Ga naar de hoofdinhoud

De of het seizoenen?

de seizoenen

Betekenis

a season, major part of the year

Waarom?

Elk Nederlands meervoud krijgt de.

Lees meer over deze regel
Meervoud
de seizoenen
Verkleinwoord
het seizoentje
Aanwijzend
dit seizoen / dat seizoen
Met bijvoeglijk naamwoord
een mooi seizoen / het mooie seizoen
Bekijk de basisvorm