A2 Schrijven-examen (Schrijven): vorm, score en oefenen
A2 Schrijven-examen (Schrijven): vorm, score en oefenen
Begrijp het A2 Schrijven-examen van 40 minuten, de taaktypen, het scoremodel en oefen met originele formulieren, e-mails, notities en vrije schrijfopdrachten.
Auteur
Door Inburgering.org team (Redactieteam)
Reviewer
Gereviewd door Kirill Svavolia (Redactionele review)
Laatst bijgewerkt
Het A2 Schrijven-examen, in het Nederlands Schrijven, is een pen-en-papier-examen van 40 minuten met 4 schrijfopdrachten. DUO zegt dat je bijvoorbeeld een korte brief moet schrijven of een formulier moet invullen. Bereid je in de praktijk voor op één formulier plus korte praktische teksten zoals een e-mail, een notitie of een paar zinnen over een bekend onderwerp.
Deze gids legt het vorm uit, geeft je een praktisch scoremodel en bevat drie originele A2-oefenexamens. Dit zijn geen officiële DUO-vragen; het zijn nieuwe oefentaken geschreven met dezelfde alledaagse A2-complexiteit.
Belangrijkste gewoonte:Beantwoord elk punt in de opdracht in duidelijke, volledige zinnen.
Oefendoel:gebruik ongeveer 65% als zelfstudiedoel, omdat de exacte drempelwaarde voor het publiek niet duidelijk wordt vermeld op de officiële pagina's die voor dit artikel zijn gecontroleerd.
Wat je mogelijk moet schrijven
A2-schrijfopdrachten zijn praktisch. Het examen test niet de essaystijl. Er wordt getest of een ander je bericht, je gegevens en je verzoek kan begrijpen.
Taaktype
Klaar om te oefenen?
Toegang tot duizenden oefenvragen met directe AI-feedback
Een verzoek, verontschuldiging, nieuw plan, klacht of praktische vraag.
4-6 korte zinnen.
Vrij schrijven
Een bekend onderwerp zoals eten, vervoer, studie, werk, gezin of buurtleven.
Minimaal 3 volledige zinnen.
Briefje of bericht
Duidelijke instructies of informatie voor een collega, buurman, huisgenoot, school of servicebalie.
3-5 korte zinnen.
Een praktisch scoremodel
Om te oefenen: scoor één formuliertaak op 7 punten en de andere drie schrijftaken elk op 10 punten. Dat levert maximaal 37 punten op. Gebruik 25 van de 37 als conservatief studiedoel, niet als officieel gepubliceerd voldoende cijfer.
Voor e-mails, vrijschrijfopdrachten en notities: volledigheid/begrijpelijkheid 0-3, grammatica 0-2, spelling 0-2, woordgebruik 0-2, coherentie 0-1.
Voor vormen: volledigheid/begrijpelijkheid 0-3, spelling 0-2, woordgebruik 0-2.
Als de volledigheid/begrijpelijkheid 0 is, scoor je de hele taak als 0. Een tekst die de taak niet beantwoordt, kan geen taalpunten opleveren.
Eenvoudig correct Nederlands scoort doorgaans beter dan lange zinnen met een onduidelijke woordvolgorde.
Hoe de 40 minuten te gebruiken
Minuut
Actie
0-4
Lees alle taken. Markeer de punten die je moet beantwoorden.
4-12
Doe het formulier. Vul elk veld in en controleer de spelling van namen en cijfers.
12-33
Schrijf de drie andere taken op. Houd elk antwoord kort en volledig.
33-40
Controleer begroetingen, datums, werkwoorden, woordvolgorde en of elk punt wordt beantwoord.
Originele A2-schrijfoefenexamens
Gebruik één oefenexamen tegelijk. Stel een timer van 40 minuten in, schrijf op papier en lees het volgende examen pas nadat je je eerste poging hebt gescoord.
Oefenexamen 1
Opgave 1 - E-mail aan de fietsenmaker
Uw fiets is bij fietsenmaker De Brug. U zou de fiets vandaag ophalen, maar u moet langer werken. U schrijft een e-mail aan de fietsenmaker.
Schrijf dat u de fiets vandaag niet kunt ophalen.
Vraag of u de fiets morgenmiddag kunt ophalen.
Vraag hoeveel de reparatie kost.
Schrijf de e-mail in hele zinnen.
Opgave 2 - Mijn favoriete maaltijd
U krijgt elke week een wijkkrant. Iedereen uit de buurt mag iets voor deze krant schrijven. U schrijft over uw favoriete maaltijd. Schrijf minimaal drie zinnen.
Wat eet je graag?
Met wie eet je deze maaltijd?
Wanneer maakt of koopt je deze maaltijd?
Schrijf in hele zinnen.
Opgave 3 - Inschrijven voor een taalcafé
U wilt Nederlands oefenen in het buurthuis. U vult een formulier in voor Taalcafé De Horizon. Sommige gegevens mag u zelf bedenken.
Voor- en achternaam:
Adres:
Postcode en woonplaats:
Telefoonnummer:
E-mail:
Op welke dag kom je? Kies: dinsdagavond, vrijdagochtend, of zaterdagmiddag.
Hoe vaak kom je? Kies: elke week, twee keer per maand, of soms.
Waarom wilt u naar het taalcafé?
Wat wil je vooral oefenen?
Opgave 4 - Briefje voor buurvrouw Nadia
U bent twee dagen niet thuis. Uw buurvrouw Nadia helpt u. Schrijf een briefje voor Nadia.
Vraag of zij de planten water willen geven.
Vraag of zij de post uit de brievenbus wil halen.
Schrijf wanneer u weer thuis bent.
Bedank haar. Schrijf in hele zinnen.
Oefenexamen 2
Opgave 1 - E-mail aan uw docent
U volgt een cursus Nederlands. Morgen is er les, maar u kunt niet komen. U schrijft een e-mail aan uw docent, mevrouw Bakker.
Schrijf waarom u de e-mail stuurt.
Schrijf waarom u niet naar de les kunt komen. Bedenk zelf een reden.
Vraag welk huiswerk u moet maken.
Bied je excuses aan. Schrijf in hele zinnen.
Opgave 2 - Gevonden tas melden
U hebt in de bus een tas gevonden. U vult een formulier in van het vervoerbedrijf. Bedenk zelf de gegevens.
Voor- en achternaam:
Telefoonnummer:
E-mail:
Datum:
Buslijn:
Waar hebt u de tas gevonden?
Hoe ziet de tas eruit?
Welke drie dingen zitten in de tas?
Opgave 3 - De markt in mijn buurt
U schrijft voor de wijkkrant over de markt in uw buurt. Schrijf minimaal drie zinnen.
Wanneer is de markt?
Wat koopt je daar graag?
Waarom gaat u graag of niet graag naar de markt?
Schrijf in hele zinnen.
Opgave 4 - Bericht voor huisgenoot Samir
U moet vroeg naar uw werk. Uw huisgenoot Samir is nog thuis. Schrijf een kort bericht voor Samir.
Vraag of hij het afval buiten wil zetten.
Vraag of hij het raam in de keuken wil sluiten.
Schrijf hoe laat u vanavond thuis bent.
Bedank hem. Schrijf in hele zinnen.
Oefenexamen 3
Opgave 1 - E-mail over verwarming
De verwarming in uw woning werkt niet goed. U schrijft een e-mail aan de woningbouwvereniging.
Schrijf wat het probleem is.
Schrijf sinds wanneer u dit probleem hebt.
Vraag van iemand langs kan komen voor reparatie.
Schrijf wanneer u thuis bent. Schrijf in hele zinnen.
Opgave 2 - Mijn reis naar werk of school
U schrijft voor de wijkkrant over uw reis naar werk of school. Schrijf minimaal drie zinnen.
Hoe vaak reist je?
Hoe lang duurt de reis?
Wat vindt u prettig of vervelend aan de reis?
Schrijf in hele zinnen.
Opgave 3 - Schadeformulier fietsverzekering
Uw fiets is beschadigd bij het station. U vult een schadeformulier in voor uw verzekering. Sommige gegevens mag u zelf bedenken.
Achternaam:
Voorbrieven:
Adres:
Telefoonnummer:
E-mail:
Datum van de schade:
Waar stond de fiets?
Wat is kapot? Schrijf drie dingen op.
Wanneer kan de verzekering u bellen?
Opgave 4 - E-mail aan de bibliotheek
U hebt een boek van de bibliotheek te laat teruggebracht. U schrijft een e-mail aan de bibliotheek.
Schrijf welk boek te laat is.
Schrijf waarom u het boek te laat terugbrengt. Bedenk zelf een reden.
Vraag hoeveel u moet betalen.
Bied je excuses aan. Schrijf in hele zinnen.
Zelfcontrole voordat je stopt met schrijven
Heb je elk punt in de opdracht beantwoord?
Hebt je volledige zinnen geschreven voor e-mails, notities en vrije schrijftaken?
Heeft je een begroeting en afsluiting gebruikt wanneer de taak om een e-mail vraagt?
Heeft je namen, data, straatnamen, telefoonnummers en e-mailadressen gecontroleerd?
Heb je eenvoudige verbindingswoorden gebruikt zoals en, maar, want en omdat?