Beantwoord elk deel van de plaatjesvraag
Beantwoord elk deel van een A2-plaatjesvraag in korte Nederlandse zinnen. Bij één plaatje beschrijf je de gevraagde details. Bij twee plaatjes moet je soms één plaatje kiezen en uitleggen waarom of wanneer je die keuze maakt. Bij drie plaatjes zeg je iets over elk plaatje dat de vraag noemt. Geef een mening of reden als de vraag daarom vraagt.
De voorbeelden op deze pagina zijn opdrachten met plaatjes. Lees de uitleg over het examen A2 Spreken voor de volledige examenopbouw en beoordeling.
Opdrachten met 1, 2 of 3 plaatjes
De vraag vertelt je welke details je moet noemen. In de officiële oefenexamens voor A2 Spreken (Externe website, opent in een nieuw tabblad) van DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) hoor je de volledige vragen.
Brede tabellen kun je horizontaal scrollen.
| Plaatjes | Wat je antwoordt | Nederlandse zinnen |
|---|---|---|
| 1 plaatje | Beschrijf de gevraagde details. Geef je mening of een reden als daarom wordt gevraagd. Vertel hoe vaak iets gebeurt als de vraag dat vraagt. | Ik zie... De persoon... Ik vind... |
| 2 plaatjes | Kies één plaatje als dat wordt gevraagd. Beantwoord daarna het tweede deel: bijvoorbeeld waarom je die keuze maakt of wanneer je iets gebruikt. | Ik kies plaatje 1, want... Plaatje 2 vind ik minder... |
| 3 plaatjes | Bespreek alle plaatjes die de vraag noemt. Beschrijf voorwerpen en waarvoor je ze gebruikt, of handelingen in volgorde, zoals de vraag vraagt. | Voor handelingen in volgorde: Eerst... Daarna... Tot slot... |
Zo beantwoord je een plaatjesvraag
Volg bij elke oefenopdracht deze stappen:
- Luister naar de hele vraag, ook naar wat er na Vertel ook... komt.
- Kies de details op de plaatjes die je voor elk deel van de vraag nodig hebt.
- Beantwoord elk deel in korte, volledige zinnen met woorden die je kent.
Het Beoordelingsmodel Spreken A2 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) van DUO geeft punten voor hoe volledig en duidelijk je de vraag beantwoordt. DUO beoordeelt ook je woordgebruik, grammatica, vloeiendheid, de samenhang tussen je ideeën en je uitspraak.
Woorden voor mensen, plaatsen, handelingen en gevoelens
Beschrijf de gevraagde details met woorden die je kent. Deze woorden kunnen je helpen:
- Mensen: man, vrouw, kind, cursist, collega, buurman.
- Plaatsen: school, werk, winkel, keuken, straat, station.
- Handelingen: koopt, praat, wacht, kookt, fietst, werkt, belt.
- Gevoelens en redenen: blij, druk, gezond, makkelijk, goedkoper, dichtbij.
Voorbeeldantwoorden voor drie plaatjesopdrachten
Dit zijn onze eigen oefenvoorbeelden. Elk antwoord past bij de beschreven plaatjes en de vraag hieronder. Pas de details aan je opdracht aan.
Eén plaatje: boodschappen doen
Stel je een vrouw voor die brood en melk koopt in een winkel. De vraag is wat zij doet en wat je van de situatie vindt.
Ik zie een vrouw in een winkel. Zij koopt brood en melk. Ik vind dit normaal, want ik doe ook boodschappen in de supermarkt.
Het antwoord noemt wat de vrouw doet en geeft de gevraagde mening. Gebruik de zin met een mening alleen als de vraag is wat je ervan vindt.
Twee plaatjes: een werkplek kiezen
Stel je twee werkplekken voor: één rustige plek en één plek met veel lawaai. De vraag is waar je liever werkt en waarom.
Ik kies het eerste plaatje. Daar is het rustig. Ik werk liever rustig, omdat ik me dan beter kan concentreren.
Het antwoord kiest één plaatje en legt de keuze uit. Vraagt de opdracht wanneer je die keuze maakt? Zeg dan wanneer je daarvoor kiest.
Drie plaatjes: handen wassen voor het eten
Stel je drie plaatjes voor van een man die zijn handen wast, ze afdroogt en eet. De vraag is om elk plaatje te beschrijven en te zeggen wat je van deze gewoonte vindt.
Eerst wast de man zijn handen. Daarna droogt hij zijn handen af. Tot slot gaat hij eten. Dat is gezond en schoon.
Het antwoord beschrijft alle drie de handelingen in volgorde en geeft de gevraagde mening. Staan er losse voorwerpen op de plaatjes? Noem dan elk voorwerp en geef de gevraagde informatie erover.
Wat je voor je volgende poging kunt oefenen
Mis je het tweede deel van een vraag? Oefen dan met luisteren naar wat er na Vertel ook komt. Kun je elk deel beantwoorden? Neem je antwoorden op en controleer of elke zin duidelijk is. Gebruik zinnen die je uit je hoofd hebt geleerd alleen als ze de vraag beantwoorden.
Begin met de officiële oefenexamens van DUO die hierboven staan. Gebruik daarna onze gratis materialen om verder te oefenen:
- Gratis oefenwerkboek A2 Spreken — oefen meer vragen met plaatjes.
- Gratis samenvatting A2 Spreken — herhaal zinnen voor plaatjesvragen.
- Uitleg over het examen A2 Spreken — bekijk de volledige examenopbouw en beoordeling.
- Auteur
- Door Inburgering.org team
- Reviewer
- Gereviewd door Kirill Svavolia
Officiële bronnen
- Inburgeren.nl — Taalexamens (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Officiële uitleg over het examen A2 Spreken: opdrachten op de computer en een duur van 35 minuten.
- Inburgeren.nl — Oefenen (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - Officiële oefenexamens voor A2 Spreken. Hier hoor je de volledige vragen bij de plaatjes.
- Beoordelingsmodel Spreken A2 (Externe website, opent in een nieuw tabblad) - DUO beoordeelt of je antwoord past bij de vraag en duidelijk is, en kijkt naar woordgebruik, grammatica, vloeiendheid, samenhang en uitspraak.