Beantwoord elk deel van de vraag
Bij A2 Spreken laat je zien dat je Nederlands kunt begrijpen en spreken op een computer. Het examen duurt 35 minuten. Beantwoord elke vraag en geef alle gevraagde details. Gebruik eenvoudige zinnen en verbind je ideeën met en, maar, want of omdat. Met de 16 eigen oefeningen hieronder kun je oefenen. De tijdslimiet van één minuut en het zelf geven van punten zijn onze oefenhulpmiddelen.
A2 Spreken: opzet, kosten en aanmelden
Bij A2 Spreken laat je zien dat je Nederlands kunt spreken en begrijpen. Je doet het examen op een computer. Je bekijkt korte filmpjes en beantwoordt vragen. Het hele examen duurt 35 minuten, volgens DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) (Externe website, opent in een nieuw tabblad).
Begin met de officiële oefenexamens A2 Spreken van DUO (Externe website, opent in een nieuw tabblad). Daarmee oefen je hoe het examen op de computer werkt. DUO heeft drie oefenexamens Spreken. Die werken niet in Safari. Gebruik dus een ander programma om internetpagina’s te bekijken.
Op deze pagina oefen je vier soorten vragen: vragen bij een filmpje, beschrijvingen van één plaatje, keuzes tussen twee plaatjes en reeksen van drie plaatjes. Sommige vragen gaan over je eigen leven. Bij andere beschrijf je wat je ziet of kies je tussen twee mogelijkheden. Op de pagina Vraagtypen bij A2 Spreken lees je de instructies en hoe je elke soort oefenvraag kunt beantwoorden.
Lees de gids over het inburgeringsexamen voor de overige exameneisen. In de gids over de Nederlandse spreekexamens kun je Spreken op A2, B1 en B2 vergelijken.
De vermelde prijs voor A2 Spreken (Externe website, opent in een nieuw tabblad) is € 50 in oktober 2026. Sommige pogingen zijn gratis. De gids over kosten van het inburgeringsexamen legt uit voor wie dat geldt.
Controleer in Mijn Inburgering (het digitale portaal van DUO) welke examens je moet doen en op welk niveau. Op de aanmeldpagina van DUO (Externe website, opent in een nieuw tabblad) staat hoe je daar een datum en plaats kiest. Kun je niet inloggen? Gebruik dan het aanmeldformulier op die pagina. Het kan meer dan zes weken duren voordat je examen kunt doen. Controleer daarom welke plaatsen beschikbaar zijn voordat je je oefenplanning maakt.
Je logt in met DigiD (je digitale identiteit). Moet je DigiD eerst aanvragen? Lees dan de gids over DigiD aanvragen en gebruiken.
Oefenantwoorden van één minuut
Houd voor je oefenopname een tijdslimiet van één minuut aan. Begin met je antwoord en voeg daarna de gevraagde details toe. De drie stappen hieronder helpen je bij het oefenen. Hoeveel zinnen je nodig hebt, hangt af van de vraag.
- Beantwoord de vraag in je eerste zin.
- Beschrijf in je volgende zin iets wat je ziet of geef een voorbeeld.
- Voeg de gevraagde reden, mening, tijd of plaats toe.
Deze vier voorbeeldantwoorden laten zien hoe je de stappen bij verschillende oefenvragen gebruikt:
- Vraag bij een filmpje: Ja, ik kook vaak thuis. Ik maak graag soep en rijst. Dat is goedkoop, en ik kan eten meenemen naar mijn werk.
- Eén plaatje: De vrouw staat bij de tramhalte. Ze heeft een paraplu, want het regent. Misschien gaat ze naar haar werk.
- Twee plaatjes: Ik kies plaatje 2. Ik studeer liever in de bibliotheek, want het is rustig. In een café is er te veel lawaai.
- Drie plaatjes: Eerst koopt hij een kaartje. Daarna wacht hij op het perron. Op het laatste plaatje zit hij in de trein.
Bekijk de voorbeeldantwoorden voor A2 Spreken voor meer volledige voorbeelden voordat je zelf een antwoord opneemt.
Puntentabel voor je oefeningen
Een antwoord dat ontbreekt, niet te begrijpen is of de vraag niet beantwoordt, krijgt 0 punten op elk onderdeel. Controleer eerst of je antwoord bij de vraag past en duidelijk is. Geef daarna pas punten voor de andere onderdelen. De tabel gebruikt de zes onderdelen en punten uit het beoordelingsmodel Spreken A2 van DUO (Externe website, opent in een nieuw tabblad) van 10 augustus 2026. In de laatste kolom staan onze eigen controlevragen voor het oefenen.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Onderdeel | Punten | Wat je controleert |
|---|---|---|
| Adequaatheid/Begrijpelijkheid (past je antwoord bij de vraag en is het duidelijk?) | 0-3 | Beantwoord je de vraag en alle gevraagde details duidelijk? |
| Woordgebruik | 0-2 | Gebruik je je eigen woorden op de juiste manier? |
| Grammatica | 0-2 | Hoeveel grammaticafouten maak je? |
| Vloeiendheid | 0-2 | Kun je spreken zonder vaak lang te pauzeren of opnieuw te beginnen? |
| Coherentie (samenhang tussen je zinnen) | 0-1 | Verbind je je zinnen, bijvoorbeeld met en, maar, want of omdat? |
| Uitspraak | 0-2 | Kan een luisteraar zonder ervaring je makkelijk begrijpen, ook met een accent of een woord dat je soms verkeerd uitspreekt? |
Je kunt maximaal 12 punten per antwoord krijgen, dus 192 punten voor onze 16 oefeningen. Gebruik je totaal om herhaalde pogingen te vergelijken. De punten die je jezelf geeft, voorspellen geen officiële uitslag. Ze geven ook geen officiële grens om te slagen.
Je kunt punten voor grammatica krijgen als je antwoord fouten bevat. Voor uitspraak kun je alle punten krijgen met een accent of een woord dat je soms verkeerd uitspreekt. Ook een luisteraar zonder ervaring moet je makkelijk kunnen begrijpen. Deze voorwaarden staan in het beoordelingsmodel van DUO.
16 eigen spreekoefeningen
Deze eigen oefeningen bestaan uit geschreven teksten en beschrijvingen van situaties. Er staan geen afspeelbare filmpjes of plaatjes bij. Stel je de situatie voor of vraag iemand om de tekst bij het filmpje voor te lezen. Gebruik de details van de situatie in je antwoord.
De oefenset bevat vier vragen bij een filmpje, vier vragen bij één plaatje, vier keuzes tussen twee plaatjes en vier reeksen van drie plaatjes. Dit is onze indeling voor het oefenen. Het is geen officiële telling of indeling van de examenonderdelen.
Oefendeel 1: vragen bij een filmpje
Beantwoord de vraag van de spreker over je eigen leven. Geef ook de gevraagde extra informatie.
-
Vraag 1. Filmpje: Een vrouw staat in een kleine bakkerij met schappen met brood achter zich.
Tekst: Ik koop op zaterdag brood bij de bakker. Waar koopt u meestal brood? Vertel ook waarom.
-
Vraag 2. Filmpje: Een man staat in de gang van een taalschool en houdt een schrift vast.
Tekst: Ik oefen Nederlands met een klasgenoot. Met wie oefent u Nederlands? Vertel ook wat u samen doet.
-
Vraag 3. Filmpje: Een vrouw staat bij de balie van een apotheek met een klein papieren zakje.
Tekst: Ik haal mijn medicijnen bij de apotheek. Gaat u weleens naar de apotheek? Vertel ook wanneer.
-
Vraag 4. Filmpje: Een man staat in het trappenhuis van een appartement en houdt een gesloten vuilniszak vast.
Tekst: Ik breng het afval op maandagavond weg. Wanneer brengt u afval weg? Vertel ook hoe u dat doet.
Oefendeel 2: vragen bij één plaatje
Oefen eerst met de gids over plaatjesvragen bij A2 Spreken. Leer mensen, handelingen en redenen herkennen voordat je de opdrachten met één, twee en drie plaatjes hieronder probeert.
-
Vraag 5.
Tekst: Nora wacht bij de huisarts.
Plaatje: Een rustige wachtkamer met stoelen, een receptiebalie en een vrouw met een afsprakenkaart.
Vraag: Wat ziet u? Vertel ook waarom Nora daar is.
-
Vraag 6.
Tekst: Kijk naar het plaatje.
Plaatje: Een man scant groente en melk bij een zelfscankassa in de supermarkt.
Vraag: Wat doet de man? Vertel ook wat u van zelfscannen vindt.
-
Vraag 7.
Tekst: Dit is Rami.
Plaatje: Een man in een oranje veiligheidsvest maakt een parkpad schoon met een grijper en een grote zak.
Vraag: Vertel wat over Rami. Noem drie dingen.
-
Vraag 8.
Tekst: Lisa is in de keuken.
Plaatje: Een vrouw leest een recept op een tablet terwijl er groente en een pan op het aanrecht staan.
Vraag: Wat doet Lisa? Vertel ook wat u graag kookt.
Oefendeel 3: kiezen tussen twee plaatjes
Kies een van de twee situaties. Geef ook de gevraagde extra informatie, bijvoorbeeld waarom je die keuze maakt of wanneer je de jas draagt.
-
Vraag 9.
Tekst: U wilt ontspannen na het werk. Plaatje 1: Iemand wandelt op een groen bospad. Plaatje 2: Iemand zwemt in een binnenzwembad.
Vraag: Wat doet u liever? Vertel ook waarom.
Instructie: Kies een van de plaatjes.
-
Vraag 10.
Tekst: U koopt een jas voor de winter. Plaatje 1: Een lange warme jas aan een hanger. Plaatje 2: Een lichte regenjas met capuchon.
Vraag: Welke jas koopt u liever? Vertel ook wanneer u die draagt.
Instructie: Kies een van de plaatjes.
-
Vraag 11.
Tekst: U gaat met familie eten. Plaatje 1: Een tafel in een pannenkoekenrestaurant met borden en drankjes. Plaatje 2: Een eettafel thuis met soep, rijst en salade.
Vraag: Waar eet u liever? Vertel ook waarom.
Instructie: Kies een van de plaatjes.
-
Vraag 12.
Tekst: U zoekt een plek om te studeren. Plaatje 1: Een druk café met kopjes, draagbare computers en pratende mensen. Plaatje 2: Een tafel met boeken en een draagbare computer in een rustige bibliotheek.
Vraag: Waar studeert u liever? Vertel ook waarom.
Instructie: Kies een van de plaatjes.
Oefendeel 4: drie plaatjes op volgorde
Beschrijf elke situatie in de juiste volgorde. Je kunt eerst en daarna gebruiken om de handelingen te verbinden.
-
Vraag 13.
Tekst: Jamal gaat met de trein. Plaatje 1: Jamal koopt een treinkaartje bij een automaat. Plaatje 2: Hij wacht op een perron met een kleine tas. Plaatje 3: Hij zit bij het raam in de trein.
Vraag: Vertel wat Jamal doet. Vertel iets over alle plaatjes.
-
Vraag 14.
Tekst: Anika wast haar kleding. Plaatje 1: Anika sorteert lichte en donkere kleding. Plaatje 2: Zij doet wasmiddel in de wasmachine. Plaatje 3: Zij hangt schone kleding aan een droogrek.
Vraag: Vertel wat Anika doet. Vertel iets over alle plaatjes.
-
Vraag 15.
Tekst: Pedro zoekt werk. Plaatje 1: Pedro leest vacatures op een draagbare computer. Plaatje 2: Hij schrijft aan een bureau een cv (een overzicht van zijn werk en opleiding). Plaatje 3: Hij geeft iemand een hand bij een sollicitatiegesprek.
Vraag: Vertel wat Pedro doet. Vertel iets over alle plaatjes.
-
Vraag 16.
Tekst: Hassan gaat naar de markt. Plaatje 1: Hassan schrijft thuis een boodschappenlijst. Plaatje 2: Hij koopt groente bij een marktkraam. Plaatje 3: Hij kookt avondeten met de groente.
Vraag: Vertel wat Hassan doet. Vertel iets over alle plaatjes.
Je antwoorden opnemen en controleren
Volg voor de eigen oefeningen op deze pagina deze stappen:
- Stel voor elk antwoord een tijdslimiet van één minuut in.
- Neem alle 16 antwoorden één keer op, zonder een antwoord opnieuw te beginnen.
- Luister elke opname terug.
- Geef elk antwoord punten met de oefentabel.
- Neem dezelfde vraag nog eens op. Voeg één ontbrekend detail uit het plaatje toe of geef een reden met want of omdat.
Gebruik voor extra gratis oefeningen van Inburgering.org het overzicht voor A2 Spreken. Daar vind je plaatjesvragen, stappen voor je antwoord, zinnen om jezelf te verbeteren en herinneringen aan de oefentijd. Het oefenboek voor A2 Spreken bevat 16 vragen met voorbeeldantwoorden en controles voor je eigen antwoorden. Je kunt het afdrukken.
Veelvoorkomende fouten bij spreken
Controleer eerst of je opname de hele vraag beantwoordt. Verbeter daarna pas losse woorden. Met deze vier controles kies je wat je wilt veranderen:
- Beschrijf voorwerpen met volledige zinnen.
- Beantwoord elke instructie. Vraagt de vraag waarom, wanneer of wat je vindt? Geef dat detail voordat je stopt.
- Gebruik de details van de situatie. Beschrijf bij plaatjesvragen de persoon, handeling of het voorwerp dat je ziet.
- Spreek in een tempo dat je kunt volhouden. Spreek elk woord duidelijk uit en begin niet steeds opnieuw met dezelfde zin.
Met de woorden fiets, tas en trein noem je alleen dingen. Gebruik ze in zinnen: Ik zie een fiets. De man zet zijn tas in de trein.
Vergelijk zwakke en verbeterde antwoorden op de pagina Veelvoorkomende fouten bij A2 Spreken. Gebruik de voorbeelden om onvolledige, niet passende of te ingewikkelde antwoorden te verbeteren.
Je volgende spreekoefening
Is het examen op de computer nieuw voor je? Begin met de officiële oefenexamens van DUO. Mist je opname een deel van de vraag? Oefen die vraag opnieuw voordat je moeilijkere woorden toevoegt. Vergelijk je opnames met de punten die je jezelf geeft. Kijk naar de uitslag van DUO om te weten of je bent geslaagd.
Heb je nog geen examendatum? Controleer tijdens het oefenen in Mijn Inburgering welke plaatsen beschikbaar zijn. Het kan meer dan zes weken duren voordat je examen kunt doen. De tijdslimiet van één minuut hoort bij deze oefeningen. Houd die apart van de officiële exameninstructies.
Ga verder met een van deze pagina’s:
- Auteur
- Door Inburgering.org team
- Reviewer
- Gereviewd door Kirill Svavolia
Officiële bronnen
- Inburgeren.nl: Taalexamens (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Bij A2 Spreken spreek en begrijp je Nederlands op een computer, met filmpjes en vragen. Het examen duurt 35 minuten.
- Inburgeren.nl: Oefenen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Drie officiële oefenexamens voor A2 Spreken. De oefenexamens Spreken werken niet in Safari.
- Inburgeren.nl: Aanmelden examen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Controleer welk niveau je nodig hebt en meld je aan via Mijn Inburgering. Gebruik het formulier als je niet kunt inloggen. Het kan meer dan zes weken duren voordat je examen kunt doen.
- Inburgeren.nl: Uitslag examen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Je krijgt de uitslag van A2 per brief. De uitslag staat ook in Mijn Inburgering.
- DUO: Beoordelingsmodel Spreken A2 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Versie van 10 augustus 2026: zes beoordelingspunten, de punten per onderdeel en de regel voor een ontbrekend, onbegrijpelijk of niet passend antwoord.
- Inburgeren.nl: Hoeveel kost inburgeren? (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Vermelde prijs voor Spreken: € 50 in oktober 2026. Gratis pogingen hangen af van je situatie en het vereiste niveau.