De of het reizigers?
de reizigers
Betekenis
traveller, voyager
Voorbeeld
De reizigers wachtten geduldig op hun trein.
The travellers waited patiently for their train.
Als jonge reiziger trok hij de wereld rond.
As a young voyager, he traveled around the world.
Waarom?
Elk Nederlands meervoud krijgt de.
Lees meer over deze regel- Meervoud
- de reizigers
- Verkleinwoord
- het reizigertje
- Aanwijzend
- deze reiziger / die reiziger
- Met bijvoeglijk naamwoord
- een mooie reiziger / de mooie reiziger