B1 Lezen (Staatsexamen NT2 Lezen I): opzet, strategie en oefening
B1 Lezen (Staatsexamen NT2 Lezen I): opzet, strategie en oefening
Bereid je voor op B1 Lezen met de officiële NT2-opzet, tijdstrategie, woordenboekadvies en originele Nederlandse oefening.
Auteur
Door Inburgering.org team (Redactieteam)
Reviewer
Gereviewd door Kirill Svavolia (Redactionele review)
Laatst bijgewerkt
Staatsexamen NT2 Lezen Programma I is het B1-leesexamen dat veel kandidaten in de B1-route gebruiken. Het officiële examen heeft een boekje met zes Nederlandse teksten, meerkeuzevragen op de computer en 110 minuten voor Programma I. Je mag het Van Dale Pocketwoordenboek Nederlands als tweede taal (NT2) gebruiken, maar alleen als je zelf een schoon papieren exemplaar meeneemt.
Deze gids legt de opzet uit, welke tekstsoorten je moet oefenen en welke leesstrategie realistisch is. Je vindt hier ook een originele Nederlandse oefentekst op B1-niveau. De oefening is geïnspireerd op de structuur van openbare examens, maar kopieert geen officiële examenteksten of vragen.
Belangrijkste punten
Programma I is de B1-versie van het Staatsexamen NT2; Programma II is B2.
Bij Lezen krijg je een tekstboekje en beantwoord je de vragen op de computer.
Reken op 35 of 36 meerkeuzevragen bij zes teksten over werk, studie en het dagelijks leven in Nederland.
Sommige vragen vragen nauwkeurig lezen van een hele alinea; andere vragen zijn zoekvragen waarbij je één voorwaarde, datum of uitzondering vindt.
Het woordenboek is toegestaan, maar langzaam woordenboekgebruik is een van de makkelijkste manieren om tijd te verliezen.
Hoe ziet B1 Lezen eruit?
De officiële site van Staatsexamens NT2 beschrijft Lezen als een computerexamen met een apart boekje met teksten. Programma I duurt 110 minuten. Openbare voorbeelden uit recente jaren laten een vaste vorm zien: zes teksten, meestal 35 vragen, en een mix van werk, onderwijs, openbare informatie en algemene onderwerpen.
Klaar om te oefenen?
Toegang tot duizenden oefenvragen met directe AI-feedback
Programma I toetst lezen op B1. Programma II toetst lezen op B2.
Tijd
Plan 110 minuten, inclusief controle van gemarkeerde vragen aan het einde.
Vragen
Alle vragen zijn meerkeuzevragen met één goed antwoord.
Materiaal
Tekstboekje op papier; vragen en antwoorden op de computer.
Woordenboek
Alleen het Van Dale Pocketwoordenboek NT2 is toegestaan bij Lezen en Schrijven.
Tekstsoorten om te oefenen
Een goede B1-oefenset bestaat niet uit zes korte A2-teksten. Bouw uithoudingsvermogen op voor middellange en lange teksten en oefen daarna met snel bewijs vinden.
Tekstsoort
Typische taak
Wat je oefent
Artikel over werk of opleiding
Begrijpen waarom iemand van werk, studie of taken verandert.
Vragen over reden, mening, voorbeeld en hoofdboodschap.
Uitleg uit studieboek of werk
Regels, rollen of procedures volgen.
Definities, voorwaarden en relaties tussen tekstdelen.
Tijdschrift- of nieuwsachtig artikel
Een discussie of onderzoeksresultaat begrijpen.
Conclusie, tegenstelling en doel van de schrijver.
Advertentie voor vrijwilligerswerk, cursus of baan
Vinden voor wie de tekst is en wat wordt verwacht.
Eisen, voordelen en overtuigende taal.
Lange regels of informatiepagina
Zoeken naar één regel die past bij een situatie.
Scannen, uitzonderingen, data, kosten en bijzondere gevallen.
Tijdstrategie voor 110 minuten
Je doel is niet om elke zin even aandachtig te lezen. Goed B1-lezen betekent de juiste leessnelheid kiezen bij de vraag.
Gebruik de eerste minuten om naar de zes titels en contexten te kijken. Merk op welke tekst waarschijnlijk een zoektekst is.
Lees de vragen vóór elke tekst. Onderstreep de persoon, voorwaarde, datum of mening die je moet vinden.
Lees bij doel- en hoofdboodschapvragen de inleiding, kopjes en afsluiting voordat je kiest.
Zoek bij detailvragen de passende alinea en lees één zin vóór en na het mogelijke antwoord.
Markeer vragen waarbij twee antwoorden nog mogelijk lijken. Kom later terug in plaats van vijf minuten aan één vraag te verliezen.
Bewaar minstens vijf minuten om te controleren of elke vraag een antwoord heeft.
Zo gebruik je het NT2-woordenboek
Een woordenboek kan helpen, maar het mag niet je leesmethode worden. In het echte examen werk je onder tijdsdruk.
Zoek een woord alleen op als het antwoord afhangt van precies dat woord.
Zoek niet elk onbekend woord in een lange alinea op. Bepaal eerst wat de functie van de alinea is.
Oefen vóór de examendag met hetzelfde Van Dale NT2-pocketwoordenboek, zodat je de afkortingen en opbouw kent.
Neem nooit aantekeningen, stickers of losse papieren mee in het woordenboek.
Originele oefentekst op B1-niveau
De oefentekst hieronder is expres in het Nederlands. Lees eerst de vragen en bepaal dan waar je moet zoeken en waar je nauwkeurig moet lezen. De lengte en vraagstijl lijken op één tekst uit een openbaar B1-leesexamen, maar de inhoud is nieuw en origineel.
Tekst: Nieuwe regels voor de fietsenstalling bij Station Meerbrug
Deze tekst staat op de website van de gemeente Meerbrug. De tekst gaat over parkeren van fietsen bij het station.
Vanaf 1 juni opent de gemeente Meerbrug een nieuwe bewaakte fietsenstalling aan de noordkant van Station Meerbrug, naast het busplatform. De stalling heeft 1800 plaatsen en moet het stationsplein overzichtelijker maken. Volgens de gemeente klaagden reizigers, bewoners en winkeliers al jaren over fietsen die midden op de looproutes stonden. Vooral mensen met een kinderwagen of rollator konden daardoor moeilijk langs de ingang van het station komen.
De eerste 24 uur parkeren is gratis. Daarna betaal je 1,25 euro per dag. Wie minstens vier dagen per week met de trein reist, kan een maandabonnement nemen. Dat abonnement is persoonlijk en werkt alleen met een eigen OV-chipkaart of bankpas. Er zijn geen vaste plekken. Je mag dus niet eisen dat dezelfde plek elke ochtend voor jou vrij blijft.
De oude rekken op het plein blijven nog twee weken staan. Vanaf 15 juni mogen fietsen alleen nog in de nieuwe stalling of in de korte-parkeerrekken bij de winkels staan. Zet iemand toch een fiets buiten de aangegeven zones, dan krijgt de fiets eerst een geel waarschuwingslabel. Staat de fiets er zeven dagen later nog, dan wordt hij naar het fietsdepot gebracht. Fietsen die een nooduitgang of blindenroute blokkeren, worden wel direct weggehaald.
De stalling is op werkdagen open van 5.30 uur tot 1.00 uur. Op zaterdag en zondag gaat de bemande ingang om 6.30 uur open. Buiten deze tijden kunnen reizigers hun fiets via de nachtingang ophalen met de pas waarmee zij hebben ingecheckt. Er is dan geen medewerker aanwezig. Wie zonder pas parkeert, krijgt een papieren kaartje en moet dat bewaren tot het uitchecken. Bij verlies van het kaartje betaalt de gebruiker 5 euro administratiekosten en moet hij kunnen beschrijven hoe de fiets eruitziet.
Bakfietsen, scooters en aangepaste fietsen hebben een aparte zone. Voor scooters geldt een hoger tarief, omdat ze meer ruimte innemen. Voor aangepaste fietsen van mensen met een beperking is geen extra betaling nodig. Wel vraagt de gemeente gebruikers om zich eenmalig bij de servicemedewerker te melden, zodat zij weten waar de bredere plekken zijn. Elektrische fietsen mogen in de stalling staan, maar accu's opladen is niet toegestaan vanwege brandveiligheid.
Niet iedereen is blij met de nieuwe regels. Sommige winkeliers waren bang dat klanten wegblijven als zij niet meer snel voor de deur kunnen parkeren. Daarom blijven de korte-parkeerrekken bij de winkels bestaan. Die plekken zijn bedoeld voor maximaal twee uur. De gemeente controleert daar vooral op drukke marktdagen. Volgens wethouder Van Dongen is het doel niet om boetes uit te delen, maar om de ruimte rond het station veilig en bruikbaar te houden.
Vragen over de nieuwe fietsenstalling kunnen worden gesteld aan het serviceloket in de stationshal of via fietsen@meerbrug.nl.
Vragen bij de oefentekst
1. Waarom opent de gemeente Meerbrug de nieuwe fietsenstalling? A om meer geld te verdienen aan fietsparkeren B om het stationsplein veiliger en overzichtelijker te maken C om reizigers te verplichten met het openbaar vervoer te komen
2. Wat gebeurt er vanaf 15 juni met een fiets die buiten de aangegeven zones staat? A De fiets wordt altijd meteen naar het depot gebracht. B De fiets krijgt meestal eerst een waarschuwing en kan later worden weggehaald. C De fiets blijft staan zolang de eigenaar een abonnement heeft.
3. Sara wil op zondag om 6.00 uur haar fiets in de stalling zetten via de bemande ingang. Kan dat? A Ja, de bemande ingang is elke dag vanaf 5.30 uur open. B Nee, in het weekend gaat de bemande ingang pas om 6.30 uur open. C Alleen als Sara een maandabonnement heeft.
4. Waarom maakten sommige winkeliers zich zorgen over de nieuwe regels? A Ze dachten dat klanten geen plek meer voor kort parkeren zouden hebben. B Ze wilden niet dat scooters een hoger tarief moesten betalen. C Ze vonden dat de gemeente te weinig plaatsen voor treinreizigers maakte.
5. Voor welke fiets hoeft iemand na melding bij de servicemedewerker geen extra bedrag te betalen? A een scooter B een elektrische fiets die wordt opgeladen C een aangepaste fiets van iemand met een beperking
6. Wat moet iemand zonder OV-chipkaart of bankpas doen bij het parkeren? A het papieren kaartje bewaren tot het uitchecken B altijd 5 euro administratiekosten betalen C eerst een e-mail sturen naar de gemeente
Antwoorden
1 B
2 B
3 B
4 A
5 C
6 A
Volledige oefening
Gebruik voor een volledige sessie van 110 minuten het gratis B1-leeswerkboek. Het bevat zes originele Nederlandse tekstsets en 35 meerkeuzevragen. Gebruik eerst de B1-leessamenvatting als je vóór de volledige set een strategieblad wilt.
Zo bereid je je verder voor
Oefen volledige sets: B1 Lezen beloont uithoudingsvermogen. Korte dagelijkse teksten helpen je woordenschat, maar volledige sets trainen tijdsdruk.
Controleer fouten met bewijs: Schrijf bij elk fout antwoord de exacte Nederlandse zin op die het goede antwoord ondersteunt.
Mix tekstgebieden: Gebruik werk, onderwijs, gezondheid, openbare diensten, vrijwilligerswerk, opinieartikelen en regels.
Controleer de examendagregels in de examendaggids voordat je een woordenboek meeneemt.