
Aanwijzend
deze aanwezigheid / die aanwezigheid
Met bijvoeglijk naamwoord
een mooie aanwezigheid / de mooie aanwezigheid