B1 Lezen: 110 minuten voor zes teksten
Bij Lezen in Programma I (B1) van het Staatsexamen NT2 (Nederlands als tweede taal) krijg je 110 minuten voor 35 of 36 meerkeuzevragen over zes teksten. Je leest een tekstboekje op papier en beantwoordt de vragen op de computer. Je slaagt met een omgerekende score van 500 of hoger. Begin met de officiële oefenexamens. Oefen daarna met het vinden van bewijs in de tekst en het controleren van elk antwoord.
Leesniveaus en vraagsoorten
Programma I toetst Nederlands op B1-niveau. Programma II toetst B2. Lees het overzicht van het Staatsexamen NT2 voor de andere examenonderdelen en hulp bij het kiezen van je niveau.
Leesvragen gaan over het onderwerp, de bedoelde lezer, de betekenis en de conclusie. Voor sommige vragen moet je een hele alinea of tekst lezen. Bij andere vragen zoek je een voorwaarde, datum of uitzondering. In de oefentekst hieronder krijg je bijvoorbeeld een vraag over wanneer een fiets mag worden weggehaald.
Opbouw van B1 Lezen
Zet bij een volledig oefenexamen een tijdklok op 110 minuten. De officiële instructies voor Lezen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) beschrijven de vragen, teksten en materialen in deze tabel.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Onderdeel | B1 Lezen |
|---|---|
| Tijd | 110 minuten, inclusief het controleren van je antwoorden |
| Vragen | 35 of 36 meerkeuzevragen; één goed antwoord per vraag |
| Teksten | Zes teksten over werk, studie en het dagelijks leven |
| Lezen | Tekstboekje op papier |
| Antwoorden | Vragen en antwoordmogelijkheden op de computer |
| Woordenboek | Een papieren woordenboek is toegestaan; zie de regels hieronder |
Score om te slagen
Je slaagt met een score van 500 of hoger. Volgens de officiële uitleg over de beoordeling (Externe website, opent in een nieuw tabblad) krijg je één punt per goed antwoord bij Lezen. De computer rekent die punten om naar een score. Gebruik bij het nakijken de antwoorden van het oefenexamen dat je hebt gemaakt. De score van 500 is een omgerekende score, geen aantal goede antwoorden.
Kosten en aanmelden
In oktober 2026 kost het leesexamen standaard € 50. DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) (Externe website, opent in een nieuw tabblad) vermeldt de tarieven. In Mijn DUO (je persoonlijke omgeving bij DUO) zie je of je recht hebt op een gratis poging of betaling uit een lening.
Je kunt je ongeveer acht weken voor het examen aanmelden. Dat doe je in Mijn DUO met DigiD (je digitale identiteit). Kun je geen DigiD aanvragen? Gebruik dan het andere formulier op DUO’s aanmeldpagina voor NT2 (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Heb je een aangepast examen nodig? Vraag dat aan wanneer je je aanmeldt. De gids voor aanmelden voor NT2 legt de stappen uit.
Een volledig B1-leesexamen oefenen
Begin met de officiële NT2-oefenexamens (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Kies Programma I en Lezen. Gebruik een gewone of draagbare computer, zoals de officiële oefenpagina adviseert. Maak 110 minuten vrij en gebruik het woordenboek dat je wilt meenemen naar het examen.
Voor extra oefening kun je ons gratis B1-leeswerkboek gebruiken. Het bevat zes sets met eigen Nederlandse teksten en 35 meerkeuzevragen. Dit zijn onze oefenvragen. Wil je eerst een blad met leesstrategieën? Lees dan de B1-leessamenvatting voordat je de hele set maakt.
Tekstsoorten om te oefenen
Oefen zowel met vragen over de hoofdboodschap als met het zoeken naar data, voorwaarden en uitzonderingen. De tabel laat zien welke taak en leesvaardigheid bij elke tekstsoort passen.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Tekstsoort | Voorbeeld van een taak | Wat je oefent |
|---|---|---|
| Artikel over werk of opleiding | Begrijpen waarom iemand van baan of studie verandert, of andere taken krijgt. | Vragen over een reden, mening, voorbeeld of hoofdboodschap. |
| Uitleg uit een studieboek of op het werk | Regels, rollen of stappen volgen. | Betekenissen, voorwaarden en verbanden tussen tekstdelen. |
| Artikel uit een tijdschrift of nieuwsbericht | Een discussie of onderzoeksresultaat begrijpen. | De conclusie, een tegenstelling en het doel van de schrijver. |
| Advertentie voor vrijwilligerswerk, een cursus of een baan | Vinden voor wie de tekst bedoeld is en wat er wordt verwacht. | Eisen, voordelen en taal die de lezer moet overtuigen. |
| Lange tekst met regels of informatie | Een regel zoeken die bij een situatie past. | Snel een detail vinden; uitzonderingen, data, kosten en bijzondere gevallen. |
Oefen je woordenschat met korte dagelijkse teksten. Gebruik daarna middellange en lange teksten om een volledig examen lang te kunnen lezen. Oefen met teksten over werk, onderwijs, gezondheid, openbare diensten en vrijwilligerswerk. Lees ook opinieartikelen en regels.
Je tijd verdelen over 110 minuten
Snel zoeken betekent dat je één detail zoekt, bijvoorbeeld een datum. Voor een vraag over de hoofdboodschap moet je nauwkeuriger lezen. De B1-leesstrategie voor lange teksten helpt je om bij elk van de zes teksten de juiste aanpak te kiezen.
Probeer dit plan tijdens het oefenen. De vijf minuten voor controle zijn ons advies. Je krijgt voor het examen in totaal 110 minuten.
- Bekijk de eerste minuten de zes titels en de situaties waarover de teksten gaan. Bepaal bij welke teksten je een regel of voorwaarde moet zoeken.
- Lees de vragen voordat je elke tekst leest. Noteer welke persoon, voorwaarde, datum of mening je moet vinden.
- Gaat de vraag over het doel of de hoofdboodschap? Lees dan de inleiding, kopjes en afsluiting. Gaat de vraag over een detail? Zoek dan de juiste alinea en lees de zinnen rond het mogelijke antwoord.
- Markeer vragen waarbij twee antwoorden nog mogelijk lijken. Kom er later op terug in plaats van vijf minuten aan één vraag te besteden.
- Bewaar minstens vijf minuten om te controleren of je elke vraag hebt beantwoord.
Woordenboekregels en woorden opzoeken
Je mag alleen het Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal (NT2) gebruiken. Neem je eigen papieren exemplaar mee. Deze regel geldt voor Lezen en Schrijven. Dat staat in de officiële NT2-regels voor de examendag (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
Alle edities van dit woordenboek zijn toegestaan. Het officiële bericht over het woordenboek (Externe website, opent in een nieuw tabblad) bevestigt dat je een oudere editie mag blijven gebruiken.
Zorg dat er geen aantekeningen, toegevoegde tekst of briefjes in het woordenboek zitten. Haal bij je voorbereiding ook stickers weg. Digitale woordenboeken zijn verboden. Je mag geen woordenboek van een andere kandidaat lenen. De toezichthouder controleert je exemplaar voor het examen.
Woorden opzoeken kost een deel van je 110 minuten. De rest van de tekst kan je helpen om een onbekend woord te begrijpen. Sommige woorden heb je niet nodig om een antwoord te vinden. Dat staat in het officiële advies over onbekende woorden (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Oefen met deze gewoonten:
- Zoek een woord alleen op als het antwoord afhangt van de precieze betekenis.
- Bepaal eerst wat een onbekende alinea doet: een reden, voorbeeld of regel geven.
- Oefen voor de examendag met hetzelfde woordenboek. Zo leer je de afkortingen en de opbouw kennen.
Eigen oefentekst voor B1 Lezen
De tekst en de zes vragen hieronder zijn ons eigen oefenmateriaal. Meerbrug is een verzonnen plaats. De data, bedragen en regels zijn bedacht voor deze oefening. Lees eerst de vragen. Bepaal daarna waar je snel moet zoeken en waar je nauwkeurig moet lezen.
In de tekst staan de woorden gemeente en OV-chipkaart (een kaart voor het openbaar vervoer). De titel is Nieuwe regels voor de fietsenstalling bij Station Meerbrug.
Oefentekst: Nieuwe regels voor de fietsenstalling bij Station Meerbrug
Deze tekst staat op de website van de gemeente Meerbrug. De tekst gaat over parkeren van fietsen bij het station.
Vanaf 1 juni opent de gemeente Meerbrug een nieuwe bewaakte fietsenstalling aan de noordkant van Station Meerbrug, naast het busplatform. De stalling heeft 1800 plaatsen en moet het stationsplein overzichtelijker maken. Volgens de gemeente klaagden reizigers, bewoners en winkeliers al jaren over fietsen die midden op de looproutes stonden. Vooral mensen met een kinderwagen of rollator konden daardoor moeilijk langs de ingang van het station komen.
De eerste 24 uur parkeren is gratis. Daarna betaal je 1,25 euro per dag. Wie minstens vier dagen per week met de trein reist, kan een maandabonnement nemen. Dat abonnement is persoonlijk en werkt alleen met een eigen OV-chipkaart of bankpas. Er zijn geen vaste plekken. Je mag dus niet eisen dat dezelfde plek elke ochtend voor jou vrij blijft.
De oude rekken op het plein blijven nog twee weken staan. Vanaf 15 juni mogen fietsen alleen nog in de nieuwe stalling of in de korte-parkeerrekken bij de winkels staan. Zet iemand toch een fiets buiten de aangegeven zones, dan krijgt de fiets eerst een geel waarschuwingslabel. Staat de fiets er zeven dagen later nog, dan wordt hij naar het fietsdepot gebracht. Fietsen die een nooduitgang of blindenroute blokkeren, worden wel direct weggehaald.
De stalling is op werkdagen open van 5.30 uur tot 1.00 uur. Op zaterdag en zondag gaat de bemande ingang om 6.30 uur open. Buiten deze tijden kunnen reizigers hun fiets via de nachtingang ophalen met de pas waarmee zij hebben ingecheckt. Er is dan geen medewerker aanwezig. Wie zonder pas parkeert, krijgt een papieren kaartje en moet dat bewaren tot het uitchecken. Bij verlies van het kaartje betaalt de gebruiker 5 euro administratiekosten en moet hij kunnen beschrijven hoe de fiets eruitziet.
Bakfietsen, scooters en aangepaste fietsen hebben een aparte zone. Voor scooters geldt een hoger tarief, omdat ze meer ruimte innemen. Voor aangepaste fietsen van mensen met een beperking is geen extra betaling nodig. Wel vraagt de gemeente gebruikers om zich eenmalig bij de servicemedewerker te melden, zodat zij weten waar de bredere plekken zijn. Elektrische fietsen mogen in de stalling staan, maar accu's opladen is niet toegestaan vanwege brandveiligheid.
Niet iedereen is blij met de nieuwe regels. Sommige winkeliers waren bang dat klanten wegblijven als zij niet meer snel voor de deur kunnen parkeren. Daarom blijven de korte-parkeerrekken bij de winkels bestaan. Die plekken zijn bedoeld voor maximaal twee uur. De gemeente controleert daar vooral op drukke marktdagen. Volgens wethouder Van Dongen is het doel niet om boetes uit te delen, maar om de ruimte rond het station veilig en bruikbaar te houden.
Vragen over de nieuwe fietsenstalling kunnen worden gesteld aan het serviceloket in de stationshal of via fietsen@meerbrug.nl.
Vragen bij de oefentekst
- Waarom opent de gemeente Meerbrug de nieuwe fietsenstalling?
A. om meer geld te verdienen aan fietsparkeren
B. om het stationsplein veiliger en overzichtelijker te maken
C. om reizigers te verplichten met het openbaar vervoer te komen
- Wat gebeurt er vanaf 15 juni met een fiets die buiten de aangegeven zones staat?
A. De fiets wordt altijd meteen naar het depot gebracht.
B. De fiets krijgt meestal eerst een waarschuwing en kan later worden weggehaald.
C. De fiets blijft staan zolang de eigenaar een abonnement heeft.
- Sara wil op zondag om 6.00 uur haar fiets in de stalling zetten via de bemande ingang. Kan dat?
A. Ja, de bemande ingang is elke dag vanaf 5.30 uur open.
B. Nee, in het weekend gaat de bemande ingang pas om 6.30 uur open.
C. Alleen als Sara een maandabonnement heeft.
- Waarom maakten sommige winkeliers zich zorgen over de nieuwe regels?
A. Ze dachten dat klanten geen plek meer voor kort parkeren zouden hebben.
B. Ze wilden niet dat scooters een hoger tarief moesten betalen.
C. Ze vonden dat de gemeente te weinig plaatsen voor treinreizigers maakte.
- Voor welke fiets hoeft iemand geen extra bedrag te betalen?
A. een scooter
B. een elektrische fiets die wordt opgeladen
C. een aangepaste fiets van iemand met een beperking
- Wat moet iemand zonder OV-chipkaart of bankpas doen bij het parkeren?
A. het papieren kaartje bewaren tot het uitchecken
B. altijd 5 euro administratiekosten betalen
C. eerst een e-mail sturen naar de gemeente
Antwoorden bij de oefentekst
- 1 B — De stalling moet het stationsplein overzichtelijker maken, zodat de looproutes veilig en bruikbaar blijven.
- 2 B — De fiets krijgt meestal eerst een geel waarschuwingslabel. Staat de fiets er zeven dagen later nog, dan wordt hij naar het fietsdepot gebracht. Blokkeert hij een nooduitgang of blindenroute, dan wordt hij direct weggehaald.
- 3 B — Op zaterdag en zondag gaat de bemande ingang om 6.30 uur open.
- 4 A — Sommige winkeliers waren bang dat klanten wegblijven als zij niet meer snel voor de deur kunnen parkeren.
- 5 C — Voor aangepaste fietsen van mensen met een beperking is geen extra betaling nodig.
- 6 A — Wie zonder pas parkeert, krijgt een papieren kaartje en moet dat bewaren tot het uitchecken.
Je keuze voor de examendag
Kom je tijd tekort? Oefen dan het tijdplan met vijf stappen met een volledige set. Ben je op tijd klaar? Kijk dan naar je foute antwoorden. Schrijf de precieze Nederlandse woorden op die bij elk goed antwoord als bewijs dienen.
Wil je een woordenboek gebruiken? Controleer de naam en haal voor de examendag alle aantekeningen weg. Heb je nog geen examen geboekt? Bekijk dan ongeveer acht weken voor je gewenste datum welke plaatsen beschikbaar zijn. Weet je niet zeker of B1 voor jou geldt? Lees dan de gids over de B1-route hieronder voordat je je aanmeldt.
- Auteur
- Door Inburgering.org team
- Reviewer
- Gereviewd door Kirill Svavolia
Officiële bronnen
- Staatsexamens NT2: Hoe ziet het examen eruit? (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Duur van Lezen, zes teksten, 35 of 36 vragen volgens de officiële instructies, vraagsoorten, antwoorden op de computer en woordenboekregels.
- Staatsexamens NT2: Hoe gaat het examen? (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Identiteitsbewijs, oproepbrief, woordenboekcontrole en toegestane materialen.
- Staatsexamens NT2: Examens oefenen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Officiële oefenomgeving, instructievideo’s en het advies om op een computer of draagbare computer te oefenen.
- Staatsexamens NT2: Wat is het staatsexamen Nt2? (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Programma I is B1; Programma II is B2.
- Staatsexamens NT2: Beoordeling examen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Elk goed antwoord bij Lezen levert één punt op. De punten worden omgerekend naar een score. Met 500 of meer ben je geslaagd.
- DUO: Examengeld Staatsexamen Nt2 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Het standaardtarief van € 50 per onderdeel en waar je kunt zien of je recht hebt op een gratis poging of betaling uit een lening.
- DUO: Aanmelden Staatsexamen Nt2 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Aanmelden vanaf ongeveer acht weken voor het examen, DigiD en het alternatieve formulier, en een aangepast examen aanvragen.
- Staatsexamens NT2: Nieuwe versie pocketwoordenboek Nt2 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - De nieuwe en alle oudere edities van het genoemde Van Dale-woordenboek zijn toegestaan.
- Staatsexamens NT2: Vragen van kandidaten (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Onbekende woorden kun je soms begrijpen uit de tekst. Sommige woorden heb je niet nodig om een vraag te beantwoorden.