Lees de vraag en zoek bewijs in de tekst
Lees bij een lange B1-examentekst eerst de vraag. Dan weet je wat je moet zoeken. Gaat de vraag over een datum, regel of voorwaarde? Zoek die informatie en lees de zinnen eromheen. Gaat het om een doel, mening of conclusie? Lees dan de inleiding, de belangrijke alinea’s en het einde aandachtig. Staat er dat je de hele tekst moet lezen, doe dat dan. Kies het antwoord waarvoor je bewijs in de tekst vindt.
Wat krijg je bij het B1-examen Lezen?
Bij Staatsexamen NT2 Lezen laat je zien dat je teksten over werk, studie en het dagelijks leven in Nederland begrijpt. Programma I (Externe website, opent in een nieuw tabblad) is het examen op B1-niveau. In de gids voor Staatsexamen NT2 Lezen vind je de volledige uitleg over het examen.
In de officiële uitleg en instructies voor Lezen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) staat hoe het examen werkt:
- Je hebt 110 minuten voor zes teksten.
- Je leest de teksten in een papieren boekje. De meerkeuzevragen beantwoord je op de computer.
- De uitgeschreven instructie noemt 35 of 36 vragen. Op de pagina over de examenopzet staat nu 36.
- Elke vraag heeft één goed antwoord. Voor sommige vragen heb je de hele tekst of een alinea nodig. Voor andere zoek je één stukje informatie.
Volgens de woordenboekregels voor de examendag (Externe website, opent in een nieuw tabblad) mag je alleen het Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal (NT2) gebruiken. Wil je het gebruiken, neem dan je eigen papieren exemplaar mee. Je mag geen woordenboek van een andere kandidaat lenen. Een digitaal woordenboek is ook niet toegestaan.
Welke score heb je nodig om te slagen?
Voor elk goed antwoord bij Lezen krijg je één punt. De computer zet je punten om naar een examenscore. Met een score van 500 of hoger ben je geslaagd (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Maak je een officieel oefenexamen? Gebruik dan de scoretabel die bij dat examen hoort.
Welke kleine woorden veranderen het antwoord?
Je kunt het onderwerp begrijpen en toch een voorwaarde missen. Een klein woord kan het antwoord veranderen. Let op alleen, behalve, tenzij, vanaf en uiterlijk. Controleer ook niet en geen voordat je een antwoord kiest.
Oefenvoorbeeld: “U kunt zich tot 1 juni aanmelden, behalve als de cursus vol is.” Je kunt je dus niet altijd tot 1 juni aanmelden: de cursus kan al vol zijn. Het antwoord moet zowel de datum als die voorwaarde noemen.
Woorden als daarom, daardoor, hoewel en volgens helpen je het verband te zien. Ze geven een reden, gevolg of tegenstelling aan. Of ze laten zien van wie een mening is. De antwoordmogelijkheden kunnen andere woorden gebruiken dan de tekst.
Hoe lees je bij elke vraagsoort?
De vraag bepaalt welke informatie je nodig hebt. In de tabel zie je hoe je die kunt vinden. Staat er bij de opdracht dat je de hele tekst moet lezen, volg dan die instructie.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Vraagsoort | Zo lees je | Waar kun je een fout maken? |
|---|---|---|
| Doel of hoofdgedachte | Lees de titel en korte inleiding. Lees daarna de hele tekst, ook het einde. Kijk hoe elke alinea bij de hoofdgedachte past. | Je kiest een detail terwijl de vraag over de hele boodschap gaat. |
| Detail, datum of voorwaarde | Zoek een sleutelwoord of een woord met dezelfde betekenis. Lees ook de zinnen eromheen. | Je mist een uitzondering of een woord als niet of geen. |
| Betekenis of verband | Lees de hele alinea rustig. Let op woorden die een reden, tegenstelling of gevolg aangeven. | Je zoekt één woord op, maar mist het verband tussen de zinnen. |
| Een persoon aan een situatie koppelen | Onderstreep wat de persoon nodig heeft. Vergelijk daarna alle voorwaarden. | Je kiest een antwoord dat maar gedeeltelijk past. Eén voorwaarde klopt niet. |
| Een detail in regels of op een informatiepagina | Zoek met behulp van kopjes, artikelnummers en vetgedrukte woorden. | Je leest alles langzaam voordat je weet wat je zoekt. |
Hoe verdeel je de 110 minuten?
Oefen met 16 minuten per tekst. Voor zes teksten is dat 96 minuten. Dan houd je 14 minuten over voor moeilijke vragen en een laatste controle. Dit is een plan om mee te oefenen. Tijdens het examen geldt geen aparte tijdslimiet per tekst.
Bij een tekst met regels kun je soms snel de gevraagde details vinden. Een artikel met meningen kan meer tijd vragen. Gebruik daarvoor een deel van de 14 minuten die je overhoudt. Twijfel je na ongeveer twee minuten nog tussen twee antwoorden? Kies het antwoord waarvoor je het beste bewijs hebt en markeer de vraag voor later.
Open voor het einde Overzicht. Controleer daar of je elke vraag hebt beantwoord. Je kunt naar gemarkeerde vragen teruggaan voordat je het examen inlevert. De officiële uitleg over het examenscherm (Externe website, opent in een nieuw tabblad) laat zien hoe je vragen markeert en opnieuw bekijkt.
Hoe pak je een lange tekst stap voor stap aan?
Gebruik de stappen hieronder bij elke tekst. Soms moet je volgens de instructie eerst de hele tekst lezen. Doe dat dan voordat je antwoorden kiest. Heeft een tekst met regels duidelijke kopjes? Dan kun je eerst de makkelijke zoekvragen beantwoorden.
- Lees de korte inleiding, titel en kopjes. Waar komt de tekst vandaan: een website, studieboek, artikel, folder of pagina met regels? Vraag je af wie de tekst schrijft, voor wie en waarom.
- Lees de vragen. Markeer namen, getallen, datums, plaatsen en woorden die voorwaarden aangeven.
- Zoek het deel dat je nodig hebt. Gebruik kopjes, beginzinnen van alinea’s en lijsten. Zoek gericht bij een detailvraag. Lees nauwkeurig bij vragen over een doel, mening of conclusie.
- Zoek bewijs voor je antwoord. Lees ook de zinnen eromheen en vergelijk alle voorwaarden.
- Vergelijk de antwoordmogelijkheden met de tekst. Streep een antwoord weg als de tekst het niet ondersteunt.
- Heb je het toegestane papieren woordenboek meegenomen? Zoek een woord alleen op als de betekenis je antwoord bepaalt. Je weet nu welke zin belangrijk is.
Met welke teksten kun je oefenen?
In openbare B1-examens vind je verschillende teksten. Denk aan bedrijfspagina’s, uitleg uit een studieboek, artikelen over onderzoek en artikelen waarin de schrijver een mening geeft. Ook verhalen over iemands werk, teksten over vrijwilligerswerk en lange reglementen komen voor.
Zoek bij regels en voorwaarden naar datums en uitzonderingen. Let bij artikelen en interviews op de hoofdgedachte en de mening. In de officiële oefenomgeving kun je oefenen met volledige examenteksten.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Soort tekst | Waar let je op? |
|---|---|
| Tekst over werk of een bedrijf | taken, eisen, redenen, voordelen en wat de schrijver van de lezer wil |
| Tekst over onderwijs of uit een studieboek | betekenissen van begrippen, rollen, stappen en verbanden tussen oorzaken en gevolgen |
| Artikel of interview | hoofdgedachte, mening, voorbeelden en conclusies |
| Oproep voor vrijwilligers of een vacature | voor wie de tekst is, verwachtingen, begeleiding en taal waarmee de schrijver je wil overtuigen |
| Regels of voorwaarden | datums, uitzonderingen, wat mag en wat moet, betalingen en bijzondere situaties |
In het openbare examen van 2025 staat dat je teksten 1–5 helemaal moet lezen. Bij de laatste tekst lees je volgens de instructie eerst elke vraag en zoek je daarna het antwoord. Volg steeds de instructies van het examen waarmee je oefent.
Begin op een computer of laptop met de officiële NT2-oefenomgeving en instructies (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Volgens de website werkt de oefenomgeving op die apparaten goed. Gebruik ons B1-oefenwerkboek voor Lezen om extra te oefenen.
Wanneer zoek je een woord op?
Zoek een woord op als de betekenis nodig is om het antwoord te kiezen. Kun je de vraag beantwoorden met wat je uit de alinea begrijpt? Lees dan verder. Als je elk onbekend woord opzoekt, houd je minder tijd over voor de andere vragen.
Als je gewend bent om bij leesopdrachten elk onbekend woord te vertalen, oefen dan ook zonder die tussenstap. Zoek eerst de zin die je nodig hebt om de vraag te beantwoorden.
Oefen vóór de examendag met hetzelfde woordenboek. Gebruik bij het oefenen en tijdens het examen deze tips:
- Zoek eerst het deel van de tekst dat de vraag beantwoordt. Open daarna pas het woordenboek.
- Zoek een onbekend werkwoord of zelfstandig naamwoord op als de betekenis je antwoord bepaalt. Controleer ook kleine woorden die voorwaarden en uitzonderingen aangeven.
- Haal voor het oefenen je aantekeningen, stickers en losse briefjes uit het woordenboek. Volgens de examenregels mogen er geen toegevoegde teksten, aantekeningen of briefjes in zitten.
- Kost het opzoeken je veel tijd? Oefen dan één tekst met een tijdslimiet zonder woordenboek. Bekijk de onbekende woorden als de tijd om is.
Hoe kies je wat je gaat oefenen?
Je fouten laten zien wat je nog moet oefenen. Maak een volledige oefenset van 35 of 36 vragen met een tijdslimiet. Doe daarna het volgende:
- Controleer je antwoorden en de scoretabel van het oefenexamen.
- Noteer bij elke fout de oorzaak: woordenschat, voorwaarde, doel, detail of tijdsdruk.
- Oefen een paar dagen met de vraagsoort die je het moeilijkst vindt.
- Maak een kort lijstje met de signaalwoorden hierboven om te herhalen.
Mis je vaak een voorwaarde? Oefen dan detailvragen. Onderstreep woorden die bepalen wanneer het antwoord wel of niet klopt. Begrijp je de tekst, maar kom je tijd tekort? Probeer dan het plan met 16 minuten per tekst. Maak in de laatste week elke oefenset binnen de tijd af. Controleer of je overal een antwoord hebt gekozen. Oefen ook met het examenscherm in de officiële oefenomgeving.
- Auteur
- Door Inburgering.org team
- Reviewer
- Gereviewd door Kirill Svavolia
Officiële bronnen
- Staatsexamens NT2: Hoe ziet het examen eruit? (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Officiële opzet van Lezen: zes teksten, 110 minuten voor Programma I, vraagsoorten, schermknoppen en woordenboekregels. De pagina noemt 36 vragen; de uitgeschreven instructie noemt 35 of 36.
- Staatsexamens NT2: Examens oefenen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Officiële NT2-oefenomgeving en instructiefilms.
- Staatsexamens NT2: Hoe gaat het examen? (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Officiële regels voor legitimatie, de oproepbrief, schrijfmateriaal en woordenboekgebruik op de examendag.
- Inburgeren.nl: Taalexamens A2, B1 en B2 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) legt uit dat de taalexamens op B1 en B2 Staatsexamen NT2 zijn en dat B1 Lezen 110 minuten duurt.
- Staatsexamens NT2: Wat is het staatsexamen Nt2? (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Officiële uitleg over Programma I op taalniveau B1.
- Staatsexamens NT2: Beoordeling examen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Elk goed antwoord bij Lezen levert één punt op. De punten worden omgezet naar een score; vanaf 500 ben je geslaagd.
- Staatsexamens NT2: Vragen van kandidaten (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Officiële uitleg over onbekende woorden, woordenboekgebruik en de berekening van examenscores.